Extensor carpi radialis brevis

M. extensor carpi radialis brevis

Ook bekend als: ECRB, korte radiale polsstrekker.

Figuur 34.3B — extensor carpi radialis brevis: vooral de handrug en dorsale pols; ook pijn rond de laterale elleboog en in de onderarm is beschreven (hoofdstuk 34, §3.1).
Figuur 34.3B — extensor carpi radialis brevis: vooral de handrug en dorsale pols; ook pijn rond de laterale elleboog en in de onderarm is beschreven (hoofdstuk 34, §3.1).

In het kort

Extensor carpi radialis brevis is een afzonderlijke polsstrekker met een eigen aanhechting en afzonderlijk beschreven pijnpatroon.

Anatomie

De korte radiale polsstrekker begint bij de buitenste elleboogknobbel en aangrenzende tussenschotten en bandstructuren. Hij ligt dieper dan ECRL; zijn spierbuik wordt lager in de onderarm duidelijker. De pees loopt over de rugzijde van de pols naar de basis van het derde middenhandsbeen, in de middelvingerstraal. De oorsprong is relatief peesrijk. Anatomisch onderzoek beschrijft samenhang met het gewrichtskapsel en laterale bandstructuren. Dat maakt onderscheid tussen spierbuikpijn en pijn van pees of gewricht belangrijk; een anatomische verbinding bewijst op zichzelf geen verkleving. De zenuwvoorziening kan via verschillende takken van de radiale zenuw verlopen.

Functie

Werkt vooral als polsstrekker en houdt de pols stabiel terwijl de vingerbuigers grijpkracht leveren.

Pijn & uitstraling

Vooral de rugzijde van pols en hand wordt beschreven. In onderzoek bij mensen met laterale elleboogpijn konden actieve punten in ECRB ook herkenbare elleboog- of onderarmpijn oproepen. De boekkaart neemt daarom een ellebooggebied mee. Dit zijn geen percentages voor iedereen met polspijn en er is geen afzonderlijke bewezen kaart per zenuwtak, vezelgebied of type-I- of type-II-vezel.

Symptomen & beperkingen

  • Pijn op de handrug of achterzijde van de pols.
  • Pijn bij grijpen of belasten van de polsstrekkers.

Belasting & onderhoudende factoren

Herhaald krachtig grijpen, veel draaien met gereedschap en langdurig belasten in een lastige polsstand kunnen klachten uitlokken. Welke aanpassing helpt, hangt af van de taak. De geraadpleegde literatuur bespreekt dat een bepaalde tennisgreepmaat of trillingsdemper niet zonder meer als bewezen oplossing kan worden voorgeschreven.

Epidemiologie & onderzoek

De hoge percentages in de geraadpleegde literatuur komen uit geselecteerde groepen met laterale elleboogpijn. Het onderzoek beschrijft ook latente punten aan de symptoomvrije kant.

Klinische context

Een peesaandoening bij de elleboog, radiale-tunnelsyndroom, cervicale radiculaire pijn en lokale polsproblemen kunnen hetzelfde klachtengebied bereiken.

Zelfzorg bij extensor carpi radialis brevis

De polsstrekkers houden de hand stabiel tijdens grijpen; de brachioradialis helpt de elleboog buigen. Pijn aan de buitenzijde van de elleboog kan ook uit pezen komen. Stevige rek kan bij aanhechtingsklachten juist ongunstig zijn.

Bij deze polsstrekker is de samenwerking met grijpkracht belangrijk. Oefen eerst met ontspannen vingers en voeg geen stevige knijpoefening toe zolang lichte dagelijkse belasting duidelijk irriteert. Een eventuele latere rek kan ook met gebogen elleboog worden uitgevoerd. Begin zonder extra handdruk. Bij aanhechtingspijn kan rek juist irriteren en krijgt gedoseerde belasting voorrang in een persoonlijk plan.

Belasting in je dag aanpassen

Gebruik twee handen bij een zware kan of pan en laat de pols zoveel mogelijk comfortabel in het verlengde van de onderarm.

Wissel herhaald grijpen, typen of gereedschapswerk af. Gebruik een greep waarbij je niet voortdurend maximaal hoeft te knijpen.

Pols en elleboog rustig bewegen

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Pols en elleboog rustig bewegen. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ondersteun de onderarm

    Leg de arm op tafel, met de hand vrij over de rand en ontspannen vingers.

  2. Beweeg de pols klein

    Breng de hand rustig iets omhoog en omlaag, zonder gewicht of extra rek met de andere hand.

  3. Wissel af met de elleboog

    Buig en strek vervolgens rustig de elleboog met de duim omhoog. Kies de beweging die past bij de besproken spier.

Rustig opbouwen

Begin met 5 rustige bewegingen. Probeer eventuele druk 15 tot 30 seconden en laat daarna los. Bouw weerstand pas op als dagelijkse lichte taken goed gaan.

Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, scherpe peespijn of een slechtere grip. Een dikke of rode elleboog, of duidelijk minder kunnen strekken, vraagt beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Lichte massage kan op het zachte spierdeel van de onderarm, niet op de pijnlijke botpunt van de elleboog. Houd druk kort en licht; hard doorduwen of zenuwpijn opzoeken is niet nodig.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1030.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1032.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1043.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1047.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1048.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1058.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1047.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1061.
  • Zelfzorg bij extensor carpi radialis brevis: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Pols en elleboog rustig bewegen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Illustratie 1: Figuur 34.3B — extensor carpi radialis brevis: vooral de handrug en dorsale pols; ook pijn rond de laterale elleboog en in de onderarm is beschreven (hoofdstuk 34, §3.1). Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1051.