Pterygoideus Medialis (binnenste vleugelspier)

M. Pterygoideus Medialis

Ook bekend als: mediale pterygoïdeus, binnenste vleugelspier.

Mediale pterygoideus: A toont pijn rond het kaakgewricht en oor met mogelijke uitbreiding achter de kaak. B toont de diepe spier aan de binnenzijde van de onderkaak. C verduidelijkt in een schematische doorsnede de diffuse pijngebieden in tong, hard gehemelte en keelholte. Het hoofdstuk onderscheidt geen pijnkaart per spierkop. Pijngebieden verschillen per persoon; deze kaart stelt geen diagnose. Bron: Donnelly, hoofdstuk 10, PDF-pagina 426–434 en figuur 10.2.
Mediale pterygoideus: A toont pijn rond het kaakgewricht en oor met mogelijke uitbreiding achter de kaak. B toont de diepe spier aan de binnenzijde van de onderkaak. C verduidelijkt in een schematische doorsnede de diffuse pijngebieden in tong, hard gehemelte en keelholte. Het hoofdstuk onderscheidt geen pijnkaart per spierkop. Pijngebieden verschillen per persoon; deze kaart stelt geen diagnose. Bron: Donnelly, hoofdstuk 10, PDF-pagina 426–434 en figuur 10.2.

In het kort

De mediale pterygoïdeus is een diepe kauwspier aan de binnenkant van de onderkaak. Een pijnlijke spier kan diffuse klachten rond mond, kaakgewricht en oor geven, waardoor de herkomst niet direct duidelijk is.

Anatomie

De spier ligt diep aan de binnenzijde van de onderkaak. De grote, diepe kop begint aan de binnenzijde van de laterale vleugelplaat van het wiggenbeen. De kleinere, oppervlakkige kop begint bij de achterzijde van de bovenkaak, achter de laatste kies, en het piramidevormige uitsteeksel van het gehemeltebeen. Beide koppen lopen schuin omlaag, naar achteren en naar buiten, naar de binnenzijde van de onderkaaktak en kaakhoek. De masseter ligt aan de buitenzijde van de kaak; de mediale pterygoideus aan de binnenzijde.

Functie

Beide spieren samen helpen de kaak sluiten. Eenzijdige activiteit verplaatst de onderkaak naar de tegenoverliggende kant.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur beschrijft een diffuus, slecht afgrensbaar pijngebied: in de tong, het harde gehemelte en de keelholte, onder en achter het kaakgewricht en diep in het oor. Ook het gebied achter de onderkaaktak, onder het oor en bij de bodem van de neus kan betrokken zijn. Het gaat dus niet alleen om één klein plekje in de mond. De twee spierkoppen krijgen in deze uitleg geen afzonderlijk onderbouwde pijnkaart. Pijn in kiezen, tandvlees, langs de onderkaak en aan de voorzijde van de hals wordt daarnaast beschreven na experimentele zoutinjecties; deze bevindingen zijn niet zonder meer hetzelfde als een spontaan triggerpointpatroon.

Symptomen & beperkingen

  • Pijn kan toenemen bij wijd openen van de mond, kauwen of klemmen; de mondopening kan beperkt zijn.
  • De pijn wordt als diffuser beschreven dan bij de laterale pterygoideus. In het aangehaalde experimentele onderzoek kwamen onder meer diep borende, schietende, warme en zeurende pijnbeschrijvingen voor; dit bepaalt niet zelfstandig welke spier de oorzaak is.
  • Mond-, keel- en oorklachten hebben ook andere mogelijke oorzaken. De plaats van de pijn alleen is onvoldoende om deze spier als oorzaak aan te wijzen.

Belasting & onderhoudende factoren

Eenzijdig veel kauwen, klemmen, knarsen en plots krachtig dichtbijten kunnen de spier overbelasten. De geraadpleegde literatuur noemt daarnaast mondademen en stress als mogelijke onderhoudende factoren.

Epidemiologie & onderzoek

De spier is beschreven bij temporomandibulaire disfunctie, maar de geraadpleegde literatuur benadrukt dat deze minder uitvoerig onderzocht is dan andere kauwspieren. Vergroting bij kaakgewrichtsankylose is een specifieke bevinding en geen bewijs voor veelvoorkomende triggerpoints in de algemene bevolking.

Klinische context

De beoordeling omvat kaakgewrichtspathologie, gebitsziekte, zenuwbeknelling, trismus, myositis ossificans en oromandibulaire dystonie. Oor- of keelklachten mogen niet uitsluitend aan de spier worden toegeschreven op basis van locatie.

Zelfzorg bij pterygoideus medialis

De mediale pterygoideus ligt diep aan de binnenzijde van de onderkaak. Je kunt deze spier niet betrouwbaar van buitenaf isoleren. Daarom richten de thuisadviezen zich op kauwgewoonten en kaakbeweging, in plaats van op diep drukken in de mond of onder de kaak.

Belasting in je dag aanpassen

Laat de tanden tussen maaltijden van elkaar komen en verminder klemmen, kauwgom of bijten op voorwerpen.

Zoek tijdens slapen een positie waarin je kaak niet door je hand of een hard kussen opzij wordt geduwd. Bespreek hardnekkig knarsen met de tandarts; een splint vraagt een individuele afweging.

Rustige mondopening zonder druk

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Rustige mondopening zonder druk. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Neem een ontspannen houding aan

    Zit met je rug gesteund. Laat je onderkaak los en leg de tongpunt licht tegen het gehemelte als dat comfortabel is.

  2. Open een klein stukje

    Beweeg langzaam open en terug, zonder je kaak vooruit of opzij te dwingen.

  3. Herstel de ruststand

    Pauzeer tussen de bewegingen en blijf rustig ademen. Adem door je neus als dat gemakkelijk gaat; forceer dit niet bij een verstopte neus.

Rustig opbouwen

Begin met 5 kleine open-en-sluitbewegingen per dag. Het uitgangspunt is soepele controle; meer herhalingen of meer rek is niet automatisch beter.

Wanneer stoppen? Stop bij blokkeren, zwelling, duidelijke slikklachten of toenemende pijn in tand, kaak of oor. Laat deze klachten beoordelen.

Zelfmassage: wat past hier?

Gebruik geen vingers, bal of hulpmiddel voor diepe druk achter de kiezen of onder de kaakhoek. Dit is een gebied voor onderzoek en zo nodig behandeling door iemand met kennis van de kaakregio.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 426.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 427.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 426.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 431.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 433.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 426.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 439.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 439.
  • Zelfzorg bij pterygoideus medialis: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 441, 442, 443.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 441, 442, 443.
  • Rustige mondopening zonder druk: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 441, 442, 443.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 441, 442, 443.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 441, 442, 443.
  • Illustratie 1: Mediale pterygoideus: A toont pijn rond het kaakgewricht en oor met mogelijke uitbreiding achter de kaak. B toont de diepe spier aan de binnenzijde van de onderkaak. C verduidelijkt in een schematische doorsnede de diffuse pijngebieden in tong, hard gehemelte en keelholte. Het hoofdstuk onderscheidt geen pijnkaart per spierkop. Pijngebieden verschillen per persoon; deze kaart stelt geen diagnose. Bron: Donnelly, hoofdstuk 10, PDF-pagina 426–434 en figuur 10.2. Donnelly, hoofdstuk 10, bronp. 432.