Triggerpoints &
dry needling, helder uitgelegd
Alles wat je als patiënt mag weten: wat spierknopen zijn, hoe ze ontstaan, waarom de pijn uitstraalt, waarom ze terugkomen, en hoe een naaldbehandeling werkt.
- In begrijpelijke taal
- Wetenschappelijk onderbouwd
Begin met de gewone uitleg en de afbeeldingen. In de uitklappers Verdieping lees je hoe spieren werken, wat onderzoeken laten zien en wat dat betekent voor de behandeling.
Wat is een triggerpoint?
Een triggerpoint is een extra gevoelige plek in een gespannen band van een spier. Met zo’n band bedoelen we een smalle streng spiervezels die steviger aanvoelt dan het spierweefsel eromheen. Spierknoop is een andere benaming voor de gevoelige plek. Druk erop kan pijn, een zeurend gevoel of een andere sensatie oproepen, soms verderop in je lichaam. De fysiotherapeut onderzoekt vooral of je die reactie herkent als jouw klacht. [1]
Bekijk groter
Een gevoelige plek in een spierband
Links zie je een spier met een steviger aanvoelende band en een gevoelige plek. Rechts wordt plaatselijke verkorting van kleine spieronderdelen schematisch voorgesteld.
Dit is een verklaringsmodel, geen scan of bewijs voor de oorzaak van iedere klacht. Het woord spierknoop betekent niet dat spiervezels letterlijk in een knoop zitten. Het onderzoek van jouw klachten bepaalt wat relevant is.
Eigen illustratie · Fysio Family. Donnelly, 4e editie · bronp. 169, 170.
Actief of latent
Bij een actief triggerpoint herken je tijdens het onderzoek de pijn of andere klachten waarvoor je komt. Een latent triggerpoint is wel gevoelig, maar roept jouw gewone klacht niet op. De behandelaar beoordeelt dit samen met je beweging, kracht en de rest van het onderzoek. [1][2]
Gerefereerde pijn: pijn op een andere plek
Een spier achter op je schouderblad kan bijvoorbeeld pijn aan de voorkant van je schouder of in je arm oproepen. Pijn die je op een andere plek voelt dan waar de prikkel vandaan komt, heet gerefereerde pijn. Onderzoekers hebben dit zowel bij druk als bij naaldstimulatie waargenomen. De plek en omvang van de uitstraling verschillen per persoon. Een pijnkaart helpt daarom bij het zoeken naar betrokken spieren; je klachten en het onderzoek bepalen samen welke spier aandacht nodig heeft. [3][1]
Bekijk groter
De spier zit achter; de pijn kan vóór zitten
De teal inzet toont de infraspinatus aan de achterkant van het schouderblad. Koraal geeft de kenmerkende klinisch beschreven pijngebieden weer; roze toont mogelijke uitbreiding. Het aparte paneel B laat uitstraling langs het schouderblad zien.
De plaats en omvang verschillen per persoon. Een overeenkomst met de kaart stelt geen diagnose: herkenbare klachten en lichamelijk onderzoek horen erbij.
Eigen illustratie · Fysio Family. Donnelly, 4e editie · bronp. 89, 755.
Hoe onderzoekt de fysiotherapeut dit?
De therapeut vraagt wanneer je klachten optreden en welke bewegingen of activiteiten lastig zijn. Daarna wordt onderzocht welke spieren gevoelig zijn en of druk of beweging jouw klachten herkenbaar oproept. Ervaren onderzoekers bereikten in een studie goede overeenstemming over myofasciale pijn in de onderzochte nek- en schouderspieren. [2]
Spieren, bindweefsel en pijn
Myofasciaal verwijst naar spieren en het bindweefsel eromheen. Beide kunnen pijnsignalen afgeven. Het zenuwstelsel verwerkt die prikkels en speelt mee in wat je voelt. Daarom kijkt de fysiotherapeut naar de gevoelige plek én naar je hele klachtenpatroon. [4][5]
Verdieping: pijn, uitstraling en onderzoek
Pijn en zenuwsignalen: wat is het verschil?
Nociceptie is het verwerken van zenuwsignalen over schadelijke of mogelijk schadelijke prikkels. Pijn is wat je ervaart en voelt, met zowel lichamelijke als emotionele kanten. Zenuwsignalen en pijn hangen met elkaar samen, maar zijn niet hetzelfde. De internationale definitie van pijn benadrukt daarom dat iemands eigen pijnervaring gerespecteerd moet worden. [4]
De hoeveelheid pijn is geen directe meetlat voor weefselschade. In een MRI-studie bij 1.211 mensen zonder nekklachten kwamen veranderingen aan tussenwervelschijven veel voor. Deze deelnemers waren 20 tot 70 jaar oud. Een scan wordt daarom samen met je klachten en het lichamelijk onderzoek beoordeeld. [6]
Waarom kan een spier op afstand pijn oproepen?
Het zenuwstelsel verwerkt informatie uit verschillende lichaamsgebieden. Bij gerefereerde pijn wordt een prikkel uit een spier gevoeld op een andere plek. Hong en collega’s onderzochten 95 patiënten. De kans op zo’n uitstralende reactie hing samen met de gevoeligheid van het onderzochte punt en de manier waarop het werd gestimuleerd. [3]
Een tekening van een uitstralingsgebied laat een mogelijk patroon zien. De internationale consensus adviseert om geen vaste plek of omvang bij iedereen te verwachten. Tijdens het onderzoek blijft belangrijk of jij de opgewekte pijn of sensatie herkent. [1]
Wat betekent sensitisatie?
Sensitisatie betekent dat het zenuwstelsel gevoeliger op prikkels reageert. Dit kan plaatselijk gebeuren, bij zenuwuiteinden, of verderop in de verwerking van pijn. In een experiment met twaalf gezonde deelnemers leidde aanhoudende stimulatie van een latent spierpunt tot meer gevoeligheid, ook buiten de gestimuleerde plek. Zo kan een prikkel uit een spier een bredere pijnreactie beïnvloeden. [7]
Bij de behandeling volgen we daarom zowel de gevoeligheid als wat je weer kunt doen: wordt een beweging makkelijker en neemt je herkenbare pijn af? Onderzoek naar dry needling beoordeelt naast drukgevoeligheid ook pijn, bewegen en dagelijkse beperkingen. [8]
Hoe ontstaat een triggerpoint?
Een spier bestaat uit heel veel dunne spiervezels. Om te bewegen moeten die vezels zich kunnen aanspannen én weer ontspannen. Het huidige verklaringsmodel voor triggerpoints beschrijft hoe verstoring van die regeling kan samengaan met plaatselijke samentrekking en verhoogde pijngevoeligheid. Daarbij spelen de verbinding tussen zenuw en spier en de energievoorziening van de spiercel een rol. [9]
Bij onderzoek naar myofasciale pijn zijn verschillende veranderingen gemeten: plaatselijke samentrekking van kleine delen van spiervezels, verschillen in elektrische activiteit en weefselstijfheid, en veranderingen in stoffen die met pijngevoeligheid samenhangen. Samen helpen deze bevindingen de processen bij myofasciale pijn te begrijpen. [10][11][12][13]
Bekijk groter
Van een hele spier naar één spiervezel
Lees van links naar rechts: hele spier, spierbundel, spiervezel en myofibril. Een spiervezel is één lange spiercel; daarin liggen veel myofibrillen met herhalende sarcomeren.
Het epimysium omgeeft de spier, het perimysium de bundel en het endomysium de afzonderlijke spiervezel. Deze bindweefsellagen ondersteunen de spier en dragen bij aan de overdracht van kracht.
Eigen illustratie · Fysio Family. Donnelly, 4e editie · bronp. 121, 122.
Wat gebeurt er in zo’n gevoelige plek?
In menselijke spieren zijn plaatselijk sterk verkorte sarcomeren gevonden. Dat zijn de kleine samentrekkende onderdelen van spiervezels. Het onderzoek vond deze veranderingen bij mensen met én zonder spierpijn. Wat zo’n bevinding voor iemands klachten betekent, wordt daarom in samenhang met het onderzoek beoordeeld. [10]
Rond actieve triggerpoints zijn meer pijn- en ontstekingsgerelateerde signaalstoffen gemeten dan rond de onderzochte latente punten of normale spierplaatsen. Ook was de omgeving zuurder: de pH, een maat voor zuurgraad, was lager. Zulke veranderingen kunnen invloed hebben op de gevoeligheid van zenuwuiteinden. [12][14]
De rol van fascia
Fascia is het bindweefsel rondom en tussen spieren. Het bevat gevoelszenuwen en kan zelf bijdragen aan pijnsignalen. In onderzoek bij mensen riep prikkeling van de rugfascia pijn en uitstraling op. Bij myofasciale klachten zijn daarom zowel de spier als het omringende bindweefsel relevant. [15][5]
Verdieping: wat gebeurt er in spier en bindweefsel?
Van een hele spier naar één sarcomeer
Een spier bestaat uit bundels van spiervezels: langgerekte spiercellen. Binnen elke vezel liggen fijne, evenwijdige draadjes: myofibrillen. Elk draadje bestaat uit een reeks sarcomeren. Je kunt dus steeds verder inzoomen: spier, bundel, spiervezel, myofibril en sarcomeer. Bindweefsel houdt de verschillende niveaus bij elkaar.
In een sarcomeer liggen dunne en dikke eiwitdraden, vooral actine en myosine. Bij aanspannen schuiven deze langs elkaar. Daardoor wordt het sarcomeer korter. Heel veel sarcomeren die samenwerken, laten de spiervezel kracht leveren. De triggerpointvergroting hierboven laat zien hoe een plaatselijke verkorting binnen zo’n vezel wordt voorgesteld. [16]
Bekijk groter
Spiervezels verkorten door schuivende filamenten
Bij een spiercontractie schuiven dunne actinefilamenten langs dikke myosinefilamenten. De afstand tussen de Z-lijnen neemt af, terwijl de filamenten zelf hun lengte behouden. Het schema vereenvoudigt deze beweging; het toont geen letterlijk vastzittende spierknoop.
Deze verklaring bouwt voort op microscopisch onderzoek van Huxley en Niedergerke (1954) en Huxley en Hanson (1954).
Eigen illustratie · Fysio Family. Donnelly, 4e editie · bronp. 124, 168.
Hoe werken zenuwsignalen, calcium en energie samen?
Bij de motorische eindplaat geeft een zenuw een signaal door aan een spiervezel. De zenuw laat daarvoor acetylcholine vrij, een signaalstof die aan ontvangers op de spiervezel bindt. Als het signaal sterk genoeg is, ontstaat een elektrische prikkel die zich door de vezel verspreidt. Dat zet het proces van aanspannen in gang. De signaalstof wordt daarna afgebroken, zodat het signaal stopt. [16]
De elektrische prikkel laat opgeslagen calcium vrijkomen in de spiercel. Calcium maakt het mogelijk dat actine en myosine aan elkaar vastgrijpen en langs elkaar bewegen. ATP is de energiedrager van de cel: het helpt de eiwitdraden weer los te laten en opnieuw aan te grijpen. Er is ook energie nodig om calcium terug te pompen naar de opslag. Zo kan de vezel weer ontspannen. [16]
Het verklaringsmodel van Gerwin beschrijft hoe verstoringen in deze regeling kunnen bijdragen aan aanhoudende plaatselijke samentrekking en pijngevoeligheid. [9]
Met EMG meten onderzoekers elektrische activiteit in een spier. Kleine elektrische activiteit bij de verbinding tussen zenuw en spier wordt eindplaatruis genoemd. In een studie met tien deelnemers werd deze ruis vaker gevonden in triggerpointgebieden dan op onderzochte controleplaatsen. Ook sommige andere plaatsen in de eindplaatzone vertoonden ruis. De meting geeft dus informatie over spieractiviteit; voor de diagnose blijft het volledige klachtenonderzoek nodig. [11]
Wat is gevonden in menselijk spierweefsel?
Gerwin en collega’s onderzochten in 2020 kleine weefselmonsters uit de trapezius, de grote spier tussen nek en schouder. Zulke monsters heten biopten. Ze waren afkomstig van 28 vrouwen, van wie veertien spierpijn hadden. Onder de microscoop zagen de onderzoekers op sommige plekken sterk verkorte sarcomeren, ook bij deelnemers zonder spierpijn. [10]
In een afzonderlijk experiment bij muizen en ratten verhoogden onderzoekers de prikkeloverdracht naar de spier. Daarbij ontstonden contractieknopen, voelbare gespannen banden en korte plaatselijke spiertrekkingen. Dit soort dieronderzoek maakt het mogelijk om onderdelen van het ontstaansmechanisme gericht te onderzoeken. [17]
Welke stoffen worden rond een triggerpoint gemeten?
Met een heel dun meetnaaldje verzamelden Shah en collega’s kleine monsters met stoffen uit de vloeistof rond spiervezels. Deze methode heet microdialyse. De kleine studies vonden verschillen tussen actieve, latente en afwezige triggerpoints in zuurgraad en in stoffen die betrokken zijn bij pijn en ontstekingsreacties. In vervolgonderzoek waren er ook verschillen op afstand van de pijnlijke spier. [12][14]
Deze stoffen helpen cellen met elkaar te communiceren. In het verklaringsmodel worden veranderingen in die omgeving verbonden met spieractiviteit en de gevoeligheid van zenuwuiteinden. Verschillende processen kunnen elkaar zo beïnvloeden. Dat helpt begrijpen waarom myofasciale pijn op meerdere manieren wordt onderzocht. [9]
Wat laat een echo zien over stijfheid en doorbloeding?
Echografie maakt weefsel zichtbaar met geluidsgolven. Elastografie is een meetmethode die laat zien hoe stijf het weefsel is. Sikdar en collega’s beschreven plaatselijke verschillen rond onderzochte triggerpoints. Ballyns en collega’s onderzochten bij 44 mensen met nekpijn ook de lokale bloedstroom. Zij vonden verschillen tussen actieve, latente en normaal aanvoelende plaatsen. [13][18]
Metingen kunnen ook veranderingen na behandeling volgen. Een onderzoek volgde 48 mensen met chronische myofasciale pijn vóór en na dry needling. De drukgevoeligheid en met elastografie gemeten weefseleigenschappen veranderden. Er was geen willekeurig toegewezen onbehandelde vergelijkingsgroep. Voor de vergelijking met andere behandelingen zijn de gecontroleerde studies in het volgende deel van belang. [19]
Hoe reageren bindweefsel en naalden op elkaar?
Bindweefsel bevat gevoelszenuwen. Onderzoek naar deze zenuwen en naar prikkeling van de rugfascia laat zien dat het weefsel pijnsignalen kan afgeven en uitstraling kan oproepen. Dat helpt verklaren waarom bij myofasciale klachten ook het weefsel rond een spier aandacht krijgt. [15][5]
Bij het draaien van een naald kan het omliggende bindweefsel mee bewegen. Onderzoekers maten bij zestig mensen hoeveel kracht nodig was om de naald daarna uit het weefsel te trekken. Deze studie naar acupunctuurnaalden toont de mechanische wisselwerking tussen naald en weefsel. Of een behandeling klachten vermindert, moet apart worden onderzocht. [20]
Waarom komen klachten soms terug?
Een behandeling kan verlichting geven terwijl de belasting die je klachten uitlokt nog aanwezig is. Denk aan lange werkdagen achter een scherm, steeds dezelfde handeling of een trainingsbelasting waarvan je onvoldoende herstelt. Bij terugkerende klachten kijken we daarom naar het hele patroon: wanneer neemt de pijn toe, wat gaat beter en hoe reageer je op bewegen en rust? [21] [16]
Dit zijn onderhoudende factoren. Behalve lichamelijke belasting kunnen slaap, stress en andere gezondheidsproblemen meespelen. Welke factoren relevant zijn, verschilt per persoon. Die beoordeling helpt om behandeling, oefeningen en dagelijkse activiteiten op elkaar af te stemmen. [22] [23] [24] [16]
Belasting en herstel in balans
Lang achter een computer werken kan nek- en schouderklachten uitlokken. Je spieren blijven daarbij vaak langere tijd dezelfde taak uitvoeren. We kijken hoe je taken kunt afwisselen, welke werkhouding prettig is en waar een beweegpauze helpt. Ook de duur van een activiteit en je herstel erna tellen mee. [21] [25] [24]
Bekijk groter
Ondersteuning verandert de belasting van je schouders
De armleuningen dragen een deel van het gewicht van de armen. De onderarmen rusten op de steun en de schouders hoeven niet omhoog te worden getrokken. Stem de hoogte af op je lichaamsbouw en taak.
Er is geen perfecte houding voor iedereen. Comfort, taakafwisseling en regelmatig bewegen zijn belangrijker dan voortdurend één houding vasthouden. Een asymmetrische afstelling is geen algemene instructie.
Eigen illustratie · Fysio Family. Donnelly, 4e editie · bronp. 337.
Slaap en spanning
Pijn kan slapen lastiger maken. Andersom kan weinig of onrustige slaap je gevoeliger maken voor pijn. Ook spanning kan invloed hebben op hoe gevoelig spieren zijn. Daarom bespreken we je nachtrust, dagelijkse drukte en mogelijkheden om te herstellen. [23] [22]
Verdieping — belasting, herstel en gezondheid
Wat vertelt je houding over je klachten?
Een houding verandert de manier waarop spieren een taak uitvoeren. Onderzoeken naar computerwerk meten bijvoorbeeld veranderingen in trapeziusactiviteit, schouderbladpositie en pijngevoeligheid. Zulke metingen worden samen met je klachten en bewegingsonderzoek beoordeeld; een foto van je houding verklaart niet op zichzelf waar je pijn vandaan komt. [21] [25]
Een bruikbaar oefenplan sluit aan op activiteiten die voor jou belangrijk zijn. Voor de één is dat langer kunnen werken, voor de ander tillen, sporten of prettig slapen. De opbouw wordt afgestemd op je mogelijkheden en reactie op belasting. [24]
Hoe kan spanning de gevoeligheid van spieren beïnvloeden?
Onderzoekers volgden 45 vrouwelijke studenten tijdens verschillende momenten in het studiejaar. Van hen hadden 29 myofasciale kaakpijn en 16 geen klachten. Tijdens een tentamenperiode waren de kauwspieren gevoeliger voor druk en was er meer angst. De groep met kaakpijn meldde in die periode ook meer pijn. Zo laat het onderzoek zien dat dagelijkse spanning kan samenhangen met veranderingen in spiergevoeligheid, ook bij mensen die vooraf geen pijnklachten hadden. [22]
Bekijk groter
Spanning en herstel
Belasting en stress kunnen samengaan met veranderingen in spierspanning, ademhaling en gevoeligheid. Lichamelijke klachten kunnen op hun beurt spanning geven. De reactie verschilt per persoon.
Afwisseling, slaap en rustig bewegen zijn onderwerpen om samen te bespreken. Het schema is een eenvoudige uitleg van mogelijke invloeden, geen vaste hormonale cyclus en geen bewijs dat stress jouw pijn veroorzaakt.
Eigen illustratie · Fysio Family. Donnelly, 4e editie · bronp. 252, 253, 254.
Wanneer spelen schildklier of voeding een rol?
Ook een milde vorm van een te traag werkende schildklier kan samengaan met spierklachten. In het besproken onderzoek kwamen krampen en spierzwakte vaker voor. Bij deze milde vorm is een regelhormoon in het bloed, TSH, verhoogd terwijl de hoeveelheid vrij schildklierhormoon, vrij T4, normaal is. Dat heet subklinische hypothyreoïdie. Je huisarts beoordeelt of klachten en bloedonderzoek hierbij passen; spierpijn alleen zegt dit niet. [26]
Ook een vastgesteld voedingstekort kan aandacht vragen. Onderzoek naar vitamine D bij fibromyalgie en chronische spier- en gewrichtspijn laat mogelijke voordelen zien, vooral bij mensen met een tekort. Dat maakt supplementen geen standaardbehandeling voor ieder triggerpoint. Bij passende klachten of risicofactoren bespreek je met je huisarts of verder onderzoek zinvol is. [27]
Hoe helpt een bredere aanpak?
Een behandelplan kan gerichte spierbehandeling combineren met oefenen, herstel en begeleiding bij dagelijkse activiteiten. Bij chronische spier- en gewrichtspijn is beweging een belangrijk onderdeel: je werkt aan lichamelijke mogelijkheden én aan vertrouwen in wat je weer kunt doen. Zo krijgt de verbetering uit de behandelkamer een plaats in je dagelijks leven. [24] [16]
Herken je dit?
Kom langs voor onderzoek — we zoeken de bron én wat de klacht in stand houdt.
Wat is dry needling?
Bij dry needling prikt de fysiotherapeut met een heel dunne naald een pijnlijke plek in de spier aan. Er wordt geen medicijn ingespoten. Het doel is minder pijn en makkelijker bewegen. De fysiotherapeut onderzoekt vooraf of triggerpoints een rol spelen bij jouw klachten. [16] [28]
De naald is van hetzelfde type als bij acupunctuur. Bij triggerpoint-dry-needling wordt de plek gekozen op basis van het spieronderzoek, de herkenbare klachten en de anatomie. Een triggerpointinjectie is een andere behandeling: daarbij brengt een arts via een holle naald een vloeistof in, bijvoorbeeld een lokale verdoving. [16]

Wat levert het op?
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat dry needling pijn kan verminderen en bewegen kan verbeteren. De resultaten zijn vooral onderzocht in de eerste weken na behandeling. In een studie met 130 mensen met chronische nekpijn gaf dry needling samen met rekoefeningen meer verbetering dan alleen rekoefeningen. De onderzoekers volgden de deelnemers zes maanden. [29] [28]
Een korte spiertrekking
Tijdens het aanprikken kan de spier kort en onwillekeurig samentrekken: de lokale twitchrespons. Je kunt daarbij een krampachtig gevoel ervaren. Ook zonder zo'n trekking kan de behandeling resultaat geven. We beoordelen de vooruitgang aan je klachten en functioneren, niet aan het aantal spiertrekkingen tijdens een sessie. [30] [31] [32]
Verdieping — wat laten de onderzoeken zien?
Dry needling bij chronische nekpijn
In het onderzoek van Cerezo-Téllez en collega's hadden alle 130 deelnemers nekpijn die al langere tijd bestond, zonder dat één specifieke aandoening de klachten verklaarde. Zij hadden actieve triggerpoints in de nekspieren. De helft kreeg dry needling plus rekken, de andere helft alleen rekken. Er waren vier behandelsessies verspreid over twee weken. [29]
De combinatiegroep verbeterde meer in pijn, drukgevoeligheid, beweeglijkheid, kracht en ervaren beperkingen. Die verschillen werden ook tijdens de follow-up tot zes maanden gevonden. Dit ondersteunt deze combinatie bij de onderzochte nekklachten; de studie voorspelt niet hoeveel behandelingen een individuele patiënt nodig heeft. [29]
Vergelijken met andere behandelingen
Een onderzoek bij 94 mensen met langdurige nekpijn bij bewegen of belasten vergeleek twee sessies dry needling met behandeling van triggerpoints met de handen, bijvoorbeeld met gerichte druk. Beide groepen bereikten vergelijkbare verbeteringen in pijn, dagelijks functioneren en beweeglijkheid tot twee weken later. Na dry needling was wel meer druk nodig voordat die pijnlijk werd: de gemeten drukpijndrempel steeg sterker. [8]
In een andere studie met 77 mensen met nekpijn werd dry needling toegevoegd aan manuele therapie en oefeningen, en vergeleken met een schijnbehandeling naast hetzelfde programma. Beide groepen verbeterden; dry needling gaf hier geen extra winst tot een jaar later. Daarom stemmen we de keuze af op je klachten, voorkeur en reactie op behandeling. [33]
Wat gebeurt er in spier en zenuwstelsel?
Een naald prikkelt spierweefsel en zenuwen. Onderzoekers meten daarom wat er in de behandelde spier verandert en hoe het zenuwstelsel reageert: bijvoorbeeld elektrische spierreacties, reflexen en beweeglijkheid. [34]
In 2025 werd dit onderzocht bij 17 volwassenen met latente triggerpoints in de kuit: plekken die geen spontane pijnklachten gaven. Na dry needling was een elektrische reactie van de behandelde spier tijdelijk kleiner. Na 72 uur was die weer op het niveau van vóór de behandeling. Ook een remmende reflex in een andere kuitspier veranderde, terwijl de enkel verder kon bewegen. [34]
Deze metingen laten zien dat de reactie verder kan gaan dan de aangeprikte plek. Deelnemers hadden geen bekende neurologische of orthopedische aandoening. Pijn en dagelijks functioneren worden daarnaast onderzocht in klinische studies zoals hierboven. [34] [28]
Moet een triggerpoint altijd twitchen?
Een overzicht van zes onderzoeken vond direct na de behandeling gemiddeld meer pijnvermindering wanneer een twitch was opgewekt. Bij latere kortetermijnmetingen werd dat verschil niet gevonden, evenmin als een duidelijk verschil in beperkingen. De twitch is een bekende reactie tijdens het needlen, maar geen vereiste voor herstel. [32]
De behandeling & veiligheid
Vooraf weet je wat er gebeurt
De behandeling begint met je verhaal en lichamelijk onderzoek. De fysiotherapeut beoordeelt welke spier mogelijk bijdraagt aan je klachten, legt de behandeling uit en bespreekt de verwachte reactie en relevante risico's. Dry needling gebeurt met je toestemming; je kunt tijdens de behandeling aangeven dat je wilt pauzeren of stoppen. [16]
Bekijk groter
Wat voelt de fysiotherapeut tijdens het onderzoek?
De therapeut onderzoekt een bereikbare spier en bespreekt of de opgewekte sensatie overeenkomt met jouw klacht. De inzet is een schema van de band en gevoelige plek; het is geen scan van deze patiënt.
Gevoeligheid, herkenning en functie worden samen beoordeeld. Dit is een voorbeeld van professioneel onderzoek, geen instructie om zelf diep in de hals of andere kwetsbare gebieden te drukken.
Eigen illustratie · Fysio Family. Donnelly, 4e editie · bronp. 2247.
Je ligt goed ondersteund, zodat je comfortabel blijft en de fysiotherapeut de spier kan onderzoeken en behandelen. De naald is steriel en voor eenmalig gebruik. Je kunt een prikje, zeurpijn of een korte spiertrekking voelen. Vertel wat je voelt: de fysiotherapeut stemt daarop af hoe uitgebreid de behandeling wordt. [16] [30]

Wat kun je na afloop voelen?
De behandelde spier kan tijdelijk beurs of gevoelig aanvoelen, een beetje zoals spierpijn na inspanning. Ook een klein bloedinkje of een blauwe plek kan voorkomen. Gewone napijn neemt meestal binnen enkele dagen af. Bespreek het met je fysiotherapeut als de pijn duidelijk toeneemt of het herstel anders verloopt dan afgesproken. Napijn op zichzelf vertelt niet hoeveel resultaat de behandeling heeft. [35] [16]
Vertel wat voor je behandeling relevant is
Meld het als je bloedverdunners gebruikt, een stollingsprobleem hebt, zwanger bent, eerder bent flauwgevallen bij naalden, een infectie of huidprobleem hebt, of een implantaat in het te behandelen gebied. Ook naaldangst is belangrijk om te bespreken. De fysiotherapeut beoordeelt of needling passend is en welke voorzorg nodig is. [16]
Verdieping — passende behandeling en opvolging
Hoe kiezen we de behandeling?
Dry needling is één van de mogelijkheden voor spierklachten. Oefenen en manuele technieken kunnen eveneens onderdeel zijn van de aanpak. De keuze hangt af van het onderzoek, de bereikbaarheid van de spier, je voorkeuren en de behandeling die je verdraagt. Bij nekpijn laat vergelijkend onderzoek zien dat manuele triggerpointtherapie en needling vergelijkbare verbeteringen kunnen geven in wat mensen dagelijks kunnen doen. [16] [8]
Hoeveel sessies zijn nodig?
Het aantal sessies wordt afgestemd op je klacht en de vooruitgang. Spreek concrete doelen af, zoals je hoofd makkelijker draaien, langer kunnen werken of weer sporten. Na enkele behandelingen beoordeel je samen of er voldoende verbetering is. Als dat uitblijft, worden de beoordeling en het behandelplan opnieuw bekeken. [16]
Waarom horen oefeningen en nazorg erbij?
Na het aanprikken bespreek je hoe je de spier weer rustig kunt bewegen. Het gaat om bewegingen die je goed kunt uitvoeren en een opbouw die past bij je reactie. Je oefent daarmee bijvoorbeeld weer draaien, reiken, tillen of lopen, afhankelijk van je klacht. Het thuisprogramma sluit aan op wat je in het dagelijks leven nodig hebt. [16] [24]
Lichte oefeningen na dry needling zijn ook onderzocht. In een studie bij 90 mensen met schouderpijn gaf een korte reeks lichtbelaste schouderoefeningen minder napijn na 24 en 48 uur dan een schijnbehandeling of geen extra behandeling. Er was geen extra verbetering in de oorspronkelijke schouderpijn en dagelijkse beperkingen door deze nazorg. De oefeningen werden in deze studie dus beoordeeld op het verminderen van de tijdelijke napijn. [36]
Krijg je na de behandeling nieuwe benauwdheid of pijn op de borst, laat dit dan direct medisch beoordelen en vertel dat je dry needling hebt gehad. Zulke klachten kunnen ook pas later ontstaan. [37]
Zelf doen & veelgestelde vragen
Maak herstel praktisch
Kies samen met je fysiotherapeut een oefenprogramma dat je kunt volhouden. Bouw beweging en belasting stapsgewijs op, met doelen die voor jou tellen. Bespreek ook hoe het thuis gaat: welke activiteit lukt beter, wanneer reageert de spier en welke aanpassing helpt? [16]
Ruimte voor slaap en herstel hoort erbij. Als spanning veel invloed heeft op je dag, kunnen ontspanningsoefeningen of mindfulness helpen om ermee om te gaan. Bij mindfulness oefen je om met aandacht op te merken wat je voelt en denkt, zonder er meteen op te hoeven reageren. Onderzoek bij chronische pijn laat gemiddeld een kleine pijnvermindering en verbetering van de kwaliteit van leven zien. Kies een aanpak die bij je past. [23] [38]
Bekijk groter
Een voorbeeld van rustig bewegen voor de schouders
Lig op de rug met de armen ontspannen naast je. Open de armen rustig zijwaarts met gebogen ellebogen. Beweeg vervolgens alleen verder richting het hoofd als dat comfortabel is, en keer rustig terug.
Laat de schouderbladen meebewegen en adem door. Begin bijvoorbeeld met drie rustige bewegingen. Stop bij toenemende pijn, tintelingen of duizeligheid; pas bewegingsuitslag en opbouw aan met je fysiotherapeut. Deze vereenvoudigde reeks is geen verplichte eindstand.
Eigen illustratie · Fysio Family. Donnelly, 4e editie · bronp. 338.
Verdieping — meer vertrouwen in bewegen
Van behandelen naar zelf verder kunnen
Bij aanhoudende pijn kunnen zorgen over bewegen invloed krijgen op wat je doet. Een passende opbouw helpt je opnieuw ervaren welke activiteiten haalbaar zijn. Daarbij tellen naast kracht en conditie ook je doelen, voorkeuren en vertrouwen in beweging. [24]
Begin bij een activiteit die voor jou belangrijk is en waarvan je samen kunt beoordelen hoeveel nu haalbaar is. Een concreet doel kan zijn dat je weer een bepaalde wandeling maakt of een deel van je werk makkelijker uitvoert. Bespreek hoe je reageert en pas de opbouw daarop aan. Zo werk je aan bewegen én aan vertrouwen in wat je lichaam aankan. [24]
Een studie bij 250 mensen met chronische spier- en gewrichtspijn én depressie onderzocht zes zelfmanagementsessies als aanvulling op behandeling met antidepressiva. Dit gecombineerde programma vergrootte het vertrouwen in omgaan met klachten; deelnemers gingen ook meer oefenen en ontspanning toepassen. Het ondersteunt aandacht voor praktische vaardigheden binnen een breder behandelplan. [39]
Veelgestelde vragen
Doet dry needling pijn?
Wordt er een medicijn ingespoten?
Bij dry needling wordt geen medicijn ingespoten. De naald heeft geen holle binnenkant voor vloeistof. Bij een triggerpointinjectie wordt via een holle naald wel een vloeistof toegediend; dat is een aparte medische behandeling. [16]
Waarom behandelt de therapeut een andere plek dan waar het pijn doet?
De pijn kwam terug, wat nu?
Bespreek wanneer de pijn terugkeert en wat er in de tussentijd is veranderd. Samen beoordeel je belasting, herstel, oefeningen en het effect van eerdere behandeling. Soms vraagt het plan om aanpassing of is verder onderzoek nodig. [16]
Betekent mijn pijn dat er iets kapot is?
Moet oefenen helemaal pijnvrij zijn?
Of je bij jouw oefeningen wat pijn mag voelen, hangt af van je klacht en de afgesproken opbouw. Spreek met je fysiotherapeut af welke reactie tijdens en na het oefenen voor jou aanvaardbaar is, en wanneer je een oefening lichter maakt of stopt. Bespreek ook hoe je je later op de dag of de volgende dag voelt, zodat het plan daarop kan worden afgestemd. [24] [16]
Kan ik ook zonder naalden behandeld worden?
Ja. Manuele technieken en oefentherapie zijn andere mogelijkheden. Bespreek je voorkeur; bij chronische nekpijn zijn met manuele triggerpointtherapie vergelijkbare verbeteringen in pijn en functioneren gevonden als met dry needling. [8]
Bronnen
De nummers in de tekst verwijzen naar de publicaties hieronder.
- [1] Fernández-de-las-Peñas & Dommerholt (2018) — criteria voor triggerpoints
- [2] Mayoral del Moral et al. (2018) — betrouwbaarheid van het lichamelijk onderzoek
- [3] Hong et al. (1997) — uitstralende pijn bij druk en naaldstimulatie
- [4] Raja et al. (2020) — de herziene IASP-definitie van pijn
- [5] Schilder et al. (2014) — pijn na experimentele prikkeling van rugfascia
- [6] Nakashima et al. (2015) — MRI-bevindingen bij mensen zonder nekklachten
- [7] Xu et al. (2010) — spierprikkeling en pijngevoeligheid op afstand
- [8] Llamas-Ramos et al. (2014) — dry needling en manuele triggerpointtherapie bij nekpijn
- [9] Gerwin (2023) — een verklaringsmodel voor het ontstaan van triggerpoints
- [10] Gerwin et al. (2020) — plaatselijke sarcomeercontracties in menselijke spierbiopten
- [11] Simons et al. (2002) — elektrische eindplaatactiviteit bij triggerpoints
- [12] Shah et al. (2005) — de lokale chemische omgeving van spierweefsel
- [13] Sikdar et al. (2009) — echografie van triggerpoints en omliggend weefsel
- [14] Shah et al. (2008) — signaalstoffen nabij en op afstand van triggerpoints
- [15] Tesarz et al. (2011) — gevoelszenuwen in rugfascia bij ratten en mensen
- [16] Donnelly, hoofdredacteur (2026) — Trigger Point Manual, vierde editie
- [17] Margalef et al. (2019) — een experimenteel triggerpointmodel bij knaagdieren
- [18] Ballyns et al. (2011) — weefselstijfheid en bloedstroom bij nekpijn
- [19] Turo et al. (2015) — weefseleigenschappen voor en na dry needling
- [20] Langevin et al. (2001) — mechanische weefselrespons op naaldrotatie
- [21] Strøm et al. (2009) — nek- en schouderreacties tijdens gesimuleerd kantoorwerk
- [22] Vedolin et al. (2009) — stress en pijngevoeligheid bij myofasciale kaakpijn
- [23] Choy (2015) — slaap, pijn en fibromyalgie
- [24] Booth et al. (2017) — bewegen bij chronische musculoskeletale pijn
- [25] Park & Yoo (2013) — langdurig typen, spieractiviteit en drukgevoeligheid
- [26] Reuters et al. (2009) — spierklachten bij subklinische hypothyreoïdie
- [27] Lombardo et al. (2022) — vitamine D bij fibromyalgie en chronische pijn
- [28] Gattie et al. (2017) — dry needling bij musculoskeletale pijn
- [29] Cerezo-Téllez et al. (2016) — dry needling met rekoefeningen bij chronische nekpijn
- [30] Hong (1994) — dry needling, lidocaïne en de lokale spiertrekking
- [31] Koppenhaver et al. (2017) — de lokale spiertrekking bij behandeling van lage-rugpijn
- [32] Fernández-de-las-Peñas et al. (2022) — lokale spiertrekking en behandeluitkomsten
- [33] Gattie et al. (2021) — dry needling als aanvulling op behandeling van nekpijn
- [34] Seif et al. (2025) — spieractiviteit en reflexen na dry needling
- [35] Brady et al. (2014) — registratie van bijwerkingen van dry needling
- [36] Salom-Moreno et al. (2017) — lichte oefeningen tegen napijn na dry needling
- [37] Bontinck et al. (2024) — klaplong na dry needling van nek en schouder
- [38] Hilton et al. (2017) — mindfulness bij chronische pijn
- [39] Damush et al. (2016) — zelfmanagement bij chronische pijn en depressie
Klaar om van je pijn af te komen?
Fysio Family — Rotterdam. Gerichte behandeling, persoonlijke aanpak.