Spieren van heup, bil en bovenbeen
Vergelijk bilspieren, heupbuigers, adductoren, hamstrings en quadriceps. Ontdek welke bewegingen zij ondersteunen en bekijk de uitleg bij de afzonderlijke spieren.
Kies je pijnlocatie op de lichaamskaart →Welke spier zoek je?
De plek waar je pijn voelt, hoeft niet de plek van de betrokken spier te zijn. De lichaamskaart ordent pijnlocaties; hieronder staan de spieren die anatomisch bij dit lichaamsgebied horen.
Adductor brevis
De korte dijaanvoerder vormt de middelste laag van de aanvoerders. Hij ligt achter longus en pectineus en vóór het grootste deel van magnus.
Ligging, functie en pijnpatroon →Adductor longus
De lange dijaanvoerder ligt oppervlakkig aan de binnenzijde van het bovenbeen. Longus en brevis hebben een overlappend beschreven pijnpatroon, maar hun aanhechtingen en diepte verschillen duidelijk.
Ligging, functie en pijnpatroon →Adductor magnus
De grote dijaanvoerder is een brede, diepe spier met een aanvoerend en een meer strekkend gedeelte. Zijn proximale triggerpoints kunnen anders verwijzen dan die in het middendeel.
Ligging, functie en pijnpatroon →Articularis genu (kniegewrichtsspier)
Articularis genu is een kleine diepe spier bij de voorkant van het kniegewricht. Hij wordt naast de quadriceps besproken vanwege zijn verbinding met het synoviale kapsel.
Ligging, functie en pijnpatroon →Biceps femoris (tweehoofdige dijspier)
De tweehoofdige dijspier vormt de laterale hamstring. De lange kop kruist heup en knie; de korte kop begint aan het dijbeen en kruist alleen de knie.
Ligging, functie en pijnpatroon →Gemellus inferior (onderste tweelingspier)
Gemellus inferior is één van de twee kleine tweelingspieren die de pees van obturator internus flankeren.
Ligging, functie en pijnpatroon →Gemellus superior (bovenste tweelingspier)
Gemellus superior is één van de twee kleine tweelingspieren die de pees van obturator internus flankeren.
Ligging, functie en pijnpatroon →Gluteus maximus (grote bilspier)
De grootste bilspier levert kracht bij opstaan, versnellen en bergop lopen. Zijn triggerpointpijn blijft meestal rond bil, heiligbeen en staartbeen; lange uitstraling door het been is voor deze spier niet kenmerkend.
Ligging, functie en pijnpatroon →Gluteus medius (middelste bilspier)
De middelste bilspier houdt het bekken gecontroleerd wanneer je op één been steunt. Er wordt samenhang beschreven met bil-, heup- en lage rugpijn, vooral bij staan en lopen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Gluteus minimus (kleine bilspier)
De kleinste bilspier ligt diep en kan een opvallend lang pijnpatroon door het been geven. Dat kan op ischias lijken, terwijl een spierpatroon en zenuwwortelklachten ook samen kunnen bestaan.
Ligging, functie en pijnpatroon →Gracilis (slanke dijbeenspier)
De gracilis is de oppervlakkige adductor die zowel heup als knie kruist. De beschreven warme, prikkende oppervlakkige pijn verschilt van de diepere liespijn uit andere adductoren.
Ligging, functie en pijnpatroon →Iliacus (darmbeenspier)
De iliacus is de waaier in de binnenkant van het bekken die samen met de psoas major de iliopsoas vormt. De klinische pijnpatronen worden grotendeels samen met de psoas major als iliopsoasgroep beschreven.
Ligging, functie en pijnpatroon →Obturator externus (buitenste afsluitspier)
De buitenste afsluitspier loopt van de buitenkant van de obturatormembraan diep onder de heup naar het dijbeen. Zijn patroon mag niet worden afgeleid van internus.
Ligging, functie en pijnpatroon →Obturator internus (binnenste afsluitspier)
De binnenste afsluitspier vormt een deel van de bekkenwand en draait scherp om het zitbeen naar de heup. Hij heeft in de geraadpleegde literatuur zowel een heup- als bekkenpijncontext.
Ligging, functie en pijnpatroon →Pectineus (kamspier)
De pectineus is een korte spier hoog in de lies. Zijn beschreven pijn blijft vooral diep onder de liesband en aan de bovenste binnenzijde van het bovenbeen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Piriformis (peervormige spier)
De piriformis verbindt het heiligbeen met het dijbeen en ligt dicht bij de grote beenzenuw. Pijn uit triggerpoints moet worden onderscheiden van het bredere, omstreden piriformissyndroom.
Ligging, functie en pijnpatroon →Popliteus (knieholtespier)
De popliteus is een kleine diepe spier achter de knie die de rotatie van de belaste knie controleert. Zijn triggerpointpijn concentreert zich vooral achter het kniegewricht.
Ligging, functie en pijnpatroon →Quadratus femoris (vierkante dijbeenspier)
De quadratus femoris is een korte, rechthoekige heupspier tussen zitbeen en dijbeen. Er zijn letselcasussen beschreven, maar voor deze uitleg is geen klassiek triggerpoint-uitstralingspatroon beschikbaar.
Ligging, functie en pijnpatroon →Rectus femoris (rechte dijspier)
De rechte dijspier is het deel van de quadriceps dat zowel heup als knie overspant. Het klassieke triggerpointpatroon concentreert zich rond de voorzijde en diepte van de knie.
Ligging, functie en pijnpatroon →Sartorius (kleermakersspier)
De sartorius loopt als een smalle band schuin over het bovenbeen naar de binnenzijde van de knie. Zijn beschreven triggerpointklachten zijn relatief oppervlakkig en kunnen scherp of tintelend aanvoelen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Semimembranosus (halfvliezige spier)
De halfvliezige spier is de dieper gelegen mediale hamstring. Hij heeft een brede proximale peesplaat en uitgebreide distale verbindingen rond de mediale knie.
Ligging, functie en pijnpatroon →Semitendinosus (halfpezige spier)
De halfpezige spier vormt de oppervlakkige mediale hamstring. Zijn lange eindpees loopt naar de binnenzijde van het scheenbeen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Tensor fasciae latae
De tensor fasciae latae ligt vooraan aan de buitenzijde van de heup en werkt via de tractus iliotibialis. Zijn pijnpatroon is korter dan dat van de gluteus minimus: vooral heup en voor-buitenzijde van het bovenbeen.
Ligging, functie en pijnpatroon →Tensor vastus intermedius
Dit afzonderlijk beschreven spiertje ligt tussen vastus lateralis en intermedius. De anatomie is beschreven; voor deze uitleg is geen eigen onderbouwde triggerpointkaart beschikbaar.
Ligging, functie en pijnpatroon →Vastus intermedius (middelste brede dijspier)
Vastus intermedius is de diepe, middelste kniestrekker. Hij ligt vrijwel volledig onder rectus femoris en wordt in de geraadpleegde literatuur vooral met pijn midden vóór in het bovenbeen verbonden.
Ligging, functie en pijnpatroon →Vastus lateralis (buitenste brede dijspier)
De buitenste brede dijspier is een omvangrijke kniestrekker met meerdere beschreven triggerpointzones langs het bovenbeen. Het pijnpatroon is daarom niet één enkele plek.
Ligging, functie en pijnpatroon →Vastus medialis (binnenste brede dijspier)
De mediale brede dijspier ligt aan de binnenzijde van het bovenbeen en draagt bij aan kniestrekking en controle van de knieschijf. Pijn en motorische remming hoeven volgens de geraadpleegde literatuur niet tegelijk aanwezig te zijn.
Ligging, functie en pijnpatroon →Spiergroepen in dit gebied
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling