Obturator externus (buitenste afsluitspier)
M. obturator externus
Ook bekend als: buitenste afsluitspier.

In het kort
De buitenste afsluitspier loopt van de buitenkant van de obturatormembraan diep onder de heup naar het dijbeen. Zijn patroon mag niet worden afgeleid van internus.
Anatomie
Een diepe waaier op de buitenzijde van het obturatormembraan en de aangrenzende schaam- en zitbeentakken. De vezels gaan over in een pees die onder en achter de dijbeenhals langs loopt naar de trochantergroeve aan de mediale zijde van de grote draaier. Hij loopt niet door de kleine zitbeenuitsparing; die route hoort bij obturator internus. Van achteren wordt hij grotendeels bedekt door quadratus femoris. De peesaanhechting is niet de bovenste trochanterpunt waar piriformis gewoonlijk eindigt.
Functie
Draagt afhankelijk van de heupstand bij aan naar buiten draaien en naar binnen bewegen van het been. Modellen en dissecties wijzen ook op een bijdrage aan controle van de heupkop. Een modelstudie met drie heupen voorspelde een relatief grote bijdrage aan buigen en adductie rond een gestrekte heup; een andere studie beschreef uitwendige rotatie in neutrale en gebogen stand. Dit zijn verschillende meetbenaderingen, geen vaste oefenregel voor elke patiënt.
Pijn & uitstraling
De bron geeft geen zelfstandig gevalideerd triggerpointpatroon voor externus. Casussen van spierletsel noemen diep heup-, lies- of bilongemak. In een beschreven gecombineerd letsel van internus en externus is niet te bepalen welke spier welk gebied veroorzaakte. Daarom toont deze pagina anatomie en neemt zij de piriformis- of internuskaart niet over.
Symptomen & beperkingen
- Diep heup- of liesongemak kan bij spierletsel voorkomen.
- Een afzonderlijk gevalideerd triggerpoint-symptoomcluster voor externus ontbreekt in de bron.
Belasting & onderhoudende factoren
Snelle deceleratie en rotatie tijdens sport kunnen de diepe heuprotatoren belasten. De geraadpleegde literatuur geeft geen afzonderlijke triggerpoint-risicocijfers voor externus.
Epidemiologie & onderzoek
De geraadpleegde literatuur geeft geen afzonderlijke prevalentie van triggerpoints voor deze spier. Cijfers voor de spiergroep of voor patiënten met een bepaald pijnsyndroom mogen niet als een spier-specifiek bevolkingscijfer worden gelezen.
Klinische context
Diep gluteaal syndroom, een heupaandoening, spier- of peesletsel, zenuwwortelproblematiek en andere diepe heuprotatoren kunnen vergelijkbare klachten geven.
Zelfzorg bij obturator externus
De diepe heuprotatoren liggen onder de bilspieren. De piriformis is er één van; andere korte spieren hebben eigen aanhechtingen. De heupzenuw loopt dichtbij. Vermijd daarom sterke druk en langdurige rek die zenuwklachten oproepen.
Rustige heupbeweging is bedoeld als algemene start, niet om externus geïsoleerd los te maken. Druk niet diep in lies of tegen het schaambeen. Nieuwe sportpijn met duidelijk krachtsverlies of pijn bij belasten vraagt eerst beoordeling op letsel. De 15 cm op de illustratie is een voorbeeld van de beweging, geen verplichte afstand; jouw comfortabele uitslag kan kleiner zijn.
Belasting in je dag aanpassen
Wissel lang zitten af en laat de knieën niet voortdurend ver naar binnen of buiten gedraaid staan.
Ondersteun in zijligging zo nodig beide knieën en enkels met een kussen. Bouw lang op één been staan of zwaar sporten geleidelijk op.
Kleine heupdraaiing in zit
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Zit op een stevige stoel
Zet de bovenbenen ongeveer recht vooruit met de knieën gebogen.
Beweeg de voet naar buiten
Laat één voet een klein stukje naar buiten bewegen terwijl de knie ongeveer op dezelfde plek blijft. Hierdoor draait de heup naar binnen.
Keer rustig terug
Kom terug zonder met de hand de knie te duwen. Kies een kleine, comfortabele uitslag.
Begin met 5 kleine draaiingen per kant. Houd geen sterke eindstand vast. Dit is een milde variant van de actieve heuprotatie.
Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, gevoelloosheid of toenemende uitstraling naar onderbeen of voet. Nieuw krachtsverlies of problemen met plassen, ontlasting of gevoel rond het kruis vraagt direct medische beoordeling.
Zelfmassage: wat past hier?
Gebruik geen harde bal diep in de bil om de piriformis of een andere diepe rotator op te zoeken. Vooral bij tintelingen of uitstraling onder de knie is druk op de zenuwregio ongeschikt. Laat een specifieke techniek eerst beoordelen en aanleren.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Khodaee et al. (2015) — letsel van beide obturatoren
casusbeschrijving
Casus met letsel van internus én externus; de klachten kunnen niet als exclusief externus-triggerpointpatroon worden gelezen.
- Solomon et al. (2010) — variabele verbindingen van de diepe heuppezen
Primair onderzoek
Twintig donorheupen; gezamenlijke peesverbindingen beschreven. Chirurgische anatomie, geen triggerpoint- of zelfzorgonderzoek.
- Gudena et al. (2015) — anatomie en modelwerking van obturator externus
Primair onderzoek
Achttien donorheupen en een mechanisch model: uitwendige rotatie in neutrale/gebogen stand en adductie bij flexie. Functionele afleiding, geen pijnkaart.
- Vaarbakken et al. (2015) — positieafhankelijke werking van quadratus femoris en externus
Primair onderzoek
Draadmodellen van drie donorheupen. Voorspelde hefbomen verschillen per heupstand; dit model meet geen behandelsucces bij pijn.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1750.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1750.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1757.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1761.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1762.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1771.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1761.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1773.
- Zelfzorg bij obturator externus: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
- Kleine heupdraaiing in zit: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
- Kleine heupdraaiing in zit: Thuisarts — wanneer hulp zoeken bij rugpijn
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
- Illustratie 1: Obturator externus: buitenzijde obturatormembraan, pees onder/achter de dijbeenhals naar de trochantergroeve. Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1752.