Infraspinatus (onderdoornspier)
M. Infraspinatus
Ook bekend als: onderdoornspier, exorotator schouder, rotator cuff.

In het kort
De infraspinatus ligt achter op het schouderblad, maar zijn kenmerkende uitstralingspijn wordt juist diep vóór in de schouder gevoeld. Bewegen en slapen kunnen daardoor flink beperkt zijn.
Anatomie
De infraspinatus begint aan de mediale twee derde van de groeve onder de schouderbladkam en aan de omliggende fascie. Er zijn bovenste, middelste en onderste spiergebieden. Bovenste vezels lopen meer horizontaal; middelste en onderste vezels lopen schuin omhoog en naar buiten naar de gezamenlijke pees. De pees hecht vooral aan het achterste, middelste facet van het tuberculum majus en heeft verbindingen met kapsel en supraspinatuspees. Anatomisch onderzoek beschrijft ook bindweefselverbindingen met onder meer de achterste deltoïdspier. Dat toont samenhang tussen weefsels, maar bewijst niet dat een pijnlijke schouder door een vastzittende fasciale verbinding komt.
Functie
De infraspinatus draait de bovenarm naar buiten en helpt de bovenarmkop gecentreerd te houden tijdens armbewegingen. Samen met de teres minor en de overige rotatorcuffspieren draagt hij bij aan de dynamische stabiliteit van de schouder.
Pijn & uitstraling
Diepe pijn vóór in de schouder is het belangrijkste beschreven gebied. Uitstraling kan via de voor-buitenzijde van de bovenarm naar de laterale onderarm en duimzijde van de hand lopen. Mogelijke uitbreiding betreft ook vingers, de mediale schouderbladrand en hoog achter in de nek. Een geconcentreerd pijnpunt op de buitenzijde van de elleboog past minder bij deze kaart dan bij de supraspinatus. De twee getoonde patronen worden in de geraadpleegde literatuur niet exclusief aan één van de drie anatomische spiergebieden gekoppeld; ook histologische vezeltypen hebben geen afzonderlijk onderbouwde pijnkaart.
Symptomen & beperkingen
- Diepe schouderpijn die ook in rust of tijdens de nacht aanwezig kan zijn.
- Moeite met achter de rug reiken, een jas aantrekken of naar de achterbank van de auto reiken.
- Pijn bij bovenhandse handelingen; soms vermoeidheid van de schoudergordel of verminderde grijpkracht.
Belasting & onderhoudende factoren
Onverwacht ver achteruit reiken, een val opvangen en zwaar bovenhands tillen met uitgedraaide arm worden genoemd. Langdurig op de pijnlijke schouder liggen of de bovenliggende arm ver naar voren laten hangen kan klachten onderhouden.
Epidemiologie & onderzoek
In de oorspronkelijke studie van Kwon et al. werden uitstralingspatronen bij 131 gevallen beoordeeld, binnen een klinische reeks van 297 patiënten en 380 onderzochte spieren. Pijn liep bij 55% naar de arm, bij 15,3% naar de laterale onderarm, bij 14,5% naar de bovenste achterzijde van de nek en bij 13,7% naar de radiale hand. Dit beschrijft de verdeling van pijngebieden in deze geselecteerde groep, niet hoe vaak triggerpoints in de bevolking voorkomen.
Klinische context
Het patroon kan lijken op C5–C6-radiculaire pijn, carpale-tunnelklachten of rotatorcuffpathologie. Ook beknelling van de nervus suprascapularis en gewrichtsproblemen moeten worden overwogen, vooral bij duidelijke atrofie, krachtverlies of neurologische verschijnselen.
Zelfzorg bij infraspinatus
De infraspinatus ligt op de achterkant van het schouderblad en draait de bovenarm naar buiten. Er zijn meerdere uitstralingsgebieden beschreven, zonder exclusieve koppeling aan elk van de drie anatomische spierdelen. Voor herstel gaat het ook om schouderbeweging en geleidelijk weer kunnen gebruiken van de arm.
Belasting in je dag aanpassen
Beperk tijdelijk vaak achter je grijpen, bijvoorbeeld naar de achterbank. Draai liever je romp mee.
Ondersteun de onderarm tijdens slapen of lang zitten als de schouder anders naar voren of achteren trekt. Bouw zware bovenhandse belasting geleidelijk op.
Buitenwaarts draaien met steun
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Houd de elleboog dichtbij
Zit of sta met de elleboog ongeveer 90 graden gebogen. Een klein opgevouwen handdoekje tussen bovenarm en romp kan steun geven.
Draai langzaam naar buiten
Beweeg de hand een klein stukje naar buiten zonder de elleboog weg te tillen of de romp mee te draaien.
Keer terug
Breng de hand rustig terug. Begin zonder elastiek of gewicht en adem door.
Start met 5 rustige draaiingen. Eventuele druk: eerst 15 tot 30 seconden licht contact. Dit is een voorzichtiger start dan de langere drukintervallen.
Wanneer stoppen? Stop bij toenemende armuitstraling, tintelingen, scherpe gewrichtspijn of merkbaar minder kracht. Laat aanhoudende nachtelijke pijn of functieverlies beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
Een zachte bal tegen de muur op het brede spierdeel achter op het schouderblad is beter doseerbaar dan met je volle gewicht op de vloer liggen. Blijf van de botrand af. Gebruik lichte druk en verplaats of stop direct bij tintelingen; het doel is comfort, niet een zo pijnlijk mogelijk punt.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Kwon et al. (2017) — Characteristics of myofascial pain syndrome of the infraspinatus muscle
Retrospectief klinisch onderzoek
De oorspronkelijke tabel geeft bij 131 casussen met uitstraling: bovenarm 55%, laterale onderarm 15,3%, bovenachterzijde van de nek 14,5% en radiale hand 13,7%. Het boek verwisselt bij de laatste drie gebieden aantallen en percentages. De casussen komen uit een reeks van 297 patiënten met 380 onderzochte spieren.
- Moccia et al. (2016) — Fascial bundles of the infraspinatus fascia: anatomy, function, and clinical considerations
Anatomisch dissectieonderzoek
Elf schouders werden uitvoerig onderzocht, gevolgd door zeventig schouders voor anatomische variatie. De studie beschrijft fasciale banden en verbindingen met de achterste deltoïdspier. Zij test geen zelfmassage, dry needling of klinische verklaring voor iedere schouderpijn.
- Fabrizio & Clemente (2014) — Anatomical structure and nerve branching pattern of the human infraspinatus muscle
Anatomisch dissectieonderzoek
Onderzoek van 48 spieren bij 24 lichamen beschrijft drie spiergebieden met eigen fasciale compartimenten en wisselende zenuwvertakking. Dit anatomische onderscheid is geen bewijs voor drie afzonderlijke klinische pijnkaarten.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 746.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 747.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 748.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 752.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 753.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 760.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 753.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 763.
- Zelfzorg bij infraspinatus: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 765, 766, 767, 768.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 765, 766, 767, 768.
- Buitenwaarts draaien met steun: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 765, 766, 767, 768.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 765, 766, 767, 768.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 765, 766, 767, 768.
- Illustratie 1: Infraspinatus: pijnverwijzing vanuit de achterzijde van het schouderblad naar de voorzijde van de schouder en de arm. Rood toont het kenmerkende gebied, lichtrood de mogelijke uitbreiding; de anatomische inzet toont scapula en bovenarm. Donnelly, hoofdstuk 22, bronp. 755.