Rhomboideus minor (kleine ruitvormige spier)

M. rhomboideus minor

Ook bekend als: kleine ruitvormige spier.

Figuur 27.1 — uitsnede rond rhomboideus minor, de bovenste smalle verbinding naar de schouderbladkam.
Figuur 27.1 — uitsnede rond rhomboideus minor, de bovenste smalle verbinding naar de schouderbladkam.

In het kort

Rhomboideus minor ligt onder de trapezius en verbindt de wervelkolom met het schouderblad. De bron onderscheidt zijn aanhechting, terwijl pijnpatronen samen worden beschreven.

Anatomie

Deze smalle spier ligt onder de trapezius, direct boven de rhomboideus major. Hij begint aan het onderste deel van de nekband en de doornuitsteeksels van C7 en T1. De vezels lopen schuin omlaag en naar buiten naar de wortel van de schouderbladkam aan de binnenrand. Dat ligt onder de aanhechting van de levator scapulae. De dorsale-scapulariszenuw verzorgt de spier. Dissectieonderzoek laat een gedeeld bindweefselverband met de levator scapulae zien; die verbinding is geen bewijs dat pijn door een vastgeplakte fascielaag komt.

Functie

De rhomboidei trekken het schouderblad naar binnen, helpen het iets heffen en neerwaarts draaien en begeleiden de stand tijdens armbewegingen. Veel spieractiviteitsonderzoek betreft vooral de major. Daaruit mag je niet afleiden dat major en minor volledig los van elkaar te trainen of verantwoordelijk voor aparte pijngebieden zijn.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur geeft één samengesteld pijnpatroon voor rhomboideus major en minor: vooral een oppervlakkig zeurend gebied tussen de binnenrand van het schouderblad en de rugspieren naast de wervelkolom. Het kan omhoog en naar buiten doorlopen over de schouderbladkam richting het schouderdak. Uitstraling naar de nek of verder de arm in hoort niet bij het typische rhomboideuspatroon; beoordeel daarbij ook andere oorzaken. Er is geen onderbouwde aparte uitstralingskaart voor major, minor of afzonderlijke vezeltypen.

Symptomen & beperkingen

  • Een zeurend, soms ook in rust aanwezig gevoel tussen schouderblad en wervelkolom.
  • Behoefte om over de plek te wrijven of er lichte druk op te geven. Steeds harder drukken kan de huid en weefsels juist gevoelig maken.
  • Soms een knappend of schurend gevoel bij schouderbladbeweging; dit verschijnsel alleen vertelt niet welke structuur de pijn veroorzaakt.

Belasting & onderhoudende factoren

Langdurig werken met de armen ver naar voren of boven het hoofd kan de spieren vermoeien. Ook autorijden en bureauwerk worden genoemd. Een houding op zichzelf bewijst geen blijvende verkorting of beschadiging: wissel houdingen af, geef de onderarmen steun en bouw de belasting op.

Epidemiologie & onderzoek

Sari et al. onderzochten major en minor bij cervicale radiculopathie. Dat onderzoek betreft een geselecteerde patiëntengroep, geen algemene populatie.

Klinische context

Nekwortelproblematiek, dorsale-scapulariszenuwbeknelling, ribgewrichten en thoracale facetgewrichten kunnen dezelfde regio pijnlijk maken.

Zelfzorg bij rhomboideus minor

Rhomboideus major en minor begeleiden het schouderblad langs de ribbenkast. Deze spieren hebben zelden extra stevige rek nodig. Ondersteuning, beweegcontrole en het later opbouwen van kracht verdienen aandacht.

De minor ligt hoger, bij de schouderbladkam. De zelfzorg sluit aan bij de samenwerking met major en trapezius. Alleen de plek van pijn maakt dit functionele onderscheid niet zeker.

Belasting in je dag aanpassen

Zet het toetsenbord en de muis zo dat je onderarmen steun krijgen. Wissel lang voorover werken af met andere houdingen.

Deel bovenhands werk in kleinere stukken op. Probeer de schouderbladen niet de hele dag strak naar achteren te houden.

Schouderblad laten glijden

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Schouderblad laten glijden. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Steun de onderarmen

    Zit aan een tafel en leg beide onderarmen op een handdoek.

  2. Reik klein naar voren

    Schuif de handen iets vooruit, zodat de schouderbladen rustig mee naar buiten bewegen.

  3. Breng rustig terug

    Schuif weer terug zonder hard te knijpen tussen de schouderbladen of de schouders op te trekken.

Rustig opbouwen

Start met 5 glijbewegingen. Bij zelfdruk: 15 tot 30 seconden licht contact en daarna opnieuw bewegen. Dit is een milde praktische toepassing van de boekadviezen.

Wanneer stoppen? Stop bij scherpe ribpijn, pijn bij ademhalen, armuitstraling of tintelingen. Laat aanhoudende pijn tussen de schouderbladen beoordelen.

Zelfmassage: wat past hier?

Een zachte bal tegen de muur kan lichte druk geven op de ruimte tussen schouderblad en wervelkolom. Blijf van wervels en botranden af. Leun slechts licht en laat los als het gevoel scherper wordt; de muur maakt doseren gemakkelijker dan de vloer.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 851.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 851.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 854.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 857.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 859.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 863.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 859.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 867.
  • Zelfzorg bij rhomboideus minor: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 867, 868, 869, 870.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 867, 868, 869, 870.
  • Schouderblad laten glijden: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 867, 868, 869, 870.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 867, 868, 869, 870.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 867, 868, 869, 870.
  • Illustratie 1: Figuur 27.1 — uitsnede rond rhomboideus minor, de bovenste smalle verbinding naar de schouderbladkam. Donnelly, hoofdstuk 27, bronp. 854.