Lumbricalis I (voet)

M. lumbricalis I pedis

Ook bekend als: wormvormige voetspier 1, lumbricalis I pedis.

Vier lumbricales van de voet: kleine spierbuikjes met distale pezen langs de mediale zijde van teen 2–5. Dit is een liggingdiagram; de oorsprongen aan de lange teenbuigpezen en andere lagen zijn niet afgebeeld.
Vier lumbricales van de voet: kleine spierbuikjes met distale pezen langs de mediale zijde van teen 2–5. Dit is een liggingdiagram; de oorsprongen aan de lange teenbuigpezen en andere lagen zijn niet afgebeeld.

In het kort

De 1e lumbricalis ligt in de tweede plantaire laag en loopt naar teen 2. Het nummer wordt vanaf de grote-teenrand geteld.

Anatomie

Deze kleine spier ontstaat uit het terminale flexor-digitorum-longuspeessysteem. De eigen pees loopt langs de mediale zijde van teen 2 en voegt zich bij de dorsale digitale expansie ter hoogte van het proximale kootje. Daarmee verbindt hij een buigpees aan het strekapparaat van die teen. Bij deze 1e lumbricalis gaat het dus om teen 2; het nummer van de spier en het teennummer zijn niet gelijk. De oorsprong ligt aan het buigpeessysteem, niet rechtstreeks aan een middenvoetsbeen.

Functie

De peesverbinding helpt de stand van teen 2 via het strekapparaat controleren. De geraadpleegde literatuur test de lumbricales en interossei samen bij interfalangeale extensie van teen 2–5; er is geen geïsoleerde krachtmeting voor lumbricalis I.

Pijn & uitstraling

Voor lumbricalis I is geen eigen verwijzingspatroon vastgesteld. De geraadpleegde literatuur beschrijft alleen een vermoeden van overeenkomst met de interossei; daarom is hier geen afzonderlijke pijnzone ingetekend.

Symptomen & beperkingen

  • Geen specifiek aangetoond triggerpoint-symptoomcluster voor lumbricalis I.
  • Pijn of een standsprobleem van teen 2 kan ook uit gewricht, pezen of zenuwen ontstaan.

Belasting & onderhoudende factoren

Te korte of nauwe schoenen, stijve zolen, teen- of voettrauma en ongebruikelijke belasting op een ongelijke ondergrond worden in de geraadpleegde literatuur genoemd. Deze factoren zijn grotendeels voor de intrinsieke voetspieren samen beschreven.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur benadrukt dat er weinig gepubliceerde studies naar de verwijzingspatronen van intrinsieke voetspieren zijn. Voor deze spier wordt geen afzonderlijke bevolkingsprevalentie van triggerpoints gegeven.

Klinische context

Gewrichts- of peespathologie, een stressfractuur, zenuwirritatie, neuropathie en vaatproblemen kunnen voetpijn veroorzaken. Drukpijn of een getekend verwijzingspatroon stelt de oorzaak niet zelfstandig vast.

Zelfzorg bij lumbricalis i (voet)

De kleine voetspieren sturen de tenen en helpen de voet tijdens staan en lopen aanpassen. Ze werken samen met de lange spieren uit het onderbeen. Een oefening kan die samenwerking trainen, maar isoleert niet elk klein spiertje afzonderlijk.

Laat teen 2 samen met de andere tenen rustig lang worden zonder hem met de hand recht te trekken. Combineer dit met zacht spreiden vanuit een gesteunde voet. Deze beweging is een oefening voor de samenwerking van meerdere voetspieren, geen geïsoleerde training of zelftest van lumbricalis 1. Begin met vijf rustige herhalingen; forceer een vaste teenstand niet.

Belasting in je dag aanpassen

Kies schoenen waarin de tenen zowel in de lengte als in de breedte ruimte hebben. Een knellende teenbox kan oefenen onnodig onprettig maken.

Bouw een verandering in loopafstand, ondergrond of schoeisel geleidelijk op. Steunzolen of teenspreiders zijn geen automatische oplossing voor iedere voetklacht.

Voetboog en tenen rustig sturen

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Voetboog en tenen rustig sturen. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Zet de voet ontspannen neer

    Zit op een stoel met hiel en voorvoet op de grond.

  2. Maak de voetboog iets actiever

    Probeer de bal van de grote teen heel licht richting hiel te brengen zonder de tenen te krullen. De voet blijft op de ondergrond.

  3. Laat los en spreid

    Ontspan volledig en probeer daarna de tenen rustig iets uit elkaar te bewegen. Gebruik weinig kracht.

Rustig opbouwen

Begin met 5 korte pogingen van enkele seconden, steeds afgewisseld met volledige ontspanning. Dit is een lichte start voor de voetspieren, geen universeel optimaal oefenschema.

Wanneer stoppen? Stop bij scherpe voorvoetpijn, tintelingen, kramp die aanhoudt of meer pijn bij lopen. Roodheid, warmte, een wond of een plots dikke voet vraagt beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Een zachte bal onder de voetzool kan zittend met heel weinig lichaamsgewicht kort worden gebruikt. Druk niet op een pijnlijke botkop, wond of gevoelloos gebied. Bij verminderde voetsensibiliteit, diabetesvoetproblemen of vaatproblemen eerst advies vragen. Gebruik geen harde golfbal of directe ijsdruk als standaardstart.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2178.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2178.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2193.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2188.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2191.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2198.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2187.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2201.
  • Zelfzorg bij lumbricalis i (voet): Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Voetboog en tenen rustig sturen: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2202, 2203, 2204, 2205, 2206, 2207.
  • Illustratie 1: Vier lumbricales van de voet: kleine spierbuikjes met distale pezen langs de mediale zijde van teen 2–5. Dit is een liggingdiagram; de oorsprongen aan de lange teenbuigpezen en andere lagen zijn niet afgebeeld. Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2180.