Supraspinatus (bovendoornspier)
M. Supraspinatus
Ook bekend als: bovendoornspier, rotator cuff, supraspinatuspees.

In het kort
De supraspinatus ligt boven de schouderbladkam en helpt de arm te heffen. Het beschreven pijnpatroon ligt vooral aan de buitenkant van de schouder en kan doorlopen naar de buitenzijde van de elleboog.
Anatomie
De supraspinatus begint aan de mediale twee derde van de groeve boven de schouderbladkam en aan de bedekkende fascie. De voorste en achterste vezelgebieden komen samen in een stevige pees. Die loopt onder het acromion door, over de bovenarmkop, naar het bovenste facet van het tuberculum majus. Diepe peesvezels sluiten aan op het gewrichtskapsel en op de omliggende rotator cuff. De spier zit dus boven de schouderbladkam; de infraspinatus ligt eronder.
Functie
Samen met de andere rotatorcuffspieren centreert de supraspinatus de bovenarmkop in de schouderkom. De spier draagt bij aan het zijwaarts heffen van de arm en is al actief vóór de armbeweging begint; hij werkt gedurende een groter deel van de beweging dan alleen de eerste graden.
Pijn & uitstraling
Een diepe zeurende pijn aan de buitenzijde van de schouder, rond het middelste deel van de deltoïdspier, staat op de voorgrond. Uitstraling kan langs de arm naar de buitenzijde van de elleboog en de onderarm lopen; de pols doet slechts af en toe mee. De geraadpleegde literatuur toont daarnaast een beperkter schouderpatroon bij een gevoelige peesaanhechting. Die gevoeligheid kan ook bij een peesaanhechtingsprobleem passen en is niet automatisch een triggerpoint in de spierbuik. De twee afbeeldingen zijn geen kaarten van verschillende histologische vezeltypen.
Symptomen & beperkingen
- Pijn bij beginnen met heffen en bij boven het hoofd reiken, bijvoorbeeld tijdens haren verzorgen.
- Een pijnlijke schouder bij liggen op de aangedane zijde of het dragen van een zware tas.
- Soms een diepe zeurende pijn in rust en een duidelijk pijnpunt aan de buitenzijde van de elleboog.
Belasting & onderhoudende factoren
Herhaald of langdurig boven schouderhoogte werken, met een gestrekte arm tillen en een zware last naast het lichaam dragen worden als belastingen genoemd. Een trekkende hond aan de riem kan dezelfde neerwaartse belasting op de schouder geven.
Epidemiologie & onderzoek
De geraadpleegde literatuur citeert actieve supraspinatus-triggerpoints bij 38% van een groep met aspecifieke schouderpijn. Het oorspronkelijke onderzoek bij 12 patiënten met schouderimpingement rapporteert 67%. De groepen en diagnoses verschillen; deze cijfers zijn geen prevalentie in de algemene bevolking.
Klinische context
Het klachtengebied overlapt met subacromiale of subdeltoïdale bursitis, andere rotatorcuffproblemen en C5–C6-radiculaire klachten. Ook de beweging van het schouderblad en het schoudergewricht moet worden beoordeeld; een pijnpatroon alleen onderscheidt deze oorzaken niet.
Zelfzorg bij supraspinatus
De supraspinatus behoort tot de rotator cuff en helpt bij het heffen en begeleiden van de arm. Een pijnlijke schouder kan daarnaast een pees- of gewrichtsprobleem hebben. Zelfzorg combineert minder piekbelasting met behoud van comfortabele beweging.
Belasting in je dag aanpassen
Verdeel werk boven schouderhoogte in korte stukken en laat de armen tussendoor zakken. Zet veelgebruikte spullen tijdelijk dichterbij.
Ondersteun in zijligging de bovenste onderarm op een kussen. Probeer te voorkomen dat de arm langdurig ver voor of achter het lichaam hangt.
Ondersteund langs de muur glijden
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Begin laag
Ga voor een muur staan met de onderarmen op een handdoek tegen de muur, ruim onder een pijnlijke eindstand.
Glijd rustig omhoog
Schuif een klein stukje omhoog terwijl de muur steun geeft. Laat het schouderblad natuurlijk meebewegen.
Kom beheerst terug
Schuif rustig terug en ontspan de armen. Blijf binnen een afstand die tijdens en na de oefening comfortabel is.
Begin met 5 korte glijbewegingen zonder gewicht. Dit is een lichte startvariant van de ondersteunde oefeningen.
Wanneer stoppen? Stop bij duidelijke verergering, tintelingen of een plotseling krachtsverlies. Een arm die na een val niet meer goed omhoog kan, vraagt beoordeling.
Zelfmassage: wat past hier?
De supraspinatus ligt deels onder de bovenste trapezius. Zoek niet hard met een hulpmiddel boven op het schouderblad. Laat eerst aanwijzen waar een eventuele zachte techniek kan worden toegepast; pees- en gewrichtspijn reageren niet noodzakelijk hetzelfde.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Bron et al. (2011) — High prevalence of shoulder girdle muscles with myofascial trigger points in patients with shoulder pain
Dwarsdoorsnedeonderzoek
Bron voor de circa 38% actieve supraspinatus-triggerpoints in een groep met niet-specifieke schouderpijn. Het betreft 72 geselecteerde patiënten.
- Hidalgo-Lozano et al. (2010) — Muscle trigger points and pressure pain hyperalgesia in shoulder muscles in patients with unilateral shoulder impingement: a blinded, controlled study
Geblindeerd patiënt-controleonderzoek
De oorspronkelijke publicatie noemt 67% bij 12 patiënten met schouderimpingement, vergeleken met 10 controles. Het boek drukt op deze plaats 65% af; de profieltekst volgt de oorspronkelijke publicatie.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 721.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 722.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 725.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 730.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 730.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 736.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 730.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 737.
- Zelfzorg bij supraspinatus: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 739, 740, 741, 742.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 739, 740, 741, 742.
- Ondersteund langs de muur glijden: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 739, 740, 741, 742.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 739, 740, 741, 742.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 739, 740, 741, 742.
- Illustratie 1: Supraspinatus: A toont de beschreven verwijzing vanuit de spierbuik; B het meer lokale pijngebied bij de peesaanhechting. De inzetten tonen schouderblad en bovenarm met de pees onder het acromion; omliggende botten zijn weggelaten. Donnelly, hoofdstuk 21, bronp. 729.