Anconeus (elleboogspier)
M. anconeus
Ook bekend als: elleboogspier.

In het kort
De anconeus is de kleine driehoekige spier aan de achter-buitenzijde van de elleboog. Hij ondersteunt strekken en vooral stabiliteit.
Anatomie
De anconeus is een kleine driehoekige spier aan de achter-buitenzijde van de elleboog. Hij begint aan de achterzijde van de laterale epicondyl van de bovenarm en waaiert naar de laterale rand van het olecranon en de achterzijde van de proximale ellepijp. Hij hecht niet aan het spaakbeen. Diepe vezels hangen samen met het laterale gewrichtskapsel; aan de bovenzijde is er continuïteit met de triceps. De gebruikelijke zenuwvoorziening loopt via een radiale zenuwtak. In anatomisch onderzoek is daarnaast vaak een tak uit de nervus interosseus posterior gevonden, eveneens een tak van het radiale zenuwsysteem.
Functie
De spier helpt de elleboog strekken en het gewricht tijdens bewegen en grijpen stabiel houden. Onderzoek met spieractiviteitsmetingen laat verschillen zien tussen meer longitudinale en dwarse vezelgebieden, afhankelijk van de draaistand en taak van de onderarm. Dit ondersteunt samenwerking binnen de spier; het is geen bewijs dat je thuis ieder deel afzonderlijk moet losdrukken.
Pijn & uitstraling
Het beschreven patroon is plaatselijke pijn en drukgevoeligheid bij de buitenste elleboogknobbel. De geraadpleegde literatuur noemt betrokkenheid bij aanhoudende laterale elleboogpijn. Het geeft geen afzonderlijke pijnkaarten voor de longitudinale en dwarse vezelgebieden, en geen kenmerkende uitstraling naar de vingers. De anconeus epitrochlearis is een andere, mediale anatomische variant en hoort niet bij deze kaart.
Symptomen & beperkingen
- Lokale pijn aan de buitenzijde van de elleboog.
- Klachten kunnen blijven bestaan naast een eerder behandelde polsstrekker of triceps.
Belasting & onderhoudende factoren
Stabiliseren tijdens krachtig grijpen, duwen en herhaalde elleboogbelasting kan deze spier belasten; de klinische belastingsbeschrijving is deels gedeeld met triceps.
Epidemiologie & onderzoek
De geraadpleegde literatuur beschrijft klinische betrokkenheid bij persisterende laterale elleboogpijn, maar geeft geen eigen bevolkingspercentage.
Klinische context
Polsstrekkerstendinopathie, radiale zenuwbeknelling en gewrichtspijn kunnen overlappen. De anconeus epitrochlearis is een andere anatomische variant aan de mediale elleboog.
Zelfzorg bij anconeus
De triceps strekt de elleboog; de anconeus helpt bij controle rond het gewricht. Deze spieren werken samen. Een oefening voor elleboogbeweging is niet hetzelfde als één spierkop afzonderlijk behandelen.
Dit is een klein spiertje naast gewricht en zenuwen. De rustige buig-en-strekbeweging ondersteunt algemene elleboogfunctie en is geen selectieve behandeling van één vezelgebied. Laat hard plaatselijk drukken achterwege. Bij klachten door grijpen of draaien wordt de verdere opbouw afgestemd op die taak.
Belasting in je dag aanpassen
Verminder tijdelijk veel zwaar duwen, opdrukken of bankdrukken als dit de klachten uitlokt. Bouw die belasting later geleidelijk op.
Ondersteun de armen bij lang werken. Zoek in bed een positie waarin de elleboog niet lang maximaal gebogen is en de schouder niet ver achter het lichaam valt.
Buigen en strekken zonder duwkracht
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ondersteun de bovenarm
Zit comfortabel met de arm dichtbij het lichaam.
Beweeg langzaam
Buig de elleboog rustig en strek daarna weer tot een prettige stand. Sla het gewricht niet op slot.
Vergelijk het gebruik
Laat de arm ontspannen en probeer een lichte dagelijkse taak, zoals een lege beker verplaatsen.
Begin met 5 tot 8 bewegingen zonder gewicht. Eventuele massage: ongeveer 15 seconden licht contact. Dit is een lichte start, geen vervanging voor een krachtopbouwplan.
Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen in de vingers, scherpe elleboogpijn of toenemende zwakte. Na een knap of direct letsel eerst laten beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
De bereikbare achterzijde van de bovenarm kan met de vlakke hand licht worden gemasseerd. Druk niet op het elleboogpunt of de zenuwgroeve aan de binnenzijde. Voor de kleine anconeus is rustige gewrichtsbeweging geschikter dan hard plaatselijk zoeken.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Molinier et al. (2011) — The anconeus, an active lateral ligament of the elbow: new anatomical arguments
Anatomisch onderzoek
Dertig verse ellebogen van vijftien donoren toonden verbindingen met triceps en lateraal gewrichtskapsel. Dat ondersteunt een stabiliserende rol, maar bewijst geen verkleving of afzonderlijke pijnbron bij een patiënt.
- Jiménez-Díaz et al. (2021) — The anconeus muscle revisited: double innervation pattern and its clinical implications
Anatomisch onderzoek
Het abstract noemt 56 gedissecteerde ellebogen; de analyse van de aanvullende PIN-tak rapporteert 38 van 54 (70,4%). De noemer is dus niet 56. Deze zenuwvariant levert geen afzonderlijke pijnkaart op.
- Bergin et al. (2013) — Functional differences between anatomical regions of the anconeus muscle in humans
Experimenteel EMG-onderzoek
Elf deelnemers: longitudinale en dwarse gebieden hadden taakafhankelijke activatieverschillen bij draaien en strekken. Dit onderzoek geeft geen aparte triggerpointkaart of zelfdrukprotocol per gebied.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 965.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 965.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 971.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 974.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 974.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 980.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 974.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 983.
- Zelfzorg bij anconeus: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Buigen en strekken zonder duwkracht: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Illustratie 1: Figuur 32.4 — eigen anconeuspijnpatroon bij de laterale elleboog en de driehoekige spierligging. Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 977.