Extensor indicis

M. extensor indicis

Ook bekend als: EI, EIP, extensor indicis proprius, wijsvingerstrekker.

Figuur 35.2C — extensor indicis, met pijn op de radiale handrug bij de pols.
Figuur 35.2C — extensor indicis, met pijn op de radiale handrug bij de pols.

In het kort

De extensor indicis ondersteunt onafhankelijke beweging van de wijsvinger. Zijn beschreven pijn zit vooral op de overgang van pols naar handrug.

Anatomie

De wijsvingerstrekker ligt diep in het distale deel van de onderarm. Hij begint op de achter-buitenzijde van het onderste deel van de ellepijp en het aangrenzende tussenbeenvlies. De spierbuik reikt relatief ver richting pols; de overgang naar de pees kan onder het extensorretinaculum liggen. De pees gaat samen met de ED-pezen door het vierde dorsale compartiment en sluit aan bij het strekapparaat van de wijsvinger aan de ulnaire zijde, dus aan de kant van de middelvinger. Dit is bij de wijsvingerknokkel en het proximale kootje, niet bij de basis van het tweede middenhandsbeen waar ECRL eindigt. Een tak van de nervus interosseus posterior verzorgt de spier. Extra pezen of verbindingen zijn mogelijke varianten.

Functie

Helpt de wijsvinger afzonderlijk strekken en ondersteunt de pols tijdens vingergebruik. Hij werkt daarbij samen met de wijsvingerpees van extensor digitorum. Volledige onafhankelijkheid van de andere vingers is geen voorwaarde voor een gezonde hand.

Pijn & uitstraling

Het beschreven gebied ligt aan de duimzijde van de handrug en bij de overgang tussen pols en hand. Volgens de hoofdstuktekst loopt dit patroon niet door in de vingers. Dat de spier de wijsvinger beweegt, betekent dus niet dat zijn uitstralingspijn in de wijsvinger moet worden getekend. De geraadpleegde literatuur beschrijft geen afzonderlijke betrouwbare pijnkaart voor extra pezen, zenuwtakken of histologische vezeltypen.

Symptomen & beperkingen

  • Plaatselijke pijn waar de pols overgaat in de handrug.
  • Moeite met herhaalde of precieze wijsvingerbewegingen kan bij de beschreven groep voorkomen.

Belasting & onderhoudende factoren

Herhaald gebruik van de wijsvinger en langdurige niet-neutrale polsstand worden samen met de andere vingerextensoren besproken.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur geeft voor deze afzonderlijke spier geen betrouwbaar bevolkingspercentage van triggerpoints.

Klinische context

Peesproblemen van de extensor indicis, radiale zenuwproblemen en lokale polsaandoeningen vragen onderscheid.

Zelfzorg bij extensor indicis

De vingerstrekkers houden vingers en hand gereed bij typen, muizen en bespelen van een instrument. Lang met opgetrokken pols werken kan de belasting vergroten. De oefeningen richten zich op ontspanning en soepele gezamenlijke vingerbeweging.

Til de wijsvinger rustig een klein stukje op en laat hem weer zakken, met gesteunde onderarm en ontspannen andere vingers. Begin bijvoorbeeld met 5 herhalingen. Je hoeft de spier niet met diepe druk laag tussen de onderarmbotten te zoeken. Pijn in de wijsvinger zelf is geen kenmerk van de afgebeelde EI-uitstraling en kan een andere verklaring hebben.

Belasting in je dag aanpassen

Zet de pols tijdens typen of muizen niet voortdurend hoog achterover. Zoek een comfortabele neutrale stand en ondersteun de onderarm.

Onderbreek lang fijn handwerk met een korte pauze. Laat de vingers tussendoor los in plaats van ze voortdurend gespannen boven toetsen te houden.

Vingers openen en ontspannen

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Vingers openen en ontspannen. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Laat de arm los

    Laat de arm ontspannen naast je lichaam hangen en beweeg de hand heel licht los.

  2. Steun de onderarm

    Leg de arm op tafel en houd de pols ongeveer neutraal.

  3. Open en sluit rustig

    Strek de vingers zonder ze hard achterover te trekken en maak daarna een losse vuist. Knijp niet krachtig.

Rustig opbouwen

Begin met 5 keer openen en los sluiten tijdens een werkpauze. Eventuele lichte massage: 15 tot 30 seconden. De rustige start is aangepast aan algemene zelfzorg.

Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, een klikkende of blokkerende vinger, meer pijn of duidelijke zwakte. Laat een blijvend verlies van strekfunctie beoordelen.

Zelfmassage: wat past hier?

Masseer eventueel kort het zachte deel van de achterzijde van de onderarm. Druk niet hard op pezen bij de pols of tussen botten. De individuele vingerstrekkers werken samen en zijn niet allemaal afzonderlijk zelf te behandelen.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1074.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1076.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1081.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1083.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1084.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1089.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1074.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1091.
  • Zelfzorg bij extensor indicis: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1092, 1093, 1094, 1095.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1092, 1093, 1094, 1095.
  • Vingers openen en ontspannen: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1092, 1093, 1094, 1095.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1092, 1093, 1094, 1095.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1092, 1093, 1094, 1095.
  • Illustratie 1: Figuur 35.2C — extensor indicis, met pijn op de radiale handrug bij de pols. Donnelly, hoofdstuk 35, bronp. 1087.