Latissimus Dorsi (brede rugspier)
M. Latissimus Dorsi
Ook bekend als: brede rugspier.

In het kort
De latissimus dorsi verbindt een groot deel van rug en bekken met de bovenarm. Zijn uitstralingspijn kan rond de onderste schouderbladpunt liggen of langs de binnenzijde van de arm naar de hand lopen.
Anatomie
Deze brede spier begint aan de onderste borst- en bovenste lendenwervelregio, de thoracolumbale fascie, de achterste bekkenkam en de onderste drie tot vier ribben. Soms is er een verbinding met de onderste schouderbladhoek. Bovenste vezels lopen meer horizontaal, middelste schuin en onderste meer verticaal naar de oksel. Daar draaien de bundels om elkaar en rond de teres major. De pees eindigt aan de voorzijde van de bovenarm, op de bodem van de groeve tussen de grote en kleine botknobbel. Hij hecht niet achterop de bovenarm aan.
Functie
De latissimus trekt de bovenarm naar achteren en naar de romp en draait hem naar binnen. Bij klimmen of steunen op de armen helpt hij de romp te verplaatsen. Via de thoracolumbale fascie bestaan mechanische verbindingen richting bekken en de bilspier aan de andere kant. Experimenteel onderzoek vindt overdracht van spanning, maar de zelfstandige bijdrage aan het strekken van de onderrug en vastzetten van het bekkengewricht lijkt beperkt. Een bindweefselverbinding bewijst geen oorzaak van pijn of vaste blokkade.
Pijn & uitstraling
Punten in de achterste okselplooi worden beschreven bij pijn rond de onderste schouderbladpunt en dezelfde zijde van de middenrug. Mogelijke uitbreiding loopt langs de achterste schouder en binnenzijde van arm, onderarm en hand naar ringvinger en pink. Lagere laterale punten kunnen juist pijn vóór op de schouder en aan de flank boven de bekkenkam geven. De geraadpleegde literatuur beschrijft daarnaast klassiek experimenteel onderzoek: prikkeling van meer verticale vezels nabij de oksel verwees vooral naar het schouderblad, prikkeling van oppervlakkige horizontale vezels vaker naar de arm. Dat is een tendens uit experimentele pijnopwekking, geen sluitende test per vezelbundel. Voor de voorste vezels aan de ribben noemt de bron geen vastgesteld pijnpatroon.
Symptomen & beperkingen
- Een aanhoudend zeurende pijn rond de onderste punt van het schouderblad.
- Soms arm- en handklachten aan de binnenzijde, met een patroon dat op zenuwpijn kan lijken.
- De provocerende beweging is niet altijd duidelijk; soms is diep inademen of belast bovenhands reiken pijnlijk.
Belasting & onderhoudende factoren
De geraadpleegde literatuur noemt herhaald trekken, klimmen, werpen, kruklopen en transfers vanuit een rolstoel. Ook lang met naar binnen gedraaide schouders zitten of slapen en plaatselijke druk van strakke kleding kunnen de spier belasten.
Epidemiologie & onderzoek
Voor latissimus-triggerpoints wordt in deze uitleg geen algemene populatieprevalentie vastgesteld. De beschreven pijnpatronen berusten op klinische waarnemingen en experimentele pijnopwekking; voor de voorste vezels aan de ribben wordt expliciet geen vastgesteld uitstralingspatroon genoemd.
Klinische context
Uitstraling langs de arm kan lijken op cervicale radiculaire pijn of ulnaire neuropathie. Bij de schouder worden ook bicepspeesproblemen en suprascapulaire zenuwbeknelling besproken. Pijn rond borstkas en schouderblad vraagt beoordeling van andere oorzaken, zeker wanneer ademhalen de klacht beïnvloedt.
Zelfzorg bij latissimus dorsi
De latissimus dorsi loopt van romp en bekken naar de bovenarm. Hij werkt bij trekken, klimmen en de arm naar het lichaam brengen. Een rek kan prettig zijn, maar aanhoudend zware trekbelasting vraagt ook een aangepaste opbouw.
Belasting in je dag aanpassen
Verminder tijdelijk zware trekbewegingen of reiken naar een hoge plank als die klachten oproepen. Houd spullen dicht bij je lichaam.
Ondersteun de arm tijdens slapen als lang boven het hoofd liggen of hangen juist irriteert.
Rustige rek met steun op het aanrecht
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Zet je handen neer
Leg beide handen op een stevig aanrecht op een comfortabele hoogte.
Beweeg de heupen naar achteren
Stap een klein stukje terug en buig rustig vanuit de heupen. Laat de armen ondersteund blijven; zak niet door een pijnlijke schouder.
Kom weer terug
Stop bij lichte rek langs de flank of achterste okselplooi. Adem uit en kom rustig overeind.
Begin met 2 of 3 rustige rekken van 10 tot 15 seconden. De aanrechtvariant is een alternatief wanneer knieën of enkels een kindhouding niet prettig vinden.
Wanneer stoppen? Stop bij scherpe schouder- of ribpijn, tintelingen of benauwdheid. Laat onverklaarde pijn bij ademhalen beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
Een lichte massage van het bereikbare zachte spierdeel aan de zijkant van de rug kan worden geprobeerd. Druk niet diep in de oksel of met een harde bal rechtstreeks op de ribben. Houd de ademhaling vrij.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Bogduk, Johnson & Spalding (1998) — The morphology and biomechanics of latissimus dorsi
Dissectieonderzoek met biomechanisch model
Anatomie van vijf lichamen werd gecombineerd met krachtberekeningen. De belangrijkste functie betreft armbeweging en het optrekken van de romp. De berekende zelfstandige bijdrage aan onderrugextensie en stabilisatie van het SI-gewricht was klein; het model is geen klinische behandelstudie.
- Carvalhais et al. (2013) — Myofascial force transmission between the latissimus dorsi and gluteus maximus muscles: an in vivo experiment
Experimenteel onderzoek bij 37 deelnemers
Actief en passief op spanning brengen van de latissimus veranderde de ruststand van de andere heup; alleen de actieve conditie verhoogde ook de gemeten passieve stijfheid. Dit ondersteunt mechanische samenhang, maar test geen pijnbehandeling of claim dat fascia moet worden losgemaakt.
- Dancker, Lambert & Brenner (2017) — Teres major muscle: insertion footprint
Anatomisch dissectieonderzoek
Aanvullende controle van de latissimusaanhechting: de pees eindigt op de bodem van de groeve, naast de afzonderlijke aanhechting van teres major op de mediale rand.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 789.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 790.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 791.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 797.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 800.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 802.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 799.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 803.
- Zelfzorg bij latissimus dorsi: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 804, 805, 807.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 804, 805, 807.
- Rustige rek met steun op het aanrecht: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 804, 805, 807.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 804, 805, 807.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 804, 805, 807.
- Illustratie 1: Figure 24.2. Referred pain patterns (essential portion is solid red, spillover portion is stippled red) referred from TrPs in the right latissimus dorsi muscle. A. Back view of the pain pattern from TrPs in their most common location within the axillary portion of the muscle. B. Front view of the same. C. Right latissimus dorsi muscle and attachments. D. Pain pattern of TrPs in the inferior portion of the muscle, which may also refer pain down the arm. Donnelly, hoofdstuk 24, bronp. 799.