Polsextensoren
Mm. extensor carpi radialis longus, brevis en ulnaris
Afzonderlijke spieren
Extensor carpi radialis longus
In het kort
Overzicht: De polsstrekkers houden de pols stabiel tijdens grijpen. De twee radiale spieren en de ulnaire spier hebben verschillende uitstralingsgebieden, van de buitenzijde van de elleboog tot de rugzijde van hand en pols.
Anatomie
De extensor carpi radialis longus begint boven de laterale elleboogknobbel en hecht aan op het tweede middenhandsbeen. De brevis begint vooral aan die knobbel en loopt naar het derde middenhandsbeen. De extensor carpi ulnaris ligt aan de pinkzijde van de achterste onderarm en eindigt op het vijfde middenhandsbeen.
Functie
De spieren strekken en stabiliseren de pols terwijl de vingerbuigers kracht leveren. De radiale spieren helpen de hand richting duimzijde bewegen, de ulnaire richting pinkzijde. De precieze bijdrage aan strekken of zijwaarts bewegen varieert met de draaistand van de onderarm.
Pijn & uitstraling
De longus kan pijn geven aan de laterale elleboog en duimzijde van de handrug. De brevis projecteert vooral naar de rugzijde van pols en hand, met in onderzoek ook laterale elleboogpijn. De ulnaris geeft vooral pijn aan de pinkzijde van de dorsale pols en soms achter de laterale elleboogknobbel.
Symptomen & beperkingen
- Pijn bij een kopje optillen, handen schudden, typen of gereedschap vasthouden.
- Verminderde pijnvrije grijpkracht en soms voorwerpen laten glippen.
- Bij de ulnaire polsstrekker kan vooral de pols naar pinkzijde bewegen of belast draaien pijnlijk zijn.
Belasting & onderhoudende factoren
Krachtig en herhaald grijpen, zware gereedschappen en racketsporten zijn beschreven belastingen. Een grote greep en grijpen met de pols gebogen of naar pinkzijde gekanteld kunnen de belasting vergroten. Ook lang zonder steun werken aan een toetsenbord of instrument wordt genoemd.
Epidemiologie & onderzoek
In onderzoek bij mensen met laterale epicondylalgie reproduceerden actieve longus-triggerpoints de laterale elleboogpijn in 72,2% van de gevallen. Voor de brevis worden in verschillende studies 85–100% genoemd. Dit betreft symptoomreproductie in geselecteerde patiëntengroepen, geen prevalentie van deze triggerpoints onder alle mensen.
Klinische context
Lokale ECRB-tendinopathie, ellebooggewrichtsproblemen, radiale-tunnelsyndroom en cervicale radiculaire klachten kunnen bijdragen aan dezelfde klacht. Bij pinkzijdige polspijn horen ook TFCC- en distale radio-ulnaire problemen in de beoordeling; duimzijdige pijn kan passen bij De Quervain.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Fernández-Carnero et al. (2008) — Bilateral myofascial trigger points in the forearm muscles in patients with chronic unilateral lateral epicondylalgia: a blinded controlled study
Geblindeerd patiënt-controleonderzoek
Onderzoekt beide onderarmen bij eenzijdige chronische laterale elleboogpijn. Deze publicatie onderbouwt niet automatisch elk ander percentage op deze boekpagina: een deel komt uit een afzonderlijke congresbijdrage uit 2010.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1030.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1032.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1042.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1047.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1048.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1058.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1047.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 34, bronp. 1061.