Obturator internus (binnenste afsluitspier)

M. obturator internus

Ook bekend als: binnenste afsluitspier, OI.

Pubococcygeus: mediale levatorbundels en verbinding met de perineale/anococcygeale middenlijn.
Pubococcygeus: mediale levatorbundels en verbinding met de perineale/anococcygeale middenlijn.
Coccygeus: zitbeendoorn naar onderste heiligbeen en stuit, over de sacrospinale band.
Coccygeus: zitbeendoorn naar onderste heiligbeen en stuit, over de sacrospinale band.
Sacrococcygeus ventralis: variabele kleine bundels; aanhechtingsschema, niet op schaal.
Sacrococcygeus ventralis: variabele kleine bundels; aanhechtingsschema, niet op schaal.
Obturator internus: waaier aan de binnenzijde van de bekkenwand; de pees buigt door de kleine zitbeenuitsparing en loopt tussen de gemelli naar de grote draaier.
Obturator internus: waaier aan de binnenzijde van de bekkenwand; de pees buigt door de kleine zitbeenuitsparing en loopt tussen de gemelli naar de grote draaier.
Quadratus femoris: rechthoekige spier van de zitbeenknobbel naar de achterste kam tussen de trochanters. Regionale aanhechtingsvlakken zijn vereenvoudigd.
Quadratus femoris: rechthoekige spier van de zitbeenknobbel naar de achterste kam tussen de trochanters. Regionale aanhechtingsvlakken zijn vereenvoudigd.
Obturator internus: kern rond het stuitje en mogelijk veld over het achterste bovenbeen. De inset toont de spier aan de binnenzijde van het bekken.
Obturator internus: kern rond het stuitje en mogelijk veld over het achterste bovenbeen. De inset toont de spier aan de binnenzijde van het bekken.

In het kort

De binnenste afsluitspier vormt een deel van de bekkenwand en draait scherp om het zitbeen naar de heup. Hij heeft in de geraadpleegde literatuur zowel een heup- als bekkenpijncontext.

Anatomie

Begint aan de binnenzijde van de bekkenwand, op het obturatormembraan en omliggende botranden. De brede waaier loopt naar achteren en maakt vervolgens een duidelijke bocht om het zitbeen, door de kleine zitbeenuitsparing tussen zitbeendoorn en zitbeenknobbel. Buiten het bekken loopt de pees tussen gemellus superior en inferior naar de mediale zijde van de grote draaier. De bedekkende fascie heeft verbindingen met de bekkenbodem; de spier zelf is ook een heupspier. Dit verloop verschilt wezenlijk van obturator externus, die aan de buitenkant begint en onder de dijbeenhals langs loopt.

Functie

Kan meewerken aan heupstrekken, naar buiten draaien en zijwaarts bewegen. In een kleine EMG-studie met tien deelnemers verschilde de activiteit duidelijk per bewegingsrichting en heupstand. Dat pleit tegen de simpele voorstelling dat hij bij iedere beweging op dezelfde manier als een aanspanbare band stabiliseert. De verbinding met de bekkenbodem maakt een heupoefening niet automatisch een behandeling voor elke bekkenbodemklacht.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur toont een kern rond de stuit en een mogelijk veld over het middelste bovenste achterbeen. Diepe bekkenklachten kunnen samengaan met pijn in deze regio, maar zijn niet specifiek voor deze spier. Liespijn en verder reikende been- of voetklachten komen in afzonderlijke letselcasussen of klinische beschrijvingen voor; zij worden niet toegevoegd als algemeen bewezen triggerpointkaart. Andere bekken- en heupstructuren kunnen dezelfde pijngebieden geven.

Symptomen & beperkingen

  • Diepe bil-, heup- of bekkenpijn met hinder bij zitten.
  • Een vol gevoel in het rectum of vaginale pijn kan samengaan met internusbetrokkenheid, maar is niet specifiek genoeg voor een diagnose.

Belasting & onderhoudende factoren

Onverwachte interne rotatie onder belasting, sporttrauma en overbelasting van de diepe heuprotatoren worden genoemd. Bij bekkenpijn spelen ook langdurig zitten en regionale bekkenbodemspanning mee.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur verwijst onder meer naar een sportcasus met een obturator-internusverrekking. Zo’n letselcasus beschrijft geen triggerpointprevalentie en is geen bewijs voor een universele pijnkaart.

Klinische context

Diep gluteaal syndroom, een heupaandoening, spier- of peesletsel, zenuwwortelproblematiek en andere diepe heuprotatoren kunnen vergelijkbare klachten geven. Bij bekkenverwijzing moeten ook urologische, gynaecologische en anorectale oorzaken worden onderzocht.

Zelfzorg bij obturator internus

De diepe heuprotatoren liggen onder de bilspieren. De piriformis is er één van; andere korte spieren hebben eigen aanhechtingen. De heupzenuw loopt dichtbij. Vermijd daarom sterke druk en langdurige rek die zenuwklachten oproepen.

Oefen een kleine comfortabele heupdraaiing; dit is geen selectieve test voor deze diepe spier. Zoek hem niet met inwendige druk of met een harde bal onder het perineum. Bij bekken-, toilet- of seksuele klachten hoort beoordeling door een passende behandelaar bij de aanpak. De 15 cm op de illustratie is een voorbeeld van de beweging, geen verplichte afstand; jouw comfortabele uitslag kan kleiner zijn.

Belasting in je dag aanpassen

Wissel lang zitten af en laat de knieën niet voortdurend ver naar binnen of buiten gedraaid staan.

Ondersteun in zijligging zo nodig beide knieën en enkels met een kussen. Bouw lang op één been staan of zwaar sporten geleidelijk op.

Kleine heupdraaiing in zit

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Kleine heupdraaiing in zit. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder. De afstand in het beeld is slechts een voorbeeld; kies je eigen comfortabele bewegingsruimte.
  1. Zit op een stevige stoel

    Zet de bovenbenen ongeveer recht vooruit met de knieën gebogen.

  2. Beweeg de voet naar buiten

    Laat één voet een klein stukje naar buiten bewegen terwijl de knie ongeveer op dezelfde plek blijft. Hierdoor draait de heup naar binnen.

  3. Keer rustig terug

    Kom terug zonder met de hand de knie te duwen. Kies een kleine, comfortabele uitslag.

Rustig opbouwen

Begin met 5 kleine draaiingen per kant. Houd geen sterke eindstand vast. Dit is een milde variant van de actieve heuprotatie.

Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, gevoelloosheid of toenemende uitstraling naar onderbeen of voet. Nieuw krachtsverlies of problemen met plassen, ontlasting of gevoel rond het kruis vraagt direct medische beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Gebruik geen harde bal diep in de bil om de piriformis of een andere diepe rotator op te zoeken. Vooral bij tintelingen of uitstraling onder de knie is druk op de zenuwregio ongeschikt. Laat een specifieke techniek eerst beoordelen en aanleren.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1748.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1748.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1757.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1760.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1762.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1771.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1760.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1773.
  • Zelfzorg bij obturator internus: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Kleine heupdraaiing in zit: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Kleine heupdraaiing in zit: Thuisarts — wanneer hulp zoeken bij rugpijn
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Illustratie 1: Pubococcygeus: mediale levatorbundels en verbinding met de perineale/anococcygeale middenlijn. Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1570.
  • Illustratie 2: Coccygeus: zitbeendoorn naar onderste heiligbeen en stuit, over de sacrospinale band. Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1570.
  • Illustratie 3: Sacrococcygeus ventralis: variabele kleine bundels; aanhechtingsschema, niet op schaal. Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1570.
  • Illustratie 4: Obturator internus: waaier aan de binnenzijde van de bekkenwand; de pees buigt door de kleine zitbeenuitsparing en loopt tussen de gemelli naar de grote draaier. Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1752.
  • Illustratie 5: Quadratus femoris: rechthoekige spier van de zitbeenknobbel naar de achterste kam tussen de trochanters. Regionale aanhechtingsvlakken zijn vereenvoudigd. Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1752.
  • Illustratie 6: Obturator internus: kern rond het stuitje en mogelijk veld over het achterste bovenbeen. De inset toont de spier aan de binnenzijde van het bekken. Donnelly, hoofdstuk 52, bronp. 1572.