Extensor carpi radialis longus

M. extensor carpi radialis longus

Ook bekend als: ECRL, lange radiale polsstrekker.

Figuur 34.3C — ECRL: eigen spier en uitstraling bij elleboog en duimbasis.
Figuur 34.3C — ECRL: eigen spier en uitstraling bij elleboog en duimbasis.

In het kort

Extensor carpi radialis longus is een afzonderlijke polsstrekker met een eigen aanhechting en afzonderlijk beschreven pijnpatroon.

Anatomie

De lange radiale polsstrekker begint aan het onderste derde van de laterale bovenarmrichel, tussen de oorsprong van de brachioradialis en de buitenste elleboogknobbel. De spierbuik ligt relatief hoog in de onderarm en gaat over in een lange pees. Die loopt over de rugzijde van de pols naar de dorsoradiale basis van het tweede middenhandsbeen, bij de wijsvingerstraal. De pees eindigt aan de basis, niet bij de knokkel. Kleine extra peesbundels kunnen voorkomen. De radiale zenuw verzorgt de spier; zenuwtakken en de overlap met de naastgelegen ECRB variëren.

Functie

Strekt de pols en beweegt hem richting duimzijde. De verhouding tussen beide acties verandert met de onderarmstand.

Pijn & uitstraling

De kaart toont pijn bij de buitenste elleboogknobbel en mogelijke uitbreiding via de radiale onderarm naar de handrug bij de anatomische snuifdoos, naast de duimbasis. Een patiënt kan dat als duimpijn omschrijven. De spier hecht zelf aan het tweede middenhandsbeen: de plaats waar pijn wordt gevoeld is dus niet hetzelfde als de aanhechting. De geraadpleegde literatuur geeft geen afzonderlijke betrouwbare pijnkaarten per zenuwtak of histologisch vezeltype.

Symptomen & beperkingen

  • Pijn bij krachtig vastpakken.
  • Pijn die door de patiënt soms als duimpijn wordt aangeduid.

Belasting & onderhoudende factoren

Herhaald krachtig grijpen, veel draaien met gereedschap en langdurig belasten in een lastige polsstand kunnen klachten uitlokken. Welke aanpassing helpt, hangt af van de taak. De geraadpleegde literatuur bespreekt dat een bepaalde tennisgreepmaat of trillingsdemper niet zonder meer als bewezen oplossing kan worden voorgeschreven.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur noemt 72,2% herkenbare elleboogpijn in één geselecteerde patiëntengroep uit een congresbijdrage. Dat is geen bevolkingsprevalentie.

Klinische context

Een peesaandoening bij de elleboog, radiale-tunnelsyndroom, cervicale radiculaire pijn en lokale polsproblemen kunnen hetzelfde klachtengebied bereiken.

Zelfzorg bij extensor carpi radialis longus

De polsstrekkers houden de hand stabiel tijdens grijpen; de brachioradialis helpt de elleboog buigen. Pijn aan de buitenzijde van de elleboog kan ook uit pezen komen. Stevige rek kan bij aanhechtingsklachten juist ongunstig zijn.

Deze polsstrekker beweegt de hand ook richting duimzijde. Begin met de kleine polsbeweging zonder extra zijwaartse handdruk; bij buitenste elleboogpijn kan ook de peesaanhechting betrokken zijn. Later kan eventueel polsbuiging licht richting pinkzijde met een meer gestrekte elleboog worden toegevoegd. Dat is geen startadvies bij scherpe pijn op de peesaanhechting. Vergelijk eerst een lichte tiltaak met gebogen elleboog en handpalm omhoog.

Belasting in je dag aanpassen

Gebruik twee handen bij een zware kan of pan en laat de pols zoveel mogelijk comfortabel in het verlengde van de onderarm.

Wissel herhaald grijpen, typen of gereedschapswerk af. Gebruik een greep waarbij je niet voortdurend maximaal hoeft te knijpen.

Pols en elleboog rustig bewegen

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Pols en elleboog rustig bewegen. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ondersteun de onderarm

    Leg de arm op tafel, met de hand vrij over de rand en ontspannen vingers.

  2. Beweeg de pols klein

    Breng de hand rustig iets omhoog en omlaag, zonder gewicht of extra rek met de andere hand.

  3. Wissel af met de elleboog

    Buig en strek vervolgens rustig de elleboog met de duim omhoog. Kies de beweging die past bij de besproken spier.

Rustig opbouwen

Begin met 5 rustige bewegingen. Probeer eventuele druk 15 tot 30 seconden en laat daarna los. Bouw weerstand pas op als dagelijkse lichte taken goed gaan.

Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, scherpe peespijn of een slechtere grip. Een dikke of rode elleboog, of duidelijk minder kunnen strekken, vraagt beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Lichte massage kan op het zachte spierdeel van de onderarm, niet op de pijnlijke botpunt van de elleboog. Houd druk kort en licht; hard doorduwen of zenuwpijn opzoeken is niet nodig.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1030.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1032.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1043.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1047.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1048.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1058.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1047.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1061.
  • Zelfzorg bij extensor carpi radialis longus: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Pols en elleboog rustig bewegen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
  • Illustratie 1: Figuur 34.3C — ECRL: eigen spier en uitstraling bij elleboog en duimbasis. Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1051.