Quadratus lumborum (vierkante lendenspier)
M. quadratus lumborum
Ook bekend als: QL, vierkante lendenspier.


In het kort
De quadratus lumborum ligt diep in de achterste buikwand en helpt de romp tijdens belasting controleren. Het onderscheid tussen oppervlakkige en diepe vezelgroepen helpt de verschillende lage-rug-, heup- en bilpatronen begrijpen.
Anatomie
De quadratus lumborum ligt diep in de achterste buikwand, tussen bekkenkam, twaalfde rib en lendenwervels. Hij heeft drie elkaar kruisende bundelrichtingen. De iliocostale bundels lopen bijna verticaal van bekkenkam en iliolumbaal ligament naar de twaalfde rib. De iliotransversale bundels lopen schuin van de bekkenkam naar de dwarsuitsteeksels van de bovenste vier lendenwervels. De kleinere costotransversale bundels verbinden lumbale dwarsuitsteeksels met de twaalfde rib. Aantal, grootte en overlap verschillen per persoon en zelfs tussen links en rechts. De meer mediale delen liggen diep; oppervlakkig drukken in de flank kan niet betrouwbaar één bundel aanwijzen. Nabij liggen onder meer de onderste rib, zenuwen en buikorganen. De spier loopt niet door naar het bovenbeen: pijn daar kan uitstraling zijn.
Functie
Helpt zijwaarts buigen, de romp bij dragen controleren en het bekken aan één kant optillen. Met beide zijden kan hij bijdragen aan strekken van de lage rug. Via de twaalfde rib werkt hij ook samen met de ademhaling. Zijn rol is afhankelijk van de taak en van de activiteit van andere rompspieren. Anatomische modellering laat geen uitzonderlijk grote trekkracht zien; deze ene spier is niet de enige stabilisator van de rug. EMG-verschillen tussen voorste en achterste delen betekenen evenmin dat één deel altijd overactief of zwak is.
Pijn & uitstraling
De geraadpleegde literatuur onderscheidt oppervlakkiger/lateraal en dieper/mediaal gelegen punten, telkens hoger en lager in de spier. Oppervlakkige voorbeelden verwijzen vooral naar bekkenkam, buitenste heup en bovenste buitenzijde van het bovenbeen; mogelijke uitbreiding loopt naar de lagere buik en buitenste lies. Dieper en hoger gelegen punten worden vooral met de SI-regio verbonden; dieper en lager met de lage bil. De tekst noemt daarnaast een smalle baan aan de voorzijde van het bovenbeen richting buitenbovenkant van de knieschijf. Dat is geen afzonderlijke zekere zenuwkaart. De beschreven pijn kan diep en zeurend zijn en bij bewegen scherper worden. Experimenteel opgewekte spierpijn heeft overlappende gebieden: herkenning helpt het gesprek, maar stelt geen diagnose.
Symptomen & beperkingen
- Diepe zeurende lage-rug-, SI-, bil- of heuppijn, soms ook in rust.
- Moeite met opstaan uit bed of stoel en langer rechtop staan.
- Pijn over de buitenzijde van de heup bij liggen op de betrokken zijde.
Belasting & onderhoudende factoren
Herhaald zwaar dragen, plotseling opvangen van een misstap of veel belasting in een voor de persoon ongewone houding kan klachten uitlokken. Veranderde heupfunctie of een afwijkend looppatroon kan het werk van de rompspieren beïnvloeden. Een scheef gevoel bewijst echter geen bekkenstand die moet worden teruggezet. Wissel belasting af en bouw bukken, draaien en dragen geleidelijk op; permanent vermijden is geen doel.
Epidemiologie & onderzoek
In een dwarsdoorsnedestudie met 42 patiënten met aspecifieke lage-rugpijn en 42 leeftijdsgematchte controles had 55% van de patiënten actieve QL-triggerpoints. Een andere reeks met 32 langdurige-rugpijnpatiënten rapporteerde 30%, met beperkte tot matige beoordelaarsovereenkomst; de meetwijze en populatie doen ertoe.
Klinische context
SI-problematiek, heupartrose, trochanterische pijn, discusproblematiek, spinale stenose en radiculaire pijn kunnen overlappen. Flank- of rugpijn kan ook uit nieren, buikorganen of bloedvaten komen; een overeenkomstig patroon volstaat niet voor een diagnose.
Zelfzorg bij quadratus lumborum
De quadratus lumborum verbindt bekken, lage rug en onderste rib. Hij helpt bij zijwaartse controle van de romp. Een stijf of pijnlijk gevoel in de flank is niet automatisch bewijs dat deze spier verkort is; rug, heup en andere oorzaken kunnen meespelen.
De getoonde beweging is een milde start met beide handen recht vooruit. Een zijwaartse variant met de arm over de middenlijn kun je pas toevoegen als de basisbeweging prettig gaat. Je hoeft de flank niet maximaal uit te rekken. Bij zijligging kan een kussen tussen de knieën of onder de taille comfort geven, zonder dat één slaaphouding verplicht is.
Belasting in je dag aanpassen
Wissel lang zitten en staan af. Gebruik bij zijligging zo nodig een kussen tussen de knieën als dat de rug prettiger laat rusten.
Maak herhaald bukken of dragen tijdelijk lichter en verdeel de taak. Trek de romp niet de hele dag strak om iedere beweging te vermijden.
Rustig naar achteren bewegen op handen en knieën
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Begin met steun
Kom op handen en knieën op een zachte ondergrond, alleen als polsen en knieën dit prettig vinden.
Beweeg het bekken naar achteren
Schuif de billen een klein stukje richting de hielen terwijl de handen blijven staan. Zak niet naar een pijnlijke eindstand.
Kom rustig terug
Adem door en keer terug naar de beginpositie. Een stoel of aanrecht kan als hogere handsteun dienen.
Begin met 5 kleine heen-en-terugbewegingen. Dit is een vereenvoudigde variant van de kindhouding, zonder sterke zijwaartse overdruk.
Wanneer stoppen? Stop bij toenemende beenuitstraling of scherpe flankpijn. Rugpijn met nieuw krachtsverlies, gevoelsverlies rond het kruis of problemen met plassen of ontlasting vraagt direct medische hulp.
Zelfmassage: wat past hier?
Ga niet diep met een harde bal of massagehaak in de flank drukken. Onderste rib, buikorganen en nierregio liggen dichtbij. Laat een gerichte techniek eerst aanwijzen; de rustige beweging hierboven is een milder startpunt.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Iglesias-González et al. (2013) — triggerpoints bij aspecifieke lage rugpijn
dwarsdoorsnedeonderzoek met controles
42 patiënten en 42 gematchte controles. Het boek rapporteert 55% actieve QL-punten; pijnintensiteit en slaapkwaliteit zijn geassocieerd met het aantal actieve punten, zonder causaliteitsbewijs.
- Holm-Jensen et al. (2020) — prevalentie en beoordelaarsovereenkomst
betrouwbaarheidsonderzoek
32 patiënten met rugpijn, met of zonder beenuitstraling. De oorspronkelijke studie rapporteert voor QL een kappa van 0,42; het boek noemt 0,50. De overeenstemming varieert per spier en per beoordeeld kenmerk.
- Phillips et al. (2008) — bundelbouw en biomechanica van quadratus lumborum
Primair anatomisch onderzoek en modellering
Zes lichamen onderzocht; bundelaantal en afmetingen varieerden. Het model schatte een beperkte bijdrage ten opzichte van erector spinae en multifidus. Geen onderzoek naar behandelwerking.
- Park et al. (2013) — activiteit van verschillende diepe rompspierregio’s
Primair EMG-onderzoek
Tien deelnemers met terugkerende rugpijn en negen controles; verschillen hingen samen met spierregio, taak en patiëntsubgroep. Geen vaste diagnose voor iedereen met rugpijn.
- Tucker et al. (2014) — experimentele pijn uit zes lage-rugspierlocaties
Primair experimenteel pijnonderzoek
Vijftien deelnemers kregen op verschillende sessies een zoutoplossingsprikkel. Pijngebieden overlapten; dit is geen bewijs dat een spontaan pijngebied één spier of vezeltype aanwijst.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1495.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1496.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1500.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1504.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1509.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1520.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1510.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1523.
- Zelfzorg bij quadratus lumborum: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1524, 1525, 1526, 1528, 1529, 1530.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1524, 1525, 1526, 1528, 1529, 1530.
- Rustig naar achteren bewegen op handen en knieën: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1524, 1525, 1526, 1528, 1529, 1530.
- Rustig naar achteren bewegen op handen en knieën: Thuisarts — wanneer hulp zoeken bij rugpijn
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1524, 1525, 1526, 1528, 1529, 1530.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1524, 1525, 1526, 1528, 1529, 1530.
- Illustratie 1: Quadratus lumborum: oppervlakkige en diepe pijnpatronen. Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1508.
- Illustratie 2: Quadratus lumborum: iliocostale, iliotransversale en costotransversale bundels. Donnelly, hoofdstuk 50, bronp. 1508.