Spieren van kuit, enkel en voet
Van gastrocnemius en soleus tot scheenbeenspieren en kleine voetspieren. Bekijk hoe ze van elkaar verschillen en lees per spier over functie, pijnpatronen en rustig opbouwen.
Kies je pijnlocatie op de lichaamskaart →Welke spier zoek je?
De plek waar je pijn voelt, hoeft niet de plek van de betrokken spier te zijn. De lichaamskaart ordent pijnlocaties; hieronder staan de spieren die anatomisch bij dit lichaamsgebied horen.
Abductor digiti minimi (voet)
Deze spier vormt de laterale rand van de oppervlakkige voetzool en eindigt aan de kleine teen. Zijn beschreven pijn ligt distaal bij de bal van die teen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Abductor hallucis
De grote-teenafvoerder vormt de mediale rand van de oppervlakkige voetzool. Het beschreven triggerpointpatroon ligt vooral aan de binnenzijde van de hiel.
Ligging, functie en pijnpatroon →Adductor hallucis
De grote-teenaanvoerder heeft een schuine en een dwarse kop. Deze ontmoeten elkaar bij de laterale zijde van de grote teen en verbinden meerdere voorvoetstralen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Extensor digitorum brevis
De korte tenenstrekker ligt boven op de voet en loopt vanaf het hielbeen naar teen 2–4. De mediale grote-teenslip wordt apart als extensor hallucis brevis behandeld.
Ligging, functie en pijnpatroon →Extensor digitorum longus
De lange strekker van de kleine tenen ligt in het onderbeen, maar zijn pijn wordt vaak op de voetrug en tenen gevoeld. Samen met andere voetheffers helpt hij de voet vrij van de grond te houden.
Ligging, functie en pijnpatroon →Extensor hallucis brevis
De korte grote-teenstrekker is de mediale, afzonderlijk herkenbare slip van het dorsale korte-strekkersysteem.
Ligging, functie en pijnpatroon →Extensor hallucis longus
De lange grote-teenstrekker loopt vanuit het onderbeen naar het laatste kootje van de grote teen. Zijn pijnpatroon ligt vooral op de bovenzijde van de eerste straal en grote teen, anders dan de plantaire pijn van de lange grote-teenbuiger.
Ligging, functie en pijnpatroon →Fibularis brevis (korte kuitbeenspier)
De korte kuitbeenspier loopt diep ten opzichte van longus naar de basis van het vijfde middenvoetsbeentje. Zijn beschreven triggerpointpijn ligt vooral rond de buitenenkel.
Ligging, functie en pijnpatroon →Fibularis longus (lange kuitbeenspier)
De lange kuitbeenspier loopt achter de buitenenkel en vervolgens onder de voet naar de eerste straal. Hij koppelt daardoor de buitenzijde van het onderbeen aan de mediale voorvoet.
Ligging, functie en pijnpatroon →Fibularis tertius (derde kuitbeenspier)
De derde kuitbeenspier loopt vóór de enkel en behoort anatomisch tot het voorste onderbeencompartiment. Daardoor verschilt zijn werking van longus en brevis.
Ligging, functie en pijnpatroon →Flexor digiti minimi brevis (voet)
Deze korte kleine-teenbuiger ligt in de derde voetzoollaag bij het vijfde middenvoetsbeentje. Zijn triggerpointkaart is in de geraadpleegde literatuur niet goed vastgesteld.
Ligging, functie en pijnpatroon →Flexor digitorum brevis
De korte teenbuiger ligt centraal in de oppervlakkige voetzool en trekt via vier pezen aan de middelste kootjes van de kleine tenen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Flexor digitorum longus
De lange buiger van de kleine tenen kan pijn onder de voorvoet veroorzaken, terwijl de spierbuik in het onderbeen ligt. Het hier beschreven pijnpatroon bereikt de hiel niet.
Ligging, functie en pijnpatroon →Flexor hallucis brevis
De korte grote-teenbuiger ligt rond de eerste straal in de derde voetzoollaag. De mediale en laterale delen begeleiden de sesambeentjes bij het MTP-gewricht.
Ligging, functie en pijnpatroon →Flexor hallucis longus
De lange grote-teenbuiger is een krachtige diepe onderbeenspier. Zijn triggerpointpijn ligt onder de grote teen en de kop van het eerste middenvoetsbeentje; pijn bovenop de teen past bij andere beschreven spierpatronen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Gastrocnemius (tweehoofdige kuitspier)
De oppervlakkige kuitspier kruist zowel knie als enkel en levert kracht bij springen en hardlopen. Triggerpoints kunnen zich uiten als kuit- of knieholtepijn, voetboogpijn en soms nachtelijke kuitkrampen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Interosseus dorsalis I (voet)
De dorsale interosseus I ligt tussen middenvoetsbeentjes 1 en 2 en trekt aan de mediale zijde van teen 2.
Ligging, functie en pijnpatroon →Interosseus dorsalis II (voet)
De dorsale interosseus II ligt tussen middenvoetsbeentjes 2 en 3 en trekt aan de laterale zijde van teen 2.
Ligging, functie en pijnpatroon →Interosseus dorsalis III (voet)
De dorsale interosseus III ligt tussen middenvoetsbeentjes 3 en 4 en trekt aan de laterale zijde van teen 3.
Ligging, functie en pijnpatroon →Interosseus dorsalis IV (voet)
De dorsale interosseus IV ligt tussen middenvoetsbeentjes 4 en 5 en trekt aan de laterale zijde van teen 4.
Ligging, functie en pijnpatroon →Interosseus plantaris I (voet)
De plantaire interosseus I ligt bij middenvoetsbeentje 3 en trekt aan de mediale zijde van teen 3.
Ligging, functie en pijnpatroon →Interosseus plantaris II (voet)
De plantaire interosseus II ligt bij middenvoetsbeentje 4 en trekt aan de mediale zijde van teen 4.
Ligging, functie en pijnpatroon →Interosseus plantaris III (voet)
De plantaire interosseus III ligt bij middenvoetsbeentje 5 en trekt aan de mediale zijde van teen 5.
Ligging, functie en pijnpatroon →Lumbricalis I (voet)
De 1e lumbricalis ligt in de tweede plantaire laag en loopt naar teen 2. Het nummer wordt vanaf de grote-teenrand geteld.
Ligging, functie en pijnpatroon →Lumbricalis II (voet)
De 2e lumbricalis ligt in de tweede plantaire laag en loopt naar teen 3. Het nummer wordt vanaf de grote-teenrand geteld.
Ligging, functie en pijnpatroon →Lumbricalis III (voet)
De 3e lumbricalis ligt in de tweede plantaire laag en loopt naar teen 4. Het nummer wordt vanaf de grote-teenrand geteld.
Ligging, functie en pijnpatroon →Lumbricalis IV (voet)
De 4e lumbricalis ligt in de tweede plantaire laag en loopt naar teen 5. Het nummer wordt vanaf de grote-teenrand geteld.
Ligging, functie en pijnpatroon →Opponens digiti minimi (voet)
Opponens digiti minimi pedis is een variabele diepe vezelgroep die soms apart van de korte kleine-teenbuiger wordt benoemd.
Ligging, functie en pijnpatroon →Plantaris (voetzoolspier)
De plantaris heeft een kleine spierbuik hoog achter de knie en een opvallend lange dunne pees. Het beschreven triggerpointpatroon zit vooral centraal achter de knie en in het bovenste deel van de kuit.
Ligging, functie en pijnpatroon →Quadratus plantae (vierkante voetzoolspier)
De vierkante voetzoolspier ligt in de tweede laag en trekt aan de pees van de lange teenbuiger. Het beschreven pijnpatroon ligt aan de voetzoolzijde van de hiel.
Ligging, functie en pijnpatroon →Soleus (scholspier)
De soleus ondersteunt staan, lopen en de kuitspierpomp. Zijn triggerpoints kunnen diepe kuitpijn en pijn langs de achillespees of onder de hiel geven, soms met beperking van enkelbuiging bij een gebogen knie.
Ligging, functie en pijnpatroon →Tibialis anterior (voorste scheenbeenspier)
De tibialis anterior tilt de voet op en helpt hem gecontroleerd neerzetten. Het beschreven patroon ligt vooral aan de voor-binnenzijde van de enkel en bovenop de grote teen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Tibialis posterior (achterste scheenbeenspier)
De tibialis posterior ligt diep in de kuit en helpt de belaste voet stabiliseren. Triggerpointpijn kan vooral rond de achillespees en voetzool zitten, terwijl een peesaandoening apart moet worden beoordeeld.
Ligging, functie en pijnpatroon →Spiergroepen in dit gebied
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling