Quadriceps
M. quadriceps femoris
Afzonderlijke spieren
In het kort
De knie-extensoren hebben verschillende pijnpatronen en functies. Beschreven patronen zijn diepe voorste kniepijn uit de rectus femoris, voorste bovenbeenpijn uit de intermedius en mediale of laterale knieklachten uit de vasti.
Anatomie
De vier belangrijkste delen zijn rectus femoris, vastus medialis, vastus lateralis en vastus intermedius. De rectus femoris begint aan het bekken; de vasti aan het dijbeen. Hun pezen komen samen bij de knieschijf en verbinden via de patellaband met de tuberositas tibiae. De geraadpleegde literatuur bespreekt ook tensor vastus intermedius en articularis genu.
Functie
Alle vier belangrijke delen strekken de knie; alleen de rectus femoris kruist ook de heup en helpt deze buigen. Bij zitten, hurken en trapaf lopen remt de spiergroep het buigen van de belaste knie gecontroleerd af.
Pijn & uitstraling
Rectus femoris: vooral rond de knieschijf en soms diep in de knie. Vastus intermedius: voorzijde van het bovenbeen, het sterkst middenin. Vastus medialis: voor-binnenzijde van knie en distale dij. Vastus lateralis: buitenzijde van heup en bovenbeen en laterale of achter-buitenzijde van de knie, soms met uitbreiding onder de knie.
Symptomen & beperkingen
- Diepe pijn boven of rond de knie, soms hinderlijk in de nacht.
- Bij vastus-medialisbetrokkenheid kan remming van spierkracht samengaan met onverwacht doorzakken.
- Vastus-lateralisklachten kunnen een gevoel van een vastzittende knieschijf geven.
Belasting & onderhoudende factoren
Onverwacht diep doorveren, struikelen, directe impact en te zware knie-extensorbelasting worden genoemd. Skiën, sprinten, traplopen en langdurige immobilisatie na een knie-ingreep kunnen meespelen, afhankelijk van de belastbaarheid.
Epidemiologie & onderzoek
De geraadpleegde literatuur bespreekt triggerpoints bij patellofemorale pijn en knieartrose. Een artrosestudie vond functionele verschillen tussen mannen en vrouwen, maar geen verschil in triggerpointactiviteit. De hypothese dat triggerpoints via instabiliteit artrose veroorzaken wordt expliciet als niet door onderzoek ondersteund benoemd.
Klinische context
L3/L4-radiculaire pijn, patellofemorale pijn, patellatendinopathie, knieartrose en andere knieletsels kunnen overlappende symptomen geven. Doorzakken heeft meerdere mogelijke oorzaken en vraagt om beoordeling; het bewijst geen vastus-medialistriggerpoint.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Sánchez-Romero et al. (2019) — triggerpoints bij knieartrose
dwarsdoorsnedeonderzoek
114 oudere patiënten met knieartrose. De studie vond functionele verschillen naar sekse, maar geen significant verschil in aantal of aanwezigheid van actieve en latente triggerpoints naar sekse of leeftijd.
- Sánchez-Romero et al. (2020) — spierpunten bij pijnlijke knieartrose
secundaire analyse van klinische gegevens
Onderzoekt prevalentie in een geselecteerde groep met milde tot matige pijnlijke knieartrose, niet in de algemene bevolking.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 58, bronp. 1787.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 58, bronp. 1788.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 58, bronp. 1800.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 58, bronp. 1801.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 58, bronp. 1803.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 58, bronp. 1820.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 58, bronp. 1823.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 58, bronp. 1787.