Psoas minor (kleine lendenspier)

M. psoas minor

Ook bekend als: kleine lendenspier.

Figuur 51.1. Psoas minor vóór major; zijn lange pees eindigt in het bekken en kruist de heup niet.
Figuur 51.1. Psoas minor vóór major; zijn lange pees eindigt in het bekken en kruist de heup niet.

In het kort

De kleine lendenspier ligt vóór psoas major en eindigt al in het bekken. Hij kruist het heupgewricht niet en is bij veel mensen afwezig.

Anatomie

De psoas minor is een kleine variabele spier vóór de psoas major. Een korte spierbuik begint aan de zijkant van T12 en L1 en de tussenliggende schijf. Daarna volgt een relatief lange platte pees naar de bekkenrand en de iliacale fascie, vaak ook met een botaanhechting bij de schaambeenkam. Hij blijft binnen de buik-/bekkenregio en loopt niet over het heupgewricht naar het bovenbeen. Bij een aanzienlijk deel van de mensen ontbreekt hij; dat is een normale anatomische variant.

Functie

Wordt traditioneel als een zwakke buiger van de romp beschreven. Door zijn verbinding met de iliacale fascie zou hij ook de ligging van het onderliggende iliopsoascomplex kunnen beïnvloeden. Dat laatste is een anatomisch onderbouwde hypothese, geen vaststaand klinisch mechanisme of bewezen behandeldoel. Hij is geen kleine versie van de heupbuigende psoas major.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur geeft geen afzonderlijk goed onderbouwd uitstralingspatroon voor de psoas minor. Daarom krijgt deze pagina een eigen anatomiebeeld en geen verzonnen unieke pijnkaart. Pijn vooraan in heup, lies, buik of lage rug kan niet aantonen dat deze spier aanwezig of betrokken is.

Symptomen & beperkingen

  • Geen eigen klinisch gevalideerd triggerpoint-symptoomcluster in deze uitleg.
  • Zijn aanwezigheid of afwezigheid verklaart op zichzelf geen rug- of liespijn.

Belasting & onderhoudende factoren

De geraadpleegde literatuur noemt ongewone excentrische belasting, krachtige contracties en lang aangehouden verkorting of verlenging voor psoas major, minor en iliacus samen. Afzonderlijke minor-risicocijfers ontbreken.

Epidemiologie & onderzoek

In één anatomische studie was de psoas minor aanwezig in 65,6% van 32 onderzochte heupregio’s. Alle aangetroffen pezen hadden een stevige verbinding met de iliacale fascie; bij de meeste was er ook een botaanhechting. De percentages verschillen per onderzoek en gaan over anatomische aanwezigheid, niet over mensen met pijn.

Klinische context

Psoas-major- of iliacusklachten, buikwand- en bekkenoorzaken, lumbale pathologie en heupziekte kunnen rug- of liesklachten verklaren. Een geïsoleerde minor-diagnose vraagt meer dan een pijnpatroon.

Zelfzorg bij psoas minor

Psoas major en iliacus werken samen als heupbuigers; de psoas minor heeft een andere functie en is niet bij iedereen aanwezig. Laat eerst de onderrug beoordelen voordat je een forse heupbuigerrek probeert.

De algemene zitpauze is bedoeld voor afwisseling van belasting, niet om een mogelijk afwezige spier selectief te rekken. Zoek geen pijnpunt diep in de buik. Aanhoudende onverklaarde buik- of liespijn vraagt beoordeling.

Belasting in je dag aanpassen

Sta regelmatig op na lang zitten en wandel kort. Kies een zithoogte waarbij je heupen niet voortdurend diep opgevouwen zijn.

Zoek in bed een comfortabele ondersteuning. Een kleine verandering in kussenpositie kan prettiger zijn dan de heup geforceerd strekken.

Zitpauze met rustige stappen

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Zitpauze met rustige stappen. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Sta gesteund op

    Kom rustig uit de stoel en gebruik de armleuningen wanneer dat prettig is.

  2. Loop korte passen

    Wandel ontspannen door de kamer. Laat de benen natuurlijk naar achteren bewegen en houd de pas klein.

  3. Vergelijk de reactie

    Ga zo nodig weer zitten voordat de pijn oploopt. Het doel is afwisseling, niet een maximale rek aan de voorkant van de heup.

Rustig opbouwen

Begin met een korte wandeling van 1 tot 2 minuten na een langere zitperiode, zolang dit comfortabel gaat. Een gericht rek- of krachtprogramma volgt op onderzoek van heup en rug.

Wanneer stoppen? Stop bij scherpe lies- of buikpijn, tintelingen of duidelijke zwakte. Laat onverklaarde buikpijn of een snel toenemende heupbeperking beoordelen.

Zelfmassage: wat past hier?

Druk niet diep in buik of lies om de psoas of iliacus te bereiken. Buikorganen, bloedvaten en zenuwen liggen in de buurt. De professionele drukgrepen zijn geen algemene thuisbehandeling. Ook de psoas minor kan niet op deze manier zelfstandig worden gelokaliseerd.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1538.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1538.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1542.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1544.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1544.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1551.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1538.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1553.
  • Zelfzorg bij psoas minor: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1556, 1557, 1558.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1556, 1557, 1558.
  • Zitpauze met rustige stappen: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1556, 1557, 1558.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1556, 1557, 1558.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1556, 1557, 1558.
  • Illustratie 1: Figuur 51.1. Psoas minor vóór major; zijn lange pees eindigt in het bekken en kruist de heup niet. Donnelly, hoofdstuk 51, bronp. 1536.