Biceps Brachii (tweehoofdige armspier)

M. Biceps Brachii

Ook bekend als: tweehoofdige armspier, biceps, caput longum bicipitis, caput breve bicipitis.

Figure 30.2. Referred pain pattern (essential zone is solid red, spillover zone stippled red) of trigger points in the right biceps brachii muscle.
Figure 30.2. Referred pain pattern (essential zone is solid red, spillover zone stippled red) of trigger points in the right biceps brachii muscle.

In het kort

De biceps brachii buigt de elleboog en draait de handpalm omhoog. Zijn beschreven myofasciale pijn ligt vooral oppervlakkig vóór op de schouder en over de voorkant van de bovenarm.

Anatomie

De lange bicepskop begint boven de schouderkom en aan het bovenste labrum. Zijn pees loopt over de bovenarmkop en daarna door de groeve aan de voorzijde van de bovenarm. De korte kop begint aan het ravenbekuitsteeksel, naast de coracobrachialis. Lager verenigen de spierbuiken zich; de gezamenlijke pees gaat over de elleboog naar de tuberositas radii van het spaakbeen. Een aparte peesplaat waaiert uit naar de onderarmfascie. De biceps hecht dus aan het spaakbeen, terwijl de brachialis aan de ellepijp vastzit. Binnen beide bicepskoppen zijn kleinere compartimenten met eigen zenuwtakken beschreven.

Functie

De biceps buigt de elleboog en supineert de onderarm, vooral wanneer kracht nodig is en de elleboog al enigszins gebogen is. Daarnaast helpt hij voorwaarts heffen van de arm; de lange kop heeft een aanvullende rol bij schouderstabiliteit en heffen met uitgedraaide arm.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur beschrijft vooral een oppervlakkig pijngebied vóór op de schouder en over de voorzijde van de bovenarm. Soms komt daar de elleboogplooi of het gebied boven het schouderblad bij. De buitenzijde van de schouder blijft meestal vrij. Anders dan de anatomische onderverdeling in lange kop, korte kop en kleinere compartimenten, is de afgebeelde pijnkaart gezamenlijk: er zijn geen afzonderlijke bewezen uitstralingskaarten per compartiment of histologisch vezeltype. De beschrijving is doorgaans oppervlakkiger dan de diepe voorste schouderpijn bij de infraspinatus.

Symptomen & beperkingen

  • Zeurende pijn vóór op schouder en bovenarm, vooral bij boven schouderhoogte heffen.
  • Pijn of gevoeligheid in de elleboogplooi.
  • Pijnlijke zwakte bij tillen; soms een knappend of schurend gevoel hoog in de schouder.

Belasting & onderhoudende factoren

Krachtig of herhaald elleboogbuigen en de handpalm omhoog draaien, zwaar tillen met gesupineerde onderarm en plotselinge overstrekking zijn beschreven belastingen. Voorbeelden zijn een schroevendraaier gebruiken, sneeuw scheppen en een zware doos ver van het lichaam tillen.

Epidemiologie & onderzoek

De klinische bespreking legt nadruk op samen voorkomen met infraspinatus-, brachialis-, supinator- en triceps-triggerpoints. Een algemeen percentage biceps-triggerpoints wordt niet vastgesteld. Experimenteel opgewekte pijn rond de distale bicepspees is bovendien geen meting van de prevalentie van spiertriggerpoints.

Klinische context

Bicepspees- of slijmbeursproblemen, glenohumerale artrose en C5–C6-radiculaire klachten kunnen vergelijkbare pijn geven. Het onderscheid vraagt onderzoek van spier, pees, schouder en nek; lokale gevoeligheid aan de voorzijde van de schouder is op zichzelf niet beslissend.

Zelfzorg bij biceps brachii

De biceps buigt de elleboog en draait de handpalm omhoog. Ook de schouderstand beïnvloedt de spanning. Lang dragen met gebogen elleboog kan daardoor anders voelen dan een korte tilbeweging.

Belasting in je dag aanpassen

Verdeel boodschappen over kleinere lasten en wissel de greep af. Een neutrale greep met de duim omhoog kan prettiger zijn dan langdurig de handpalm omhoog houden.

Laat bij telefoon- of instrumentgebruik de elleboog tussendoor ontspannen strekken. Zoek in bed een houding waarin de elleboog niet steeds strak opgevouwen blijft.

Buigen, strekken en de hand draaien

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Buigen, strekken en de hand draaien. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Steun de bovenarm

    Zit met ontspannen schouder en de elleboog dichtbij de romp.

  2. Beweeg zonder gewicht

    Buig en strek de elleboog rustig, zonder de laatste centimeters te forceren.

  3. Draai rustig

    Houd de elleboog gebogen en draai de handpalm rustig omhoog en terug naar de duim-omhoogstand.

Rustig opbouwen

Begin met 5 rustige herhalingen van iedere beweging. Eventuele massage: kort licht contact van 15 tot 30 seconden. Dit is een voorzichtige startkeuze.

Wanneer stoppen? Stop bij scherpe pijn, tintelingen of plotseling krachtsverlies. Een knap met blauwe plek of veranderde spiercontour na belasting vraagt beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Ondersteun de arm en masseer desgewenst licht over de spierbuik aan de voorzijde van de bovenarm. Druk niet diep in de elleboogplooi of oksel en knijp niet hard langs de binnenrand van de arm.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 920.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 921.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 925.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 929.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 929.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 935.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 936.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 937.
  • Zelfzorg bij biceps brachii: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 940, 941, 942.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 940, 941, 942.
  • Buigen, strekken en de hand draaien: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 940, 941, 942.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 940, 941, 942.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 940, 941, 942.
  • Illustratie 1: Figure 30.2. Referred pain pattern (essential zone is solid red, spillover zone stippled red) of trigger points in the right biceps brachii muscle. Donnelly, hoofdstuk 30, bronp. 930.