Brachioradialis (opperarm-spaakbeenspier)
M. Brachioradialis
Ook bekend als: opperarm-spaakbeenspier.

In het kort
De brachioradialis ligt aan de duimzijde van de onderarm en buigt de elleboog. De spier kan pijn rond de buitenste elleboog en verder naar pols en duimbasis geven.
Anatomie
De brachioradialis begint aan de bovenste twee derde van de laterale richel van de bovenarm boven de elleboog en het aangrenzende tussenschot. Hij vormt de buitenrand van de elleboogplooi. De spierbuik gaat over in een platte pees naar de buitenzijde van het distale spaakbeen, vlak boven het processus styloideus. Hij eindigt vóór de pols en hecht niet aan de hand. Bij veel mensen bestaan de vezels uit overlappende banden die in serie samenwerken; soms is de bouw eenvoudiger en meer parallel. Ook het aantal radiale zenuwtakken en motorische eindplaatzones varieert.
Functie
De brachioradialis ondersteunt de elleboogbuiging bij verschillende draaistanden van de onderarm. Hij werkt samen met biceps en brachialis; ondanks zijn ligging naast de polsstrekkers is zijn voornaamste functie geen polsstrekking.
Pijn & uitstraling
Het beschreven patroon omvat de buitenzijde van de elleboog, de duimzijde van de onderarm, de pols en de duimbasis, met name de ruimte tussen duim en wijsvinger. Andere klinische beschrijvingen noemen diffusere handrugpijn. De meerdere vezelbanden en eindplaatzones hebben geen afzonderlijk onderbouwde pijnkaart: de geraadpleegde literatuur toont een gezamenlijke kaart voor de spier. Een herkend patroon alleen maakt nog geen onderscheid tussen spier-, pees-, gewrichts- of zenuwpijn.
Symptomen & beperkingen
- Pijn aan de buitenzijde van de elleboog die kan doorlopen naar pols en hand.
- Pijn bij belast elleboogbuigen en soms bij duimstrekking tegen weerstand.
- Pijn bij grijpen of tillen, mogelijk met beperkingen van pijnvrije grijpkracht.
Belasting & onderhoudende factoren
Herhaald krachtig grijpen, zwaar dragen en gereedschap gebruiken met draai- en grijpkrachten worden genoemd. Een lang aangehouden gebogen elleboog of een ongunstige combinatie van greep en polsstand kan de belasting onderhouden.
Epidemiologie & onderzoek
Bij laterale epicondylalgie rapporteerden eerdere studies brachioradialis-triggerpoints bij 50–66% van de onderzochte patiënten; een later beschreven onderzoek vond 82,5%. Deze uiteenlopende cijfers onderstrepen dat onderzoeksopzet en patiëntselectie ertoe doen. Ze vormen geen algemene kansschatting bij nieuwe elleboogpijn.
Klinische context
Elleboogtendinopathie, radiale zenuwbeknelling en cervicale radiculaire pijn kunnen dezelfde regio beïnvloeden. Bij duimbasis- en polsklachten moeten ook De Quervain en lokale gewrichtsaandoeningen worden overwogen.
Zelfzorg bij brachioradialis
De polsstrekkers houden de hand stabiel tijdens grijpen; de brachioradialis helpt de elleboog buigen. Pijn aan de buitenzijde van de elleboog kan ook uit pezen komen. Stevige rek kan bij aanhechtingsklachten juist ongunstig zijn.
Kies vooral de rustige buig-en-strekbeweging met de duim omhoog. De polsbeweging is geen specifieke brachioradialisrek. De ingewikkelde tractierek is geen noodzakelijke eerste stap. Laat die alleen persoonlijk uitleggen als een behandelaar hem passend vindt. Niet zelf aan het spaakbeen trekken.
Belasting in je dag aanpassen
Gebruik twee handen bij een zware kan of pan en laat de pols zoveel mogelijk comfortabel in het verlengde van de onderarm.
Wissel herhaald grijpen, typen of gereedschapswerk af. Gebruik een greep waarbij je niet voortdurend maximaal hoeft te knijpen.
Pols en elleboog rustig bewegen
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ondersteun de onderarm
Leg de arm op tafel, met de hand vrij over de rand en ontspannen vingers.
Beweeg de pols klein
Breng de hand rustig iets omhoog en omlaag, zonder gewicht of extra rek met de andere hand.
Wissel af met de elleboog
Buig en strek vervolgens rustig de elleboog met de duim omhoog. Kies de beweging die past bij de besproken spier.
Begin met 5 rustige bewegingen. Probeer eventuele druk 15 tot 30 seconden en laat daarna los. Bouw weerstand pas op als dagelijkse lichte taken goed gaan.
Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, scherpe peespijn of een slechtere grip. Een dikke of rode elleboog, of duidelijk minder kunnen strekken, vraagt beoordeling.
Zelfmassage: wat past hier?
Lichte massage kan op het zachte spierdeel van de onderarm, niet op de pijnlijke botpunt van de elleboog. Houd druk kort en licht; hard doorduwen of zenuwpijn opzoeken is niet nodig.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Fernández-Carnero et al. (2007) — Prevalence of and referred pain from myofascial trigger points in the forearm muscles in patients with lateral epicondylalgia
Patiënt-controleonderzoek
Onderzoekt actieve triggerpoints en herkenbare uitstralende pijn in onderarmspieren bij laterale elleboogpijn. De frequenties verschillen per spier en onderzochte groep.
- Aggarwal et al. (2020) — Prevalence of myofascial trigger points in brachioradialis, biceps brachii, triceps brachii, supinator and extensor carpi radialis brevis in patients with lateral epicondylitis
Dwarsdoorsnedeonderzoek
Onderzoek bij 40 patiënten met laterale epicondylitis; bron voor de 82,5% brachioradialisbevindingen in het boek. Dit kleine onderzoek geeft geen bevolkingspercentage.
- Lateva et al. (2010) — The innervation and organization of motor units in a series-fibered human muscle: the brachioradialis
Experimenteel EMG-onderzoek
Vijfentwintig deelnemers: drie hadden één eindplaatzone, de overige 22 meerdere zones. Dit ondersteunt variabele, overlappende vezelbanden; geen onderzoek naar afzonderlijke pijnkaarten of behandelpunten.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1030.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1037.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1042.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1047.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1048.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1058.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1047.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1061.
- Zelfzorg bij brachioradialis: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
- Pols en elleboog rustig bewegen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1063, 1064, 1065, 1067.
- Illustratie 1: Figure 34.4. Referred pain pattern (dark red) from a trigger point in the right brachioradialis muscle (medium red). Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1052.