Supinator (supinatorspier)

M. Supinator

Ook bekend als: handpalm-omhoogdraaier, supinatorspier, supinator brevis.

Figure 36.3. Referred pain pattern (dark red) of trigger points in the right supinator muscle.
Figure 36.3. Referred pain pattern (dark red) of trigger points in the right supinator muscle.

In het kort

De supinator is een diepe onderarmspier die de handpalm omhoog draait. Het beschreven pijnpatroon concentreert zich vaak rond de laterale elleboog en de ruimte tussen duim en wijsvinger.

Anatomie

De supinator bestaat uit een oppervlakkige en een diepe laag die schuin om het bovenste derde van het spaakbeen lopen. De oorsprongen liggen bij de laterale elleboogknobbel, de radiale zijband en ringband, en de supinatorkam van de ellepijp. De vezels eindigen op het proximale spaakbeen en vormen een korte omwikkelende spier, geen lange band tot aan de pols. Tussen de twee lagen loopt de diepe tak van de radiale zenuw, verder als nervus interosseus posterior. De proximale rand van de oppervlakkige laag wordt de arcade van Frohse genoemd; het aandeel pees- en spierweefsel aan de randen varieert. Zo’n normale bindweefselrand bewijst op zichzelf geen zenuwbeknelling.

Functie

De supinator draait en houdt de onderarm in supinatie. Bij lichte, onbelaste beweging is hij belangrijk; de biceps levert extra draaikracht wanneer de elleboog enigszins gebogen is. Met een volledig gestrekte elleboog kan de biceps die taak minder goed ondersteunen.

Pijn & uitstraling

Het hoofdpatroon omvat de buitenste elleboogknobbel, zowel aan de voor- als achterzijde, en de rugzijde van de ruimte tussen duim en wijsvinger. Mogelijke uitbreiding ligt over de achterste onderarm. Experimenteel opgewekte pijn en andere klinische beschrijvingen tonen variatie; zulke bevindingen maken een afwijkend gebied niet automatisch kenmerkend voor iedereen. De geraadpleegde literatuur geeft geen afzonderlijke betrouwbare kaart per oppervlakkige of diepe laag en geen kaart per snelle of langzame spiervezel.

Symptomen & beperkingen

  • Zeurende pijn bij herhaald grijpen, tillen of krachtig de handpalm omhoog draaien.
  • Klachten bij dragen met een gestrekte elleboog of tijdens tennis.
  • Pijn die na de belastende activiteit kan blijven aanhouden.

Belasting & onderhoudende factoren

Een onverwachte pronatiekracht op een racket met gestrekte elleboog kan de supinator sterk belasten. Ook herhaalde of langdurige krachtige supinatie en wijzigingen naar een zwaarder racket of grotere greep worden beschreven.

Epidemiologie & onderzoek

De aangehaalde studies lopen sterk uiteen: één vond supinator-triggerpoints bij 50% van een groep met klinisch en echografisch vastgestelde extensor-supinator-enthesopathie, een andere bij 2,5% van patiënten met laterale epicondylitis. De geraadpleegde literatuur erkent dit verschil; één vast percentage zou die onzekerheid verhullen.

Klinische context

Laterale elleboogtendinopathie, radiale-tunnelsyndroom en beknelling van de nervus interosseus posterior kunnen overlappen. Ook gewrichtsproblemen, C5–C6-radiculaire klachten, De Quervain en duimbasisartrose vragen onderscheid. Vooral verlies van vinger- of polsstrekking vraagt beoordeling. Anatomische studies naar naaldroutes of zenuwpassages bewijzen niet dat dry needling een zenuwbeknelling oplost of een operatie voorkomt. De diepe ligging is ook een reden om thuis geen harde druk naast de elleboog toe te passen.

Zelfzorg bij supinator

De supinator draait de handpalm omhoog en ligt diep bij de elleboog. Zelfdruk en zelfrek zijn voor deze spier moeilijk uit te voeren. Rustige beweging en aanpassen van draaibelasting zijn daarom het thuisuitgangspunt.

Steun de gebogen elleboog dicht bij het lichaam en draai alleen door het prettige deel van de beweging van duim omhoog naar handpalm omhoog. Houd de greep los. Verdeel draaiklussen over korte blokken en gebruik waar nodig twee handen. Probeer de diepe spier niet met een harde bal of duim langs de buitenste elleboogknobbel vrij te maken.

Belasting in je dag aanpassen

Verminder tijdelijk herhaald krachtig wringen of schroeven. Gebruik twee handen, een passend hulpmiddel of korte werkblokken.

Bespreek bij racketklachten de greep, techniek en het gewicht van het racket met een trainer. Voorkom een plotselinge grote toename in speelduur.

De handpalm rustig draaien

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

De handpalm rustig draaien. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Steun de elleboog

    Zit met de elleboog gebogen en dicht bij het lichaam, onderarm ontspannen.

  2. Draai langzaam

    Beweeg van duim omhoog naar handpalm omhoog en terug. Gebruik geen hamer, gewicht of elastiek.

  3. Houd de bovenarm stil

    Laat de beweging uit de onderarm komen. Forceer het laatste stukje draaien niet.

Rustig opbouwen

Begin met 5 kleine draaibewegingen, eenmaal per dag of als korte beweegpauze. Deze beweging is een lichte start en geen geïsoleerde supinatorbehandeling.

Wanneer stoppen? Stop bij elektrische pijn, tintelingen of moeite om pols of vingers op te tillen. Bespreek functieverlies met een zorgverlener.

Zelfmassage: wat past hier?

Gebruik geen harde bal of diepe duimdruk aan de buitenzijde van de elleboog. Daar loopt de radiale zenuw door de regio. Laat aanhoudende pijn bij draaien of grijpen onderzoeken.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1099.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1100.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1101.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1106.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1107.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1111.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1107.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1113.
  • Zelfzorg bij supinator: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1115, 1116, 1117.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1115, 1116, 1117.
  • De handpalm rustig draaien: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1115, 1116, 1117.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1115, 1116, 1117.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1115, 1116, 1117.
  • Illustratie 1: Figure 36.3. Referred pain pattern (dark red) of trigger points in the right supinator muscle. Donnelly, hoofdstuk 36, bronp. 1108.