Coracobrachialis (ravenbek-armspier)

M. Coracobrachialis

Ook bekend als: ravenbek-armspier.

Figure 29.2. Pain pattern (red) referred from a trigger point (TrP) in the right coracobrachialis muscle. TrPs are likely to be found as far distally as the middle of the muscle belly. In patients with milder involvement, the pain may extend only to the elbow.
Figure 29.2. Pain pattern (red) referred from a trigger point (TrP) in the right coracobrachialis muscle. TrPs are likely to be found as far distally as the middle of the muscle belly. In patients with milder involvement, the pain may extend only to the elbow.

In het kort

De coracobrachialis is een kleine spier aan de binnen-voorzijde van de bovenarm. Hij kan voorste schouderpijn geven met een opvallende uitbreiding over de achterkant van arm en hand.

Anatomie

De coracobrachialis begint aan de punt van het ravenbekuitsteeksel van het schouderblad, diep bij de gezamenlijke oorsprong met de korte bicepskop. Hij loopt aan de voor-binnenzijde van de bovenarm naar de mediale rand van de bovenarmschacht, ongeveer halverwege. Hij eindigt dus op de bovenarm en loopt niet over de elleboog. De nervus musculocutaneus verzorgt de spier en loopt vaak tussen een oppervlakkig en een diep deel, maar dat verloop varieert. Zenuwen en de armslagader liggen dichtbij: stevig diep drukken aan de binnenkant van de arm is geen geschikte algemene zelfzorginstructie.

Functie

De coracobrachialis helpt de arm voorwaarts heffen en naar de romp bewegen. Samen met de korte bicepskop en andere schouderspieren draagt hij bij aan de stand en stabiliteit van het schoudergewricht.

Pijn & uitstraling

Het hoofdgebied ligt vóór op de schouder, over het voorste deltoïdgebied. Het beschreven patroon kan daarnaast over de achterkant van de bovenarm, de rugzijde van de onderarm en de handrug tot de top van de middelvinger lopen. De elleboog en pols kunnen daarbij juist worden overgeslagen. De geraadpleegde literatuur beschrijft gevoelige plekken op verschillende hoogten in de spier, maar geeft daarvoor geen afzonderlijke betrouwbare pijnkaarten per vezelgroep. Dit patroon onderscheidt op zichzelf geen spierpijn van een zenuwprobleem.

Symptomen & beperkingen

  • Pijn bij achter het lichaam reiken, bijvoorbeeld naar een achterzak of bij het instoppen van een shirt.
  • Moeite met volledig voorwaarts heffen en de arm vervolgens achter het oor naar de middenlijn brengen.
  • Bij geïsoleerde betrokkenheid hoeft gewoon zijwaarts heffen met gebogen elleboog niet pijnlijk te zijn.

Belasting & onderhoudende factoren

Herhaald opdrukken, klimmen, zwemmen, werpen en tillen met uitgestrekte armen kunnen de spier belasten. Ook voorwerpen van hoog naar laag verplaatsen en langdurige immobilisatie met de arm tegen het lichaam worden genoemd.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur beschrijft dat coracobrachialis-triggerpoints meestal samen met triggerpoints in functioneel verwante schouderspieren voorkomen. Het geeft hiervoor geen algemeen prevalentiepercentage; de klinische beschrijving ondersteunt onderzoek van de hele schoudergordel.

Klinische context

C7-radiculaire klachten, subacromiale of acromioclaviculaire problemen en andere schouderspieren kunnen hetzelfde patroon geven. Beknelling van de nervus musculocutaneus is een apart aandachtspunt bij zwakte of atrofie van biceps en brachialis. Ook pijn van de gezamenlijke peesaanhechting van de coracobrachialis en korte bicepskop bij het processus coracoideus is een andere mogelijke verklaring.

Zelfzorg bij coracobrachialis

De coracobrachialis ligt aan de binnenzijde van de bovenarm en helpt de arm naar voren en naar het lichaam brengen. In dit gebied lopen zenuwen. Zelfzorg richt zich daarom eerst op belasting en comfortabele beweging.

Belasting in je dag aanpassen

Houd bij tillen de ellebogen dichter bij het lichaam. Verminder tijdelijk veel opdrukken, bankdrukken of werpen als dit de klacht oproept.

Ondersteun de arm tijdens slapen. Vermijd een rustpositie waarin de schouder langdurig onder spanning blijft.

Ondersteund voorwaarts schuiven

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ondersteund voorwaarts schuiven. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ga aan een tafel zitten

    Leg de onderarm op een handdoek met ontspannen schouder.

  2. Schuif een klein stukje vooruit

    Laat de hand over de tafel glijden en beweeg de romp rustig mee, zonder gewicht aan de arm.

  3. Kom rustig terug

    Trek niet krachtig aan de arm. Stop vóór een scherpe rek of knelling.

Rustig opbouwen

Start met 5 korte glijbewegingen. Dit is een lichte functionele start; de verdergaande deurpostrek wordt niet automatisch aan iedereen aangeraden.

Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, gevoelloosheid of toenemende uitstralende pijn. Bespreek aanhoudende zwakte of armklachten met een zorgverlener.

Zelfmassage: wat past hier?

Aan de binnenzijde van de bovenarm lopen zenuwen vlakbij; vermijd sterke druk op die plek. Zoek hier niet diep met een duim, bal of massagepistool. Laat een eventuele gerichte techniek eerst voordoen.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 901.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 902.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 903.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 905.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 907.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 911.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 912.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 912.
  • Zelfzorg bij coracobrachialis: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 914, 915, 916, 918.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 914, 915, 916, 918.
  • Ondersteund voorwaarts schuiven: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 914, 915, 916, 918.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 914, 915, 916, 918.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 914, 915, 916, 918.
  • Illustratie 1: Figure 29.2. Pain pattern (red) referred from a trigger point (TrP) in the right coracobrachialis muscle. TrPs are likely to be found as far distally as the middle of the muscle belly. In patients with milder involvement, the pain may extend only to the elbow. Donnelly, hoofdstuk 29, bronp. 906.