Interosseus plantaris III (voet)

M. interosseus plantaris III pedis

Ook bekend als: plantaire tussenbeenspier voet 3.

Drie plantaire tussenbotspieren: aan de binnenzijde van straal en teen 3, 4 en 5. De teennummers staan bovenaan; de spiernummers zijn I–III.
Drie plantaire tussenbotspieren: aan de binnenzijde van straal en teen 3, 4 en 5. De teennummers staan bovenaan; de spiernummers zijn I–III.

In het kort

De plantaire interosseus III ligt bij middenvoetsbeentje 5 en trekt aan de mediale zijde van teen 5.

Anatomie

De enkelverige spier komt van de basis en mediale zijde van metatarsale 5 en eindigt aan de mediale basis van de proximale falanx van teen 5. Anders dan de dorsale interossei heeft hij geen twee koppen van twee verschillende middenvoetsbeentjes. Naast botaanhechtingen bestaan verbindingen met aangrenzende fascia, banden en pezen. Dat maakt de anatomie uitgebreider dan alleen twee botpunten; het bewijst geen vastgelopen keten.

Functie

Voert teen 5 naar de tweede teen toe en helpt MTP-flexie en interfalangeale extensie. Met de andere interossei draagt hij bij aan een gecontroleerde, stevige voorvoet tijdens afzet.

Pijn & uitstraling

Voor plantaire interosseus III geeft de geraadpleegde literatuur geen eigen gevalideerde pijnkaart. De groepsbeschrijving noemt mogelijke verwijzing naar de mediale zijde van de betrokken teen en de bijbehorende metatarsaal; dit is geen individueel bewezen patroon.

Symptomen & beperkingen

  • Geen afzonderlijk vastgesteld triggerpoint-symptoomcluster voor plantaire interosseus III.
  • Een klacht of standsafwijking van teen 5 kan meerdere gewrichts-, pees- of zenuwoorzaken hebben.

Belasting & onderhoudende factoren

Te korte of nauwe schoenen, stijve zolen, teen- of voettrauma en ongebruikelijke belasting op een ongelijke ondergrond worden in de geraadpleegde literatuur genoemd. Deze factoren zijn grotendeels voor de intrinsieke voetspieren samen beschreven.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur benadrukt dat er weinig gepubliceerde studies naar de verwijzingspatronen van intrinsieke voetspieren zijn. Voor deze spier wordt geen afzonderlijke bevolkingsprevalentie van triggerpoints gegeven.

Klinische context

Gewrichts- of peespathologie, een stressfractuur, zenuwirritatie, neuropathie en vaatproblemen kunnen voetpijn veroorzaken. Drukpijn of een getekend verwijzingspatroon stelt de oorzaak niet zelfstandig vast.

Zelfzorg bij interosseus plantaris iii (voet)

De kleine voetspieren sturen de tenen en helpen de voet tijdens staan en lopen aanpassen. Ze werken samen met de lange spieren uit het onderbeen. Een oefening kan die samenwerking trainen, maar isoleert niet elk klein spiertje afzonderlijk.

Begin met een gesteunde voet en laat de tenen zacht spreiden en weer ontspannen. De tweede teen is de richtingas bij spreiden en sluiten. Probeer geen afzonderlijke tussenbeenspier hard te vinden of de middenvoetsbeentjes met de vingers uit elkaar te wrikken. Vijf kleine bewegingen zijn een rustige start. Bij tintelingen, scherpe pijn of toenemende voorvoetdruk stop je.

Belasting in je dag aanpassen

Kies schoenen waarin de tenen zowel in de lengte als in de breedte ruimte hebben. Een knellende teenbox kan oefenen onnodig onprettig maken.

Bouw een verandering in loopafstand, ondergrond of schoeisel geleidelijk op. Steunzolen of teenspreiders zijn geen automatische oplossing voor iedere voetklacht.

Voetboog en tenen rustig sturen

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Voetboog en tenen rustig sturen. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Zet de voet ontspannen neer

    Zit op een stoel met hiel en voorvoet op de grond.

  2. Maak de voetboog iets actiever

    Probeer de bal van de grote teen heel licht richting hiel te brengen zonder de tenen te krullen. De voet blijft op de ondergrond.

  3. Laat los en spreid

    Ontspan volledig en probeer daarna de tenen rustig iets uit elkaar te bewegen. Gebruik weinig kracht.

Rustig opbouwen

Begin met 5 korte pogingen van enkele seconden, steeds afgewisseld met volledige ontspanning. Dit is een lichte start voor de voetspieren, geen universeel optimaal oefenschema.

Wanneer stoppen? Stop bij scherpe voorvoetpijn, tintelingen, kramp die aanhoudt of meer pijn bij lopen. Roodheid, warmte, een wond of een plots dikke voet vraagt beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Een zachte bal onder de voetzool kan zittend met heel weinig lichaamsgewicht kort worden gebruikt. Druk niet op een pijnlijke botkop, wond of gevoelloos gebied. Bij verminderde voetsensibiliteit, diabetesvoetproblemen of vaatproblemen eerst advies vragen. Gebruik geen harde golfbal of directe ijsdruk als standaardstart.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2180.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2180.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2185.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2188.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2191.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2198.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2187.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2201.
  • Zelfzorg bij interosseus plantaris iii (voet): Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Voetboog en tenen rustig sturen: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Illustratie 1: Drie plantaire tussenbotspieren: aan de binnenzijde van straal en teen 3, 4 en 5. De teennummers staan bovenaan; de spiernummers zijn I–III. Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2183.