Serratus posterior inferior (onderste achterste zaagspier)

M. serratus posterior inferior

Ook bekend als: onderste achterste zaagspier.

Figuur 47.3. Serratus posterior inferior met de aanhechtingen aan de onderste vier ribben.
Figuur 47.3. Serratus posterior inferior met de aanhechtingen aan de onderste vier ribben.
Figuur 47.5. Het afzonderlijke flankpatroon van serratus posterior inferior.
Figuur 47.5. Het afzonderlijke flankpatroon van serratus posterior inferior.

In het kort

De onderste achterste zaagspier ligt bij de overgang van borst- naar lendenwervelkolom. Zijn beschreven pijn is vooral een zeurende flankklacht.

Anatomie

De onderste achterste zaagspier begint via een dunne peesplaat rond de doornuitsteeksels van T11–L2; sommige beschrijvingen laten de oorsprong tot L3 reiken. De peesplaat is verweven met de thoracolumbale fascie. De vezels lopen schuin omhoog en naar buiten en hechten met meestal vier slippen aan de onderranden van ribben 9–12, net buiten de ribhoeken. De spier ligt diep onder de brede rugspier. Er kunnen slippen ontbreken, vooral bij rib 9 of 12, en soms ontbreekt de hele spier. Anders dan de rugstrekkers wordt hij vanuit voorste zenuwtakken T9–T12 aangestuurd.

Functie

Een neerwaartse trekkracht op de onderste ribben is op grond van de vezelrichting voorstelbaar. De traditionele rol als uitademingsspier is echter niet overtuigend vastgesteld. Voorgestelde bijdragen aan houding of bewegingswaarneming blijven hypotheses. Het ontbreken van een aangetoond ademhalingspatroon betekent evenmin dat de spier nooit spanning op omliggend weefsel uitoefent.

Pijn & uitstraling

Het beschreven patroon is een zeurende pijn over de onderste ribben en de flank bij de overgang tussen borst- en lendenrug. De bronkaart toont een kern naast de wervelkolom met uitbreiding over de nabije onderste ribregio. Soms voelt het alsof de pijn door de romp naar voren gaat. Het is geen typische kaart naar been of voet. Volgens de klinische beschrijving lokken diep inademen en hoesten deze spierpijn meestal niet uit; dit verschil bewijst op zichzelf geen diagnose.

Symptomen & beperkingen

  • Een hardnekkige, hinderlijke flankpijn die ook kan blijven bestaan wanneer grotere rugspieren minder klachten geven.
  • Maximaal diep inademen en hoesten lokken volgens de geraadpleegde literatuur meestal geen pijn uit vanuit deze spier.

Belasting & onderhoudende factoren

Lang bovenhands werken met tegelijk strekken en draaien van de romp kan deze regio belasten. Wissel zulke taken en standen af. De geraadpleegde literatuur noemt beenlengteverschil en veranderde romphouding als mogelijke omstandigheden, maar dat betekent niet dat iedere asymmetrie behandeld moet worden of dat een hakverhoging zonder onderzoek nodig is.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur geeft geen afzonderlijke prevalentie van triggerpoints voor deze spier. Cijfers voor de spiergroep of voor patiënten met een bepaald pijnsyndroom mogen niet als een spier-specifiek bevolkingscijfer worden gelezen.

Klinische context

Nier- en urinewegproblemen, lage thoracale radiculaire pijn, quadratus-lumborum- of iliocostalispijn en ribgewrichtsaandoeningen kunnen flankpijn veroorzaken.

Zelfzorg bij serratus posterior inferior

De achterste zaagspieren liggen in de bovenste en onderste ribregio. Ze hebben verschillende aanhechtingen; hun pijnpatronen zijn geen bewijs voor een vastzittende rib. Comfortabele steun, beweging en rustige ademhaling zijn algemene startpunten.

Kies kleine draaibewegingen zonder tegelijk de onderrug hol te trekken. In zijligging kan een kussen tussen de knieën de houding comfortabeler maken. De sterkere rek, met de bovenste arm boven het hoofd en draaiing van de romp, is geen noodzakelijke eerste stap: doe die alleen als een fysiotherapeut de uitvoering passend heeft bevonden. Druk niet hard op de onderste ribben of diep in de flank. Nieuwe onverklaarde flankpijn, koorts of plasklachten horen niet bij zelfbehandeling met een triggerpointkaart.

Belasting in je dag aanpassen

Gebruik bij lang zitten rugsteun die prettig aanvoelt en wissel de houding af. Houd de romp niet de hele dag geforceerd in één stand.

Ondersteun in zijligging zo nodig de arm of leg een kussen tussen de knieën om comfortabel te liggen.

Rustige rompbeweging met ademhaling

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Rustige rompbeweging met ademhaling. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ga gesteund zitten

    Zet de voeten op de grond en laat de armen ontspannen op de benen rusten.

  2. Draai een klein stukje

    Draai de borstkas langzaam iets naar links en terug, daarna naar rechts. Houd het bekken rustig.

  3. Adem vrij door

    Laat de ribben bij een paar normale ademhalingen vanzelf meebewegen. Zoek geen sterke rek.

Rustig opbouwen

Begin met 3 kleine draaiingen per kant en 3 rustige ademhalingen. Deze variant kiest voor lichte beweging in plaats van de professionele drukgrepen.

Wanneer stoppen? Stop bij pijn bij ademhalen, scherpe ribpijn, benauwdheid of duidelijke verergering. Onverklaarde borstkas- of rugpijn vraagt beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Gebruik geen harde bal rechtstreeks op ribben of wervels en probeer niet diep onder een schouderblad te drukken. Een fysiotherapeut kan beoordelen of de regio werkelijk geschikt is voor een gerichte druktechniek.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

  • Loukas et al. (2008) — anatomie van de achterste zaagspieren

    Primair anatomisch dissectieonderzoek

    50 donoren van 58–82 jaar, onder wie 18 met COPD. Geen aangetoond morfometrisch verschil met controles. Dit maakt een ademhalingsrol onzeker maar bewijst met vormmetingen alleen niet dat ademhalingsactiviteit afwezig is.

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1395.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1396.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1398.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1404.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1407.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1412.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1398.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1395.
  • Zelfzorg bij serratus posterior inferior: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
  • Rustige rompbeweging met ademhaling: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
  • Illustratie 1: Figuur 47.3. Serratus posterior inferior met de aanhechtingen aan de onderste vier ribben. Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1403.
  • Illustratie 2: Figuur 47.5. Het afzonderlijke flankpatroon van serratus posterior inferior. Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1407.