Teres Major (grote ronde armspier)
M. Teres Major
Ook bekend als: grote ronde armspier.

In het kort
De teres major werkt nauw samen met de latissimus dorsi bij trekken en de arm naar binnen draaien. Bij zijn beschreven myofasciale klachten valt vooral scherpe achterste schouderpijn tijdens reiken op.
Anatomie
De teres major begint aan de onderste hoek en aangrenzende achter-buitenzijde van het schouderblad. De bundels draaien onderweg om elkaar en lopen vóór de lange kop van de triceps langs naar de voor-binnenzijde van de bovenarm. De pees hecht aan de mediale rand van de groeve tussen de bovenarmknobbels, de crista tuberculi minoris. Dat is een andere plek dan de bodem van die groeve, waar de latissimus dorsi eindigt. Teres major vormt samen met latissimus de achterste okselplooi en behoort niet tot de vier rotatorcuffspieren.
Functie
De teres major trekt de bovenarm naar achteren en naar de romp en draait hem naar binnen. Bij werpen en slaan werkt hij mee aan versnellen en afremmen; samen met de latissimus ondersteunt hij de schouderstabiliteit.
Pijn & uitstraling
Pijn wordt vooral achter op de schouder, diep achter in het schoudergewricht en over de lange kop van de triceps beschreven. Soms is er uitbreiding naar de achterzijde van de onderarm. De geraadpleegde literatuur noemt drie vaak onderzochte puntlocaties: bij de schouderbladhoek, midden in de achterste okselplooi en bij de spier-peesovergang. Het geeft daarvoor geen drie exclusieve pijnkaarten en evenmin afzonderlijke patronen per histologisch vezeltype.
Symptomen & beperkingen
- Scherpe achterste schouderpijn bij iets uit een hoog kastje pakken.
- Relatief weinig pijn in rust, met duidelijkere pijn bij bewegen of belasten.
- Pijnlijk eindstandig heffen of naar buiten draaien; de beperking hoeft niet het patroon van een frozen shoulder te volgen.
Belasting & onderhoudende factoren
Tennis, golf, roeien en werpen zijn voorbeelden van herhaalde extensie, adductie en inwendige rotatie. Langdurig met naar binnen gedraaide schouder zitten of met kracht sturen kan dezelfde spiergroep blijven belasten.
Epidemiologie & onderzoek
In een observationele studie van 72 patiënten met niet-traumatische, eenzijdige schouderpijn werden latente teres-major-triggerpoints bij 49% gevonden. Latent betekent dat de bevinding niet automatisch de spontane hoofdklacht verklaart; het cijfer geldt voor deze geselecteerde groep.
Klinische context
De geraadpleegde literatuur noemt overlap met subacromiale of subdeltoïdale bursitis, supraspinatuspeesproblemen en C6–C7-radiculaire klachten. Ook zenuwbeknelling rond de ruimtes tussen teres major, triceps en bovenarm kan achterste schouder- en armklachten veroorzaken.
Zelfzorg bij teres major
De teres major ligt bij de onderste buitenrand van het schouderblad en helpt de arm naar de romp en naar binnen te bewegen. Hij werkt nauw samen met de latissimus dorsi; de oefeningen zijn daarom deels vergelijkbaar.
Belasting in je dag aanpassen
Neem korte pauzes bij lang autorijden en ondersteun de onderarm waar mogelijk.
Doseer herhaald bovenhands tillen. Een kussen onder de arm kan in bed helpen een prettige ruststand te vinden.
Ondersteund reiken
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Zoek een stevige steun
Leg de handen op een tafel of aanrecht zonder de schouders op te trekken.
Schuif rustig naar voren
Beweeg de romp iets naar achteren, zodat de armen ondersteund boven het hoofd komen voor zover prettig.
Voel een milde rek
Blijf weg van een scherpe knelling in de schouder. Kom rustig terug en laat de armen ontspannen.
Begin met 3 korte bewegingen of rekken van ongeveer 10 seconden. Dit is een lichte startvariant van de schouderrek.
Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, gevoelloosheid, scherpe schouderpijn of toenemende uitstraling in de arm.
Zelfmassage: wat past hier?
De achterste okselplooi is lastig zelf te onderscheiden; een knijptechniek is daarom niet geschikt als algemene thuisoefening. Laat de plek eerst aanwijzen en gebruik daarna hooguit lichte druk op het zachte spierdeel. Vermijd diepe druk in de oksel.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Bron et al. (2011) — High prevalence of shoulder girdle muscles with myofascial trigger points in patients with shoulder pain
Dwarsdoorsnedeonderzoek
De 49% betreft latente teres-majortriggerpoints bij 72 patiënten met schouderpijn. Latent betekent dat de uitgelokte pijn niet als de bekende klacht werd herkend.
- Dancker, Lambert & Brenner (2017) — Teres major muscle: insertion footprint
Anatomisch dissectieonderzoek
Bij 28 armen van 14 lichamen werden de botaanhechtingen onderscheiden: teres major op de crista van de kleine knobbel, latissimus dorsi op de bodem van de bicipitale groeve. Geen onderzoek naar pijnpatronen of zelftherapie.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 810.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 811.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 812.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 814.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 816.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 818.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 814.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 819.
- Zelfzorg bij teres major: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 820, 821, 822.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 820, 821, 822.
- Ondersteund reiken: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 820, 821, 822.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 820, 821, 822.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 820, 821, 822.
- Illustratie 1: Teres major: voor- en achteraanzicht van het beschreven schouder- en armpijngebied, met aparte anatomische details van het spierverloop en de voorste bovenarmaanhechting. Donnelly, hoofdstuk 25, bronp. 815.