Occipitalis (achterhoofdspier)
M. occipitalis
Ook bekend als: achterhoofdspier, venter occipitalis.

In het kort
De occipitalis vormt de achterste spierbuik van de occipitofrontalis. Zijn beschreven uitstraling kan van het achterhoofd tot diep achter het oog lopen.
Anatomie
Deze dunne spier ligt onder de huid achter het oor en over het achterhoofdsbeen. De gebruikelijke beschrijving loopt van de mastoïdregio en het laterale deel van de bovenste neklijn op de schedel naar de galea aponeurotica. Vorm en precieze begrenzing verschillen tussen mensen. Het is een oppervlakkige hoofdhuidspier, geen diepe spier onder de schedelrand.
Functie
Trekt de hoofdhuid naar achteren en ondersteunt samen met de frontalis bewegingen van het voorhoofd.
Pijn & uitstraling
De geraadpleegde literatuur beschrijft verspreide pijn over achter- en zijkant van het hoofd aan dezelfde zijde, soms met een dieper gevoel in de oogkas. Experimenteel opgewekte pijn en klinisch herkende pijn worden apart beschreven; een pijnkaart is dus geen vast traject dat iedereen voelt. Diepe oogpijn is niet specifiek voor de occipitalis.
Symptomen & beperkingen
- Hoofdpijn die van achteren naar het oog lijkt te lopen.
- Gevoeligheid achter op de hoofdhuid.
Belasting & onderhoudende factoren
De geraadpleegde literatuur beschrijft secundaire betrokkenheid bij suboccipitale triggerpoints en langdurige gelaats- of hoofdspanning.
Epidemiologie & onderzoek
De geraadpleegde literatuur geeft voor deze afzonderlijke spier geen betrouwbaar bevolkingspercentage van triggerpoints.
Klinische context
Occipitale neuralgie, cervicogene hoofdpijn en migraine kunnen dezelfde regio bereiken; de diepe oogpijn is niet specifiek voor deze spier.
Zelfzorg bij occipitalis
Frontalis en occipitalis zijn via de peesplaat van de hoofdhuid verbonden. Richt je op zachte zelfdruk, een ontspannen gelaatsuitdrukking en aandacht voor de nek. Hoofdpijn blijft wel een klacht met meerdere mogelijke oorzaken.
Bij de occipitalis blijft de aanraking op de achterste hoofdhuid. Ga niet diep onder de schedelrand zoeken: dat is een andere regio dan deze oppervlakkige hoofdhuidspier.
Belasting in je dag aanpassen
Merk op of je lang fronst, de wenkbrauwen optrekt of met de ogen knijpt. Maak kijken gemakkelijker met passend licht en een comfortabele schermpositie.
Laat de nek tijdens lezen of werken regelmatig bewegen. Een ontspannen hoofdhuid vraagt geen geforceerd rechte houding die je de hele dag vasthoudt.
Zachte aanraking en ontspanning
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ontspan het gezicht
Ga zitten met steun in de rug. Laat kaak en voorhoofd ontspannen.
Raak licht aan
Leg de zachte vingertoppen op het betreffende hoofdhuidgebied en maak kleine rustige bewegingen over de huid, zonder te schuren.
Laat los en vergelijk
Haal de hand weg. Beoordeel of het gebied prettiger voelt en ga daarna verder met een rustige activiteit.
Probeer 15 tot 30 seconden lichte aanraking, eenmaal, en beoordeel de reactie. Deze voorzichtige startdosering is een praktische vertaling van de boekadviezen.
Wanneer stoppen? Stop als de hoofdpijn toeneemt, de huid pijnlijk wordt of je duizelig wordt. Nieuwe, heftige of duidelijk veranderde hoofdpijn hoort bij een medische beoordeling.
Zelfmassage: wat past hier?
Voorhoofd: blijf ruim boven de oogkas en druk niet op het oog. Achterhoofd: blijf op de hoofdhuid en ga niet diep onder de schedelrand duwen. Gebruik geen hard massagehulpmiddel.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Gilkes et al. (2023) — The Occipitalis Muscle as an Adjunct Superficial Landmark
Anatomisch onderzoek
Dissectie van 18 zijden bij negen volwassen donoren toont de oppervlakkige ligging en variatie in vorm. Dit onderzoek beoordeelt geen triggerpointbehandeling en valideert geen uitstralingskaart.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 534.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 535.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 536.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 538.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 540.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 542.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 534.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 543.
- Zelfzorg bij occipitalis: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 543, 544, 545.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 543, 544, 545.
- Zachte aanraking en ontspanning: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 543, 544, 545.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 543, 544, 545.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 543, 544, 545.
- Illustratie 1: Figuur 14.2B — occipitalis: spierbuik achter op de schedel en het diepe oog-/achterhoofdspatroon. Donnelly, hoofdstuk 14, bronp. 539.