Teres Minor (kleine ronde armspier)
M. Teres Minor
Ook bekend als: kleine ronde armspier, rotator cuff.

In het kort
De teres minor is een kleine rotatorcuffspier achter de schouder. Zijn pijngebied kan opvallend klein en diep zijn, waardoor iemand vooral één plek achter op de schouder aanwijst.
Anatomie
De teres minor begint aan een smalle strook op de achterzijde van de bovenste twee derde van de laterale schouderbladrand en aan aangrenzend bindweefsel. Hij ligt onder de infraspinatus en boven de teres major. De pees loopt naar het onderste facet van het tuberculum majus en het bot direct eronder; een deel sluit aan op het achterste gewrichtskapsel. De nervus axillaris verzorgt de spier. Soms heeft hij een eigen fasciecompartiment, soms deelt hij dit met de infraspinatus.
Functie
De teres minor ondersteunt het naar buiten draaien van de bovenarm en stabiliseert de bovenarmkop in de kom. Bij bovenhands bewegen werkt hij samen met de andere rotatorcuffspieren.
Pijn & uitstraling
Het primaire gebied ligt diep in het achterste deltoïdgebied, boven de aanhechting van de deltoideus op de bovenarm. Een groot, diffuus arm-schouderpatroon wordt zelden aan deze spier alleen toegeschreven. De geraadpleegde literatuur beschrijft daarnaast tintelingen of doofheid in ringvinger en pink in enkele klinische gevallen.
Symptomen & beperkingen
- Plaatselijke, diep gevoelde pijn aan de achterzijde van de schouder.
- Pijn bij boven schouderhoogte of achter het lichaam reiken en bij slapen op de aangedane zijde.
- Schouderpijn kan meer opvallen dan bewegingsbeperking; ringvinger- of pinkklachten vragen aparte beoordeling van zenuwbetrokkenheid.
Belasting & onderhoudende factoren
Plotselinge belasting bij omhoog en achteruit reiken of uit balans zwaar bovenhands tillen kan triggerpoints activeren. Bovenhandse sportbelasting en langdurig met opgeheven arm in een krappe werkruimte werken worden eveneens beschreven.
Epidemiologie & onderzoek
In een aangehaalde groep met aspecifieke schouderpijn werden actieve teres-minor-triggerpoints bij 45% gevonden. De spier komt vaak samen met de infraspinatus in beeld. Een afzonderlijke reeks van vier patiënten beschreef ringvinger- en pinksensaties; zo’n kleine casusreeks stelt geen algemene frequentie vast.
Klinische context
Rotatorcuffscheuren, een beperkte achterste gewrichtscapsule en quadrilateral-space-syndroom kunnen vergelijkbare schouderklachten geven. Gevoelsveranderingen in ringvinger en pink moeten ook worden onderscheiden van ulnaire neuropathie en C8-radiculaire klachten.
Zelfzorg bij teres minor
De teres minor werkt bij buitenwaarts draaien samen met de infraspinatus. De zelfzorg sluit daarom aan bij die voor de omliggende spieren. Oefeningen voor deze samenwerking zijn bruikbaarder dan proberen de kleine spier met harde druk te isoleren.
Belasting in je dag aanpassen
Verdeel bovenhandse belasting en vermijd herhaald ver achter je grijpen wanneer dat klachten oproept.
Ondersteun de pijnlijke arm tijdens slapen met een kussen. Houd de schouder prettig in plaats van haar langdurig naar een uiterste stand te trekken.
Buitenwaarts draaien zonder gewicht
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Steun de arm
Houd de bovenarm ontspannen langs de romp en buig de elleboog. Gebruik desgewenst een klein handdoekje tussen arm en romp.
Draai klein
Beweeg de hand naar buiten zonder de elleboog van de romp te tillen.
Ontspan weer
Keer rustig terug en laat spanning uit de schouder. De beweging hoeft niet groot te zijn.
Begin met 5 herhalingen, eenmaal per dag, zonder weerstand. Een latere opbouw met weerstand hoort bij een plan dat ook de andere schouderspieren meeneemt.
Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen in hand of vingers, meer uitstraling of duidelijke krachtvermindering. Zulke klachten niet uitsluitend aan een triggerpoint toeschrijven.
Zelfmassage: wat past hier?
De teres minor ligt bij de buitenrand van het schouderblad, dicht bij zenuwstructuren. Laat de plek eerst aanwijzen. Gebruik geen diepe druk in de oksel; een brede, zachte aanraking van de achterste schouder is een voorzichtigere keuze.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Bron et al. (2011) — High prevalence of shoulder girdle muscles with myofascial trigger points in patients with shoulder pain
Dwarsdoorsnedeonderzoek
Bron voor de circa 45% actieve teres-minortriggerpoints in deze klinische schouderpijngroep. De bevinding is afhankelijk van de geselecteerde populatie en het onderzoek van triggerpoints.
- Escobar & Ballesteros (1988) — Teres minor: source of symptoms resembling ulnar neuropathy or C8 radiculopathy
Casusserie
Vier beschreven gevallen met klachten die op ulnaire neuropathie of C8-radiculopathie leken. Een kleine casusserie onderbouwt herkenning van een mogelijk patroon, geen frequentie of diagnostische zekerheid.
- Chafik et al. (2013) — Teres minor muscle and related anatomy
Anatomisch dissectieonderzoek
Bij 31 schouders werden twee fasciale varianten beschreven: een afzonderlijk compartiment rond teres minor of een gezamenlijk compartiment met infraspinatus. De mogelijke relatie met zenuwbeknelling is anatomisch onderzocht; dit bewijst geen algemeen behandeleffect van fasciale technieken.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 774.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 774.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 775.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 778.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 779.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 783.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 779.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 784.
- Zelfzorg bij teres minor: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 786, 787.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 786, 787.
- Buitenwaarts draaien zonder gewicht: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 786, 787.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 786, 787.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 786, 787.
- Illustratie 1: Figure 23.2. Referred pain pattern (essential zone solid red, spillover zone stippled red) of TrPs in the right teres minor muscle. Donnelly, hoofdstuk 23, bronp. 780.