Sphincter ani externus (uitwendige anale sluitspier)
M. sphincter ani externus
Ook bekend als: uitwendige anale sluitspier.




In het kort
De uitwendige anale sluitspier is dwarsgestreept en staat gedeeltelijk onder willekeurige controle. Hij moet worden onderscheiden van de gladde interne sfincter.
Anatomie
De uitwendige anale sluitspier bestaat uit dwarsgestreept spierweefsel rondom het onderste anale kanaal. Er worden een diepe, oppervlakkige en onderhuidse laag onderscheiden. De oppervlakkige component heeft vooraan verbinding met het perineale lichaam en achteraan met de anococcygeale verbinding. De diepe laag ligt dicht bij de puborectalis-slinger. Deze drie lagen zijn geen drie losliggende ringen.
Functie
Draagt bij aan het ophouden van ontlasting en kan bewust extra worden aangespannen. Bij ontlasting hoort ook passend loslaten. Hij verschilt van de gladde, onwillekeurige inwendige sluitspier; beide werken samen maar vragen niet dezelfde verklaring of behandeling.
Pijn & uitstraling
De bron groepeert pijn rond anus, endeldarm, perineum en stuit bij meerdere achterste bekkenbodemspieren. Dit is geen exclusieve kaart van deze spier. Een drukkend gevoel of pijn tijdens zitten en ontlasting kan hierbij voorkomen, maar moet ook op andere anorectale, zenuw- en stuitgerelateerde oorzaken worden beoordeeld. De bron noemt soms pijn aan één zijde, maar toont geen aparte bewezen pijnkaart voor elk van de drie lagen.
Symptomen & beperkingen
- Moeilijk afgrensbare zeurende anale pijn.
- Ontlasting kan pijn geven of juist tijdelijk verlichting brengen; lichamelijke activiteit en stress kunnen samenhangen met meer klachten.
Belasting & onderhoudende factoren
Belasting, langdurig zitten, toiletgewoonten, eerdere klachten en spanning kunnen meespelen, maar zijn geen bewijs voor een plaatselijk vastzittende spier. De rol van de bekkenbodem wordt samen met lichamelijke en andere klachten beoordeeld.
Epidemiologie & onderzoek
De geraadpleegde literatuur biedt voor deze afzonderlijke structuur geen betrouwbare algemene triggerpointprevalentie. Onderzoeken bij geselecteerde mensen met chronische bekkenpijn beschrijven overlap van klachten en drukgevoelige plekken; die percentages gelden niet voor iedereen met bekkenklachten.
Klinische context
Afhankelijk van de klacht zijn onder meer urinewegen, darm en anus, gynaecologische oorzaken, zenuwgevoeligheid, huid en stuit relevant. Pijnlokalisatie alleen onderscheidt deze oorzaken niet. Nieuwe problemen met plassen, continentie of gevoel rond het kruis vragen directe beoordeling.
Zelfzorg bij sphincter ani externus
Bekkenbodemspieren werken samen bij steun, plassen, ontlasting en seksuele functies. Een pijnlijke bekkenbodem kan te gespannen zijn, maar pijn alleen zegt niet of meer kracht of juist ontspanning nodig is. Laat je individueel beoordelen voordat je inwendige zelfbehandeling overweegt.
Vermijd herhaald krachtig knijpen om pijn te testen. Bespreek anale pijn, bloedverlies of veranderingen in continentie; de oorzaak kan ook in slijmvlies, darm of andere anorectale structuren liggen.
Belasting in je dag aanpassen
Onderbreek langdurig zitten en zoek een comfortabele drukverdeling. Bij stuitpijn kan afwisselen tussen zitten en staan prettiger zijn.
Let op onbewust aanspannen van buik, billen en bekkenbodem tijdens concentreren. Krachtig blijven knijpen is geen algemene oplossing voor bekkenpijn.
Ontspannen met rustige ademhaling
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Neem een comfortabele houding
Lig op de rug met knieën gesteund of op de zij met een kussen tussen de benen.
Adem rustig
Laat de onderste ribben en buik vanzelf meebewegen. Forceer de ademhaling niet.
Laat spanning los
Ontspan kaak, buik en billen. Probeer de bekkenbodem niet omlaag te persen en knijp niet herhaald om te testen of het lukt.
Begin met 5 rustige ademhalingen in een comfortabele houding. Dit is een ontspanningsmoment, geen afzonderlijke behandeling van één bekkenbodemspier.
Wanneer stoppen? Stop als de bekkenpijn toeneemt. Bespreek pijn bij plassen, ontlasting of seks. Niet kunnen plassen, nieuw verlies van blaas- of darmcontrole of gevoelsverlies rond het kruis vraagt direct medische hulp.
Zelfmassage: wat past hier?
Geen inwendige druk-, rek- of wandtechnieken zonder een persoonlijk plan van een bekkenfysiotherapeut of andere bevoegde behandelaar. Zulke technieken vragen begeleiding en zijn geen algemene thuisinstructie. Gebruik ook uitwendig geen harde bal op het perineum.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1566.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1566.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1574.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1576.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1577.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1591.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1594.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1578.
- Zelfzorg bij sphincter ani externus: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1596, 1597, 1598.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1596, 1597, 1598.
- Ontspannen met rustige ademhaling: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1596, 1597, 1598.
- Ontspannen met rustige ademhaling: Thuisarts — wanneer hulp zoeken bij rugpijn
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1596, 1597, 1598.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1596, 1597, 1598.
- Illustratie 1: Vereenvoudigde dwarsdoorsneden: de binnenste gladde sluitspierring en de buitenste dwarsgestreepte sluitspierring. Overige lagen zijn niet volledig weergegeven. Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1567.
- Illustratie 2: Transversus perinei superficialis: dwarslopende bundels naar het perineale lichaam. Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1567.
- Illustratie 3: Diepe perineale laag tussen levator en membraan; recente bevindingen nuanceren het klassieke spiermodel. Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1567.
- Illustratie 4: Gedeeld voorbeeld van pijn in stuit-, anale en diepere achterste bekkenregio. Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1572.