Pronator teres

M. pronator teres

Ook bekend als: ronde pronator, ronde inwaartsdraaier.

Figuur 38.2D — pronator teres en het eigen volaire onderarm-/polspatroon.
Figuur 38.2D — pronator teres en het eigen volaire onderarm-/polspatroon.

In het kort

Pronator teres heeft een eigen peesverloop en functie binnen de voorzijde van de onderarm.

Anatomie

De ronde pronator heeft een humerale kop bij de binnenste elleboogknobbel en aangrenzende fascie, en een ulnaire kop bij de binnenzijde van het processus coronoideus. Gewoonlijk loopt de medianuszenuw tussen beide koppen de onderarm in; dezelfde zenuw verzorgt de spier. De spier loopt kort en schuin naar buiten en eindigt op de laterale zijde van het spaakbeen ongeveer halverwege de onderarm. Er hoort geen doorgaande pronator-terespees naar de pols of hand te worden getekend.

Functie

Draait de handpalm omlaag, vooral bij snelle beweging of weerstand, samen met pronator quadratus. Bij weerstand kan hij ook helpen de elleboog buigen. De relatief schuine vezelbouw zegt iets over krachtsoverdracht, niet over een gegarandeerde pijnlocatie.

Pijn & uitstraling

Diepe pijn wordt beschreven aan de duimzijde van de handpalmkant van de pols en in de voorzijde van de onderarm. De kaart heeft haar kern laag bij de pols, terwijl de spieraanhechting halverwege het spaakbeen ligt. De geraadpleegde literatuur onderscheidt geen betrouwbaar eigen pijnpatroon per humerale of ulnaire kop. Tintelingen of gevoelsverlies kunnen op een zenuwprobleem wijzen en worden niet automatisch aan dit spierpatroon toegeschreven.

Symptomen & beperkingen

  • De handpalm omhoog draaien kan pijnlijk beperkt zijn.
  • Een geopende hand komvormig houden of een schroef losdraaien kan moeite geven.

Belasting & onderhoudende factoren

Krachtige pronatie, topspin bij tennis en draaiwerk met een schroevendraaier worden genoemd; ook trauma rond pols of elleboog kan meespelen.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur geeft voor deze afzonderlijke spier geen betrouwbaar bevolkingspercentage van triggerpoints.

Klinische context

Proximale medianusbeknelling tussen de twee koppen kan tintelingen of gevoelsverandering veroorzaken. Onderscheid van carpaletunnelsyndroom en radiculaire klachten blijft nodig.

Zelfzorg bij pronator teres

Polsbuigers, vingerbuigers en pronatoren werken samen tijdens grijpen en draaien. De passende rekrichting verschilt per spier en klacht. Begin met een kleine actieve beweging die bij de functie van de betreffende spier past, zonder het hele gebied tegelijk op spanning te trekken.

Draai met gesteunde onderarm rustig van handpalm omlaag naar handpalm omhoog. Als dat prettig gaat, kun je dezelfde kleine beweging met de elleboog iets verder gestrekt proberen; die houding verschilt van de gebogen houding bij de pronator quadratus. Forceer geen eindstand met de andere hand en druk niet in de elleboogplooi.

Belasting in je dag aanpassen

Laat de greep tussendoor los bij autorijden, klimmen, tillen of gereedschapswerk. Verdeel zware grijptaken over kortere perioden.

Ondersteun bij zitten niet alleen de onderarm, maar zo nodig ook de pols. Laat de hand niet steeds slap over een harde rand hangen.

Grijpen, openen en draaien zonder kracht

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Grijpen, openen en draaien zonder kracht. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Steun de arm

    Leg de onderarm op tafel en houd de pols comfortabel in het verlengde van de arm.

  2. Kies een rustige beweging

    Open en sluit de vingers losjes voor de vingerbuigers. Beweeg de pols klein omhoog en omlaag voor de polsbuigers.

  3. Draai voor de pronatoren

    Houd de elleboog gebogen en draai de handpalm rustig naar boven en beneden. Forceer niet met de andere hand.

Rustig opbouwen

Begin met 5 herhalingen van de passende beweging. Eventuele druk: 15 tot 30 seconden licht contact. De keuze voor kleine actieve bewegingen is een milde aanpassing van de boekoefeningen.

Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, gevoelloosheid of scherpe pijn in onderarm of hand. Rek hoort geen zenuwsensaties op te roepen.

Zelfmassage: wat past hier?

Lichte handdruk kan op het zachte spierdeel aan de palmzijde van de onderarm. Blijf weg van de elleboogplooi en de polstunnel. De diepere buigers en pronator quadratus zijn niet betrouwbaar afzonderlijk zelf bereikbaar.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1145.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1145.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1151.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1155.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1157.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1161.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1155.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1163.
  • Zelfzorg bij pronator teres: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1167, 1168, 1169, 1170.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1167, 1168, 1169, 1170.
  • Grijpen, openen en draaien zonder kracht: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1167, 1168, 1169, 1170.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1167, 1168, 1169, 1170.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1167, 1168, 1169, 1170.
  • Illustratie 1: Figuur 38.2D — pronator teres en het eigen volaire onderarm-/polspatroon. Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1155.