Interosseus dorsalis 1 (1e dorsale tussenbeenspier)

M. interosseus dorsalis 1

Ook bekend als: 1e dorsale tussenbeenspier, interosseus dorsalis I.

Figuur 40.2A — eigen pijnpatroon van de eerste dorsale interosseus, palmair en dorsaal.
Figuur 40.2A — eigen pijnpatroon van de eerste dorsale interosseus, palmair en dorsaal.
Eerste dorsale tussenbotspier van de hand: vanuit de aangrenzende middenhandsbeentjes naar de radiale basis van het eerste wijsvingerkootje en de strekpeesuitbreiding. Regionale uitsnede.
Eerste dorsale tussenbotspier van de hand: vanuit de aangrenzende middenhandsbeentjes naar de radiale basis van het eerste wijsvingerkootje en de strekpeesuitbreiding. Regionale uitsnede.

In het kort

De 1e dorsale interosseus is een eigen handspier voor gecontroleerde beweging van de wijsvinger.

Anatomie

Deze dorsale tussenbeenspier ligt tussen het eerste en tweede middenhandsbeen. In het gebruikelijke patroon komen twee koppen van de naar elkaar gerichte botzijden samen. De aanhechting ligt aan de radiale zijde van de basis van het eerste kootje van de wijsvinger, met verbindingen naar het strekapparaat. De pees gaat dus voorbij het knokkelgewricht (MCP), niet alleen naar de middenhandsbeenkop. De diepe tak van de nervus ulnaris verzorgt de aansturing. De precieze koppen en verbindingen variëren; de tekening geeft het gebruikelijke patroon. In de eerste duim-wijsvingerruimte is de kop aan het tweede middenhandsbeen langer en meer geveerd; de kop aan het eerste middenhandsbeen heeft een kortere oorsprong. Dit verschil in bouw geeft geen twee bewezen klinische pijnkaarten.

Functie

Beweegt de wijsvinger van de middenlijn van de middelvinger af. Helpt daarnaast het MCP-gewricht buigen en de verdere vingerkootjes strekken.

Pijn & uitstraling

Sterke pijn langs de duimzijde van de wijsvinger, in de handrug en door de handpalm. Soms uitbreiding naar de pinkzijde. Dit is het apart afgebeelde patroon van de eerste dorsale interosseus.

Symptomen & beperkingen

  • Diepe pijn of stijfheid in de wijsvinger kan handvaardigheid beïnvloeden.
  • Pincetgrijpen en precies plaatsen van de vingers kunnen gevoelig worden.

Belasting & onderhoudende factoren

Langdurig pincetgrijpen of krachtig vasthouden bij schrijven, knippen, handwerk, instrumenten bespelen en sport kan de intrinsieke handspieren belasten.

Epidemiologie & onderzoek

Onderzoek naar mobiele-apparaatklachten benoemt de eerste interosseus samen met andere handspieren. De gezamenlijke uitkomst is geen eigen percentage.

Klinische context

Vingergewrichtsartrose, peesproblemen en lokale of meer proximale zenuwproblemen kunnen dezelfde regio klachten geven. Een Heberdenknobbeltje bij het eindgewricht bewijst geen triggerpointoorzaak en verdwijnt niet noodzakelijk door spierbehandeling. Tintelingen, doofheid, zwelling of nieuw krachtverlies vragen een gerichte beoordeling.

Zelfzorg bij interosseus dorsalis 1

De kleine handspieren helpen de vingers spreiden, sturen en samenwerken bij fijn werk. Ze functioneren als een groep. De oefeningen hieronder oefenen handcontrole; ze bewijzen niet welke afzonderlijke interosseus of lumbricalis pijn veroorzaakt.

Steun de hand met ongeveer rechte pols en beweeg de wijsvinger rustig naar de duimzijde. Begin met vijf kleine bewegingen zonder weerstand. De overige vingers mogen meebewegen; zet ze niet met kracht vast. Ontspan vervolgens de hele hand. Als je lichte massage prettig vindt, gebruik alleen zacht contact op de ruimte tussen de middenhandsbeentjes, 15–30 seconden en daarna los. Duw niet op pijnlijke knokkels en probeer geen uitstraling op te wekken. Meer pijn later op de dag is een reden om minder te doen.

Belasting in je dag aanpassen

Verminder de kracht en duur van een pincetgreep als die klachten oproept. Een pen met lichte inktstroom of een passend hulpmiddel kan de knijpkracht beperken.

Onderbreek lang typen, handwerk of telefoongebruik. Laat de hand tussendoor ontspannen en wissel taken af.

Vingers spreiden en los sluiten

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Vingers spreiden en los sluiten. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ondersteun de hand

    Leg de hand ontspannen op tafel met de pols ongeveer recht.

  2. Spreid de vingers

    Beweeg de vingers rustig uit elkaar en weer naar elkaar toe zonder over de tafel te drukken.

  3. Maak een losse greep

    Til de hand op, sluit de vingers losjes en open weer. Gebruik nog geen knijptrainer of harde bal.

Rustig opbouwen

Begin met 5 rustige spreidbewegingen en 5 losse open-en-sluitbewegingen. Eventuele massage: kort licht contact. De oefening geldt voor de samenwerking van de handspieren.

Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, een blokkerende vinger, zwelling of merkbaar krachtsverlies. Laat een blijvende functieverandering beoordelen.

Zelfmassage: wat past hier?

Lichte massage kan op de zachte delen tussen de middenhandsbeentjes of op de pinkmuis. Druk niet hard in een gewricht of op een pees. Gerichte krachttraining met putty of weerstand kan later na beoordeling van de handfunctie worden toegevoegd.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1193.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1193.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1198.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1200.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1201.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1206.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1206.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1208.
  • Zelfzorg bij interosseus dorsalis 1: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1210, 1211, 1212.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1210, 1211, 1212.
  • Vingers spreiden en los sluiten: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1210, 1211, 1212.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1210, 1211, 1212.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1210, 1211, 1212.
  • Illustratie 1: Figuur 40.2A — eigen pijnpatroon van de eerste dorsale interosseus, palmair en dorsaal. Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1204.
  • Illustratie 2: Eerste dorsale tussenbotspier van de hand: vanuit de aangrenzende middenhandsbeentjes naar de radiale basis van het eerste wijsvingerkootje en de strekpeesuitbreiding. Regionale uitsnede. Donnelly, hoofdstuk 40, bronp. 1196.