Adductoren
Mm. adductor longus, brevis et magnus
Afzonderlijke spieren
In het kort
De grote adductoren brengen het bovenbeen naar de middellijn. Hun pijnpatronen verschillen per deel: longus en brevis kunnen van lies tot mediale knie verwijzen, terwijl proximale magnustriggerpoints ook diepe bekkenpijn kunnen geven.
Anatomie
Longus ligt oppervlakkig aan de voor-binnenzijde van het bovenbeen; brevis ligt erachter, tussen pectineus en magnus. Ze verbinden het schaambeen met de linea aspera van het dijbeen. Magnus is groter en dieper en heeft meerdere delen, waaronder een achterste ischiocondylair deel.
Functie
Adduceren de heup en ondersteunen de controle van het been. Longus helpt bij heupflexie; het achterste ischiocondylaire deel van magnus helpt de heup strekken. De exacte bijdrage verandert met heupstand en activiteit.
Pijn & uitstraling
Longus en brevis hebben volgens de geraadpleegde literatuur nauwelijks te onderscheiden patronen: diepe lies, voor-binnenzijde van het bovenbeen en boven-binnenzijde van de knie, soms langs het scheenbeen. Magnus kan vanuit de spierbuik naar lies en mediale dij verwijzen; proximale punten kunnen pijn diep in het bekken geven.
Symptomen & beperkingen
- Lies- of mediale bovenbeenpijn bij krachtig bewegen, belasten of plots draaien.
- Minder ruimte om het been zijwaarts te bewegen.
- Bij proximale magnusbetrokkenheid soms moeilijk lokaliseerbare bekkenpijn of pijn bij seksueel contact.
Belasting & onderhoudende factoren
Uitglijden en het uiteenwijken van de benen krachtig afremmen kan acuut overbelasten. De geraadpleegde literatuur noemt ook skiën, lang fietsen, heuvels en lang zitten met opgetrokken of gekruiste benen. Heupartrose en heupoperaties kunnen ermee samengaan.
Epidemiologie & onderzoek
Bij patiënten met chronische bekkenpijn zijn in een aangehaald onderzoek meer triggerpoints in onder meer de adductor magnus gevonden dan bij gezonde controles. Dat is een associatie binnen een geselecteerde klinische groep, zonder algemeen prevalentiecijfer voor alle adductoren.
Klinische context
Heupartrose, een liesbreuk, pubische botbelasting, femoroacetabulaire inklemming en een labrumletsel kunnen vergelijkbare klachten geven. Diepe bekkenpijn kan daarnaast urologische, gynaecologische of darmgerelateerde oorzaken hebben.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Fuentes-Márquez et al. (2019) — triggerpoints bij chronische bekkenpijn
gecontroleerd dwarsdoorsnedeonderzoek
Onderzoekt vrouwen met chronische bekkenpijn en controles. Meer punten en drukgevoeligheid in onder meer de adductor magnus zijn associaties, geen bewijs dat de spier alle bekkenpijn verklaart.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 59, bronp. 1836.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 59, bronp. 1837.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 59, bronp. 1843.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 59, bronp. 1850.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 59, bronp. 1854.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 59, bronp. 1863.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 59, bronp. 1867.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 59, bronp. 1866.