Obturatoren en gemelli
Mm. obturator internus et externus
Afzonderlijke spieren
In het kort
De obturator internus en externus zijn diepe heuprotatoren aan weerszijden van het afsluitvlies van het bekken. Hun pijnpatronen zijn niet even uitgebreid beschreven: de duidelijkste triggerpointbeschrijvingen betreffen de internus.
Anatomie
De internus ontspringt aan de binnenkant van het bekken en loopt met zijn pees naar het gebied van de grote draaier, samen met de twee gemelli. De externus begint aan de buitenkant van het afsluitvlies en de schaam- en zitbeentakken en loopt diep naar de trochanterfossa.
Functie
Helpen bij buitenwaartse heuprotatie en dynamische heupstabiliteit. Met de voet op de grond kan de internus het bekken ten opzichte van de heupkop draaien. Hij heeft via zijn fascie ook een anatomische relatie met de bekkenbodem.
Pijn & uitstraling
Voor de internus beschrijft de geraadpleegde literatuur triggerpointverwijzing naar het staartbeengebied en de middelste achterzijde van het bovenbeen. Er staan tevens klinische observaties van verwijzing naar kuit en voetrug. Een afzonderlijk vast triggerpointpatroon voor de externus ontbreekt; lies- en heuppijn uit letselcasussen mag daar niet zonder meer voor doorgaan.
Symptomen & beperkingen
- Diepe heup- of bekkenklachten kunnen samengaan met pijn bij zitten.
- Verminderde binnenwaartse rotatie of adductie van de heup kan aanwezig zijn.
- De internus kan betrokken zijn bij bekkenpijn; symptomen alleen onderscheiden hem niet betrouwbaar van andere bekkenbodem- en heupspieren.
Belasting & onderhoudende factoren
De korte heuprotatoren kunnen overbelast raken bij krachtig afremmen van binnenwaartse rotatie, vooral als de grote bilspier onvoldoende bijdraagt. Langdurige verkorte houdingen en klachten van functioneel verwante bekken- en heupspieren kunnen eveneens meespelen.
Epidemiologie & onderzoek
De specifieke pijnliteratuur bevat casusbeschrijvingen en kleine klinische onderzoeken. Een casus met een verrekking van zowel internus als externus maakt niet duidelijk welke spier welk pijngebied veroorzaakte; er is hieruit geen afzonderlijke prevalentie af te leiden.
Klinische context
Andere bronnen zijn lumbale of SI-gewrichtspijn, heupletsel en bekkenbodemaandoeningen. De geraadpleegde literatuur vraagt bij aanwijzingen voor maag-darm- of urogenitale betrokkenheid om medische beoordeling. Bevindingen van inwendig onderzoek horen bij professioneel onderzoek met passende toestemming.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Khodaee et al. (2015) — letsel van beide obturatoren
casusbeschrijving
Betreft een strain van internus én externus bij een quarterback. De pijn kan niet eenduidig aan één van de twee spieren worden toegeschreven; dit is geen triggerpointkaart.
- Velleman et al. (2015) — acute obturator-internusstrain
casusbeschrijving
Ondersteunt liespijn in een letselcasus. Niet gebruiken als bewijs voor een klassiek triggerpoint-uitstralingsgebied.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1760.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1748.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1757.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1760.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1762.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1771.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1761.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1762.