Serratus posterior superior (bovenste achterste zaagspier)
M. serratus posterior superior
Ook bekend als: bovenste achterste zaagspier.


In het kort
De bovenste achterste zaagspier ligt diep onder de rhomboidei bij het bovenste schouderblad. Zijn kenmerkende beschreven pijn wordt diep onder het schouderblad gevoeld.
Anatomie
De bovenste achterste zaagspier begint aan de onderste nekband, middellijnfascie en doornuitsteeksels rond C7 tot T2 of T3. Zijn vezels lopen schuin omlaag en naar buiten naar de bovenranden van ribben 2–5. Hij ligt onder trapezius en rhomboidei, deels boven de diepe rugstrekkers. Het schouderblad bedekt een groot deel, maar is niet het bot waaraan hij aanhecht. Het aantal ribslippen varieert en de spier kan soms ontbreken. De aansturing komt doorgaans van tussenribzenuwen T2–T5.
Functie
Door de vezelrichting wordt de spier traditioneel als ribheffer beschreven. Een belangrijke ademhalingsfunctie is echter niet overtuigend aangetoond; ook een precieze houdings- of bewegingswaarnemingsfunctie blijft onzeker. Een dissectiestudie vond geen vormverschil tussen preparaten met en zonder COPD, maar dat is geen directe meting van spieractiviteit tijdens ademen. Presenteer de spier daarom niet als een bewezen blokkade van de inademing.
Pijn & uitstraling
Kenmerkend beschreven is een diepe pijn onder het bovenste schouderblad. Ook de achterrand van de schouder en de tricepsregio tot aan de elleboogpunt kunnen pijnlijk zijn. Soms loopt het verder langs de ulnaire, dus pinkzijde, van onderarm en hand tot in de hele pink; af en toe is er uitbreiding naar dezelfde borsthelft. Een doof of tintelend gevoel in dit gebied vraagt daarnaast onderzoek naar zenuwproblemen. De geraadpleegde literatuur koppelt deze kaart aan de spier, niet aan afzonderlijke type-I- of type-II-vezels.
Symptomen & beperkingen
- Een moeilijk bereikbare diepe pijn onder het schouderblad, soms zonder duidelijke bewegingsbeperking.
- Pijn of doof gevoel richting pinkzijde van hand en arm kan voorkomen en vraagt ook een neurologische beoordeling.
Belasting & onderhoudende factoren
Langdurig voorwaarts reiken, computerwerk, bovenhands werken en compressie van de spier door de scapula worden genoemd. Een veranderde schouderbladstand of scoliose kan de plaatselijke belasting beïnvloeden.
Epidemiologie & onderzoek
Een historische geselecteerde reeks beschreef de spier als medeoorzaak bij 98% van 76 pijnlijke schouders van 58 patiënten en als enige bron bij 10%. Dit oude klinische materiaal levert geen algemene prevalentie op.
Klinische context
Scalenenpijn, cervicale zenuwwortelproblematiek, ulnaire neuropathie en andere schouderblad- of schouderaandoeningen kunnen een sterk overlappend patroon geven.
Zelfzorg bij serratus posterior superior
De achterste zaagspieren liggen in de bovenste en onderste ribregio. Ze hebben verschillende aanhechtingen; hun pijnpatronen zijn geen bewijs voor een vastzittende rib. Comfortabele steun, beweging en rustige ademhaling zijn algemene startpunten.
Bij klachten hoog onder het schouderblad kan steun onder de arm helpen als die anders naar voren of achteren hangt. Probeer eerst drie kleine rompdraaiingen met ontspannen armen, zonder aan het schouderblad te trekken. De diepe ligging maakt gerichte zelfdruk lastig: forceer geen bal onder het schouderblad. Leg het kussen tijdens slapen zo dat nek en arm rusten zonder de schouder hard op te duwen. Aanhoudende tinteling richting pink of duidelijke zwakte vraagt afzonderlijke beoordeling.
Belasting in je dag aanpassen
Gebruik bij lang zitten rugsteun die prettig aanvoelt en wissel de houding af. Houd de romp niet de hele dag geforceerd in één stand.
Ondersteun in zijligging zo nodig de arm of leg een kussen tussen de knieën om comfortabel te liggen.
Rustige rompbeweging met ademhaling
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ga gesteund zitten
Zet de voeten op de grond en laat de armen ontspannen op de benen rusten.
Draai een klein stukje
Draai de borstkas langzaam iets naar links en terug, daarna naar rechts. Houd het bekken rustig.
Adem vrij door
Laat de ribben bij een paar normale ademhalingen vanzelf meebewegen. Zoek geen sterke rek.
Begin met 3 kleine draaiingen per kant en 3 rustige ademhalingen. Deze variant kiest voor lichte beweging in plaats van de professionele drukgrepen.
Wanneer stoppen? Stop bij pijn bij ademhalen, scherpe ribpijn, benauwdheid of duidelijke verergering. Onverklaarde borstkas- of rugpijn vraagt beoordeling.
Zelfmassage: wat past hier?
Gebruik geen harde bal rechtstreeks op ribben of wervels en probeer niet diep onder een schouderblad te drukken. Een fysiotherapeut kan beoordelen of de regio werkelijk geschikt is voor een gerichte druktechniek.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Travell, Rinzler & Herman (1942) — schouder- en armpijn
historische klinische reeks
Historische klinische reeks over serratus posterior superior: 76 pijnlijke schouders bij 58 patiënten, geen bevolkingsprevalentie.
- Loukas et al. (2008) — anatomie van de achterste zaagspieren
Primair anatomisch dissectieonderzoek
50 donoren van 58–82 jaar, onder wie 18 met COPD. Geen aangetoond morfometrisch verschil met controles. Dit maakt een ademhalingsrol onzeker maar bewijst met vormmetingen alleen niet dat ademhalingsactiviteit afwezig is.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1395.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1395.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1398.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1401.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1402.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1412.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1404.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1408.
- Zelfzorg bij serratus posterior superior: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
- Rustige rompbeweging met ademhaling: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1414, 1415, 1416.
- Illustratie 1: Serratus posterior superior: oorsprong van C7–T3 en vier slips naar ribben 2–5. Regionale uitsnede; schouderblad en oppervlakkige spieren zijn weggelaten. Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1397.
- Illustratie 2: Figuur 47.4. Het schouderblad-, arm- en borstpatroon van serratus posterior superior. Donnelly, hoofdstuk 47, bronp. 1405.