Triceps brachii (driehoofdige armspier)
M. triceps brachii
Ook bekend als: driehoofdige armspier, triceps, caput longum tricipitis, caput mediale tricipitis.


In het kort
De triceps strekt de elleboog en werkt daarbij samen met de anconeus. De verschillende koppen hebben uiteenlopende pijnpatronen: achterste schouderpijn, lokale elleboogpijn en soms uitstraling tot in ringvinger en pink.
Anatomie
De lange kop begint onder de schouderkom, aan het tuberculum infraglenoidale, en loopt tussen teres minor en teres major naar de achterzijde van de bovenarm. Alleen deze kop overspant zowel schouder als elleboog. De laterale kop begint op de achterzijde van de bovenarm boven de groeve van de radiale zenuw. De mediale kop ligt dieper en begint vooral onder die groeve; hij is aan beide kanten van de gezamenlijke pees te vinden. De drie koppen eindigen via een gezamenlijke pees op de bovenzijde van het olecranon van de ellepijp. Een deel van de mediale vezels hecht rechtstreeks aan; peesvezels lopen verder naar de onderarmfascie. Radiale zenuwtakken verzorgen de spier. Over een aanvullende ulnaire zenuwvoorziening bestaat discussie: sommige schijnbaar ulnaire takken blijken hogerop uit de radiale zenuw te komen.
Functie
Alle tricepskoppen strekken de elleboog en helpen bij het gecontroleerd zakken tijdens opdrukken. De lange kop helpt daarnaast de arm naar achteren en naar de romp bewegen en stabiliseert de schouder.
Pijn & uitstraling
De lange kop verwijst vooral langs de achterste bovenarm naar de achterzijde van de schouder. Uitbreiding naar de nekbasis of achterste onderarm is mogelijk, waarbij de elleboog juist kan worden overgeslagen. Het laterale gedeelte van de diepe mediale kop wordt gekoppeld aan pijn rond de buitenste elleboogknobbel, soms met uitbreiding langs de duimzijde van de onderarm. Het diep mediale gedeelte kan de binnenste elleboogknobbel, binnenste onderarm en handpalmzijde van ringvinger en pink bereiken; soms ook de aangrenzende handpalm of middelvinger. De laterale kop geeft vooral achterste bovenarmpijn, soms achterste onderarmpijn en uitbreiding naar ringvinger en pink. Distale punten bij de peesovergang kunnen lokale gevoeligheid van het elleboogpunt geven; peesaanhechtingspijn is een andere mogelijke verklaring. Deze patronen horen bij anatomische delen en puntlocaties. Onderzoek naar snelle en langzame vezels bewijst geen aparte pijnkaart voor elk vezeltype.
Symptomen & beperkingen
- Moeilijk precies aanwijsbare pijn achter in schouder en bovenarm.
- Pijn bij krachtig wegduwen, elleboogstrekken of steunen op een armleuning.
- Klachten aan de binnen- of buitenkant van de elleboog die op een golfers- of tenniselleboog kunnen lijken.
Belasting & onderhoudende factoren
Herhaald krachtig duwen, opdrukken, tennis, zwemmen en overmatig gebruik van krukken worden beschreven. De lange kop kan ook langdurig worden belast als de elleboog zonder steun vóór het lichaam blijft, bijvoorbeeld bij autorijden of handwerk.
Epidemiologie & onderzoek
De geraadpleegde literatuur beschrijft triceps-triggerpoints als een geregeld voorkomende klinische bevinding, vooral in de lange kop en het laterale gedeelte van de mediale kop. Het geeft hiervoor geen algemene populatiefrequentie.
Klinische context
Elleboogtendinopathie, olecranonbursitis en artrose kunnen overlappen. Ringvinger- of pinkklachten vragen ook onderscheid van ulnaire zenuwbeknelling; dorsale armpijn kan radiculair zijn. Neurologisch krachtverlies of gevoelsverlies is geen automatisch gevolg van spieruitstraling.
Zelfzorg bij triceps brachii
De triceps strekt de elleboog; de anconeus helpt bij controle rond het gewricht. Deze spieren werken samen. Een oefening voor elleboogbeweging is niet hetzelfde als één spierkop afzonderlijk behandelen.
De verschillende koppen vragen soms een andere aanpak. Begin met comfortabel bewegen en pas zwaar duwen tijdelijk aan. Alleen de bereikbare achterste spierbuik eventueel licht masseren met de arm gesteund; vermijd de binnenste ellebooggroeve en het botpunt. De bovenhandse rek is pas een optie als zowel schouder als elleboog die stand goed verdragen. Trek niet aan de elleboog.
Belasting in je dag aanpassen
Verminder tijdelijk veel zwaar duwen, opdrukken of bankdrukken als dit de klachten uitlokt. Bouw die belasting later geleidelijk op.
Ondersteun de armen bij lang werken. Zoek in bed een positie waarin de elleboog niet lang maximaal gebogen is en de schouder niet ver achter het lichaam valt.
Buigen en strekken zonder duwkracht
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ondersteun de bovenarm
Zit comfortabel met de arm dichtbij het lichaam.
Beweeg langzaam
Buig de elleboog rustig en strek daarna weer tot een prettige stand. Sla het gewricht niet op slot.
Vergelijk het gebruik
Laat de arm ontspannen en probeer een lichte dagelijkse taak, zoals een lege beker verplaatsen.
Begin met 5 tot 8 bewegingen zonder gewicht. Eventuele massage: ongeveer 15 seconden licht contact. Dit is een lichte start, geen vervanging voor een krachtopbouwplan.
Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen in de vingers, scherpe elleboogpijn of toenemende zwakte. Na een knap of direct letsel eerst laten beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
De bereikbare achterzijde van de bovenarm kan met de vlakke hand licht worden gemasseerd. Druk niet op het elleboogpunt of de zenuwgroeve aan de binnenzijde. Voor de kleine anconeus is rustige gewrichtsbeweging geschikter dan hard plaatselijk zoeken.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Bron et al. (2011) — High prevalence of shoulder girdle muscles with myofascial trigger points in patients with shoulder pain
Dwarsdoorsnedeonderzoek
Het boek noemt 56% met actieve of latente triceps-triggerpoints in deze groep van 72 patiënten met schouderpijn. De drie tricepskoppen werden niet afzonderlijk gerapporteerd; de studie onderbouwt dus geen rangorde tussen die koppen.
- Pascual-Font et al. (2013) — Ulnar nerve innervation of the triceps muscle: real or apparent?
Anatomisch en histologisch onderzoek
Vijftien embryonale/foetale armen en aanvullend volwassen zenuwmateriaal: schijnbaar ulnaire takken waren terug te volgen naar de radiale zenuw. Dit verklaart een deel van de discussie; de uitkomst is geen diagnostische pijnkaart.
- Elder et al. (1982) — Variability of fiber type distributions within human muscles
Postmortaal onderzoek naar vezeltypen
Meerdere meetplaatsen in onder meer de triceps bij vier jonge mannen lieten variatie binnen spieren zien. De studie onderzocht vezelsamenstelling, niet pijnuitstraling of de werking van een behandeling.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 961.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 962.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 967.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 972.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 974.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 981.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 972.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 983.
- Zelfzorg bij triceps brachii: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Buigen en strekken zonder duwkracht: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 986, 987, 989.
- Illustratie 1: Lange en laterale kop van triceps: overlappende pijnpatronen. Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 976.
- Illustratie 2: Diepe mediale kop en distale tricepsregio: pijnpatronen. Donnelly, hoofdstuk 32, bronp. 976.