Multifidus cervicis (diepe meerspleten nekspier)

M. multifidus cervicis

Ook bekend als: cervicale multifidi, diepe meerspleten nekspier.

De nekkaart toont het beschreven gebied tot de bovenste mediale schouderbladrand, zonder uitbreiding tot de onderste schouderbladpunt. De inzet toont twee voorbeeldbundels schematisch: vanuit lagere nekgewrichtsregio’s omhoog naar hoger gelegen laminae/doornuitsteeksels.
De nekkaart toont het beschreven gebied tot de bovenste mediale schouderbladrand, zonder uitbreiding tot de onderste schouderbladpunt. De inzet toont twee voorbeeldbundels schematisch: vanuit lagere nekgewrichtsregio’s omhoog naar hoger gelegen laminae/doornuitsteeksels.

In het kort

De cervicale multifidus bestaat uit korte overlappende bundels tussen nekwervels. Hij helpt kleine bewegingen en gewrichtsstand controleren.

Anatomie

De cervicale multifidus bestaat uit overlappende diepe bundels. Dissectieonderzoek beschrijft oorsprongen aan kapsels van de lagere nekgewrichten en dwarsuitsteeksels van de bovenste borstwervels. Van daar lopen bundels schuin omhoog en naar binnen naar de laminae en doornuitsteeksels van hoger gelegen nekwervels. Ze overbruggen ongeveer twee tot vijf niveaus; de precieze verdeling verschilt tussen mensen. De spier heeft geen schedelaanhechting. Alleen een verbinding tussen dwars- en doornuitsteeksels noemen zou de cervicale kapselaanhechtingen missen.

Functie

Draagt bij aan segmentale stabiliteit, strekken, zijwaarts buigen en tegengestelde rotatie. De geraadpleegde literatuur benadrukt fijnafstemming boven grote bewegingskracht.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur beschrijft pijn en gevoeligheid omhoog naar de regio direct onder het achterhoofd en soms omlaag langs de nek naar het bovenste deel van de mediale schouderbladrand. Ook diepe lokale pijn naast een doornuitsteeksel kan optreden. De kaart loopt niet langs de volledige binnenrand tot de onderste schouderbladpunt. Nekgewrichten kunnen vrijwel hetzelfde pijngebied geven; het patroon stelt geen spierdiagnose.

Symptomen & beperkingen

  • Diepe plaatselijke nekpijn.
  • Drukgevoeligheid met mogelijke uitstraling naar het bovenste schouderblad.

Belasting & onderhoudende factoren

De geraadpleegde literatuur noemt whiplash, een val op het hoofd, langdurige nekbuiging en aanhoudend werken met het hoofd buiten een neutrale positie.

Epidemiologie & onderzoek

Vetinfiltratie, kleinere doorsnede of veranderde activatie zijn onderzocht bij nekklachten. Deze beeldvormings- en functiematen zijn geen triggerpointprevalentie.

Klinische context

Nekgewrichtspijn, cervicale radiculaire klachten en occipitale neuralgie kunnen overlappen. Bot- of gewrichtsdrukpijn is niet specifiek voor een diepe spier.

Zelfzorg bij multifidus cervicis

De diepe achterste nekspieren werken samen om het hoofd te ondersteunen en kleine bewegingen te sturen. Ze liggen in verschillende lagen. Zelfzorg behandelt daarom de beweegfunctie van de nek als geheel; het is niet mogelijk om met een bal één diep spiertje precies los te drukken.

De korte diepe bundels werken over meerdere nekwervels. Ze zijn niet afzonderlijk voelbaar met een bal. Oefen de beweging rustig en houd de nek niet voortdurend strak vast.

Belasting in je dag aanpassen

Breng langdurig leeswerk hoger en dichterbij als je steeds met een sterk gebogen nek werkt. Bij een laptop kan een los toetsenbord helpen om scherm en handen afzonderlijk comfortabel te plaatsen.

Wissel houdingen en taken af. Kies een kussen dat steun geeft zonder je hoofd langdurig sterk naar voren of achteren te duwen.

Rustige beweegpauze voor de nek

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Rustige beweegpauze voor de nek. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ontspan met steun

    Zit met gesteunde onderarmen en kijk recht vooruit.

  2. Beweeg afzonderlijk

    Maak een kleine ja-beweging en keer terug. Draai daarna rustig links en rechts. Rol het hoofd niet in grote cirkels.

  3. Kom in beweging

    Sta op en loop kort rond. Hervat het werk met een comfortabele kijkafstand.

Rustig opbouwen

Begin met 3 kleine knikbewegingen en 3 rustige draaiingen per kant, bijvoorbeeld tijdens een werkpauze. Vergroot pas wanneer dit goed wordt verdragen.

Wanneer stoppen? Stop bij duizeligheid, tintelingen, nieuwe krachtvermindering of sterk toenemende pijn. Klachten na een ongeval vragen een passende beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Vermijd diepe zelfdruk met hulpmiddelen op de nekwervels of onder de schedelrand. De professionele gewrichts- en druktechnieken vragen onderzoek en begeleiding. Een halskraag is geen standaardonderdeel van deze zelfzorg.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 573.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 573.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 576.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 578.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 580.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 584.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 567.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 578.
  • Zelfzorg bij multifidus cervicis: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 589, 590, 591.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 589, 590, 591.
  • Rustige beweegpauze voor de nek: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 589, 590, 591.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 589, 590, 591.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 589, 590, 591.
  • Illustratie 1: De nekkaart toont het beschreven gebied tot de bovenste mediale schouderbladrand, zonder uitbreiding tot de onderste schouderbladpunt. De inzet toont twee voorbeeldbundels schematisch: vanuit lagere nekgewrichtsregio’s omhoog naar hoger gelegen laminae/doornuitsteeksels. Donnelly, hoofdstuk 16, bronp. 579.