Pectoralis major (grote borstspier)
M. pectoralis major
Ook bekend als: grote borstspier, borstspier.



In het kort
De grote borstspier beweegt de bovenarm en beïnvloedt de hele schoudergordel. Er zijn meerdere triggerpointgebieden met eigen beschreven patronen: van de voorzijde van de schouder tot borst- en armpijn.
Anatomie
De grote borstspier vormt een brede waaier aan de voorzijde van de borstkas. Het sleutelbeengedeelte begint aan de mediale helft van het sleutelbeen. Het borstbeen- en ribgedeelte komt van borstbeen, bovenste ribkraakbeenderen en onderaan de peesplaat van de buitenste schuine buikspier. De bundels komen samen in een gelaagde pees aan de laterale rand van de groeve tussen de knobbels van de bovenarm. De aanhechting ligt dus op de humerus, niet op het ravenbekuitsteeksel van het schouderblad. De vezelrichting verandert van schuin omlaag in het bovenste deel naar schuin omhoog in het onderste deel. De geraadpleegde literatuur beschrijft een gevouwen peesarchitectuur; een driedimensionale dissectiestudie vond gelaagdheid en vouwing, maar geen algemene verdraaiing van spier of pees. De precieze segmenten verschillen per persoon.
Functie
Brengt de bovenarm naar de romp en over de borst en draait hem naar binnen. Het sleutelbeengedeelte helpt een laag gehouden arm voorwaarts heffen; de onderste borstbeen- en ribvezels kunnen een geheven arm terug omlaag trekken. De bijdrage hangt af van armstand en belasting. Als de armen steun geven, kan de spier ook de borstkas helpen bewegen. Deze regionale functies bewijzen geen vaste pijnkaart per microscopisch spiervezeltype.
Pijn & uitstraling
De geraadpleegde literatuur onderscheidt verschillende klinisch beschreven gebieden. Het sleutelbeengedeelte verwijst vooral naar de voorzijde van de schouder. Het borstbeengedeelte kan een kern op de borst en aan de binnenzijde van de elleboog geven, met uitbreiding langs de binnenarm en handpalmzijde van de onderarm naar vooral ringvinger en pink. Bij de onderste buitenrand wordt gevoeligheid rond borstweefsel en tepel beschreven; bij de mediale vezels een gebied naast het borstbeen. De kaart blijft doorgaans aan één lichaamszijde. Het zijn herkenningsvoorbeelden, geen test waarmee je hart-, long- of zenuwproblemen uitsluit.
Symptomen & beperkingen
- Pijn aan de voorzijde van de schouder bij het openen of zijwaarts heffen van de arm.
- Borstpijn of pijn aan de binnenzijde van arm en hand.
- Bij betrokkenheid van de buitenrand: lokale borst- of tepelgevoeligheid en hinder van kleding.
Belasting & onderhoudende factoren
Herhaald zwaar duwen, bankdrukken, dragen met de arm voor het lichaam en bovenhandse sport kunnen de borstspier belasten. Ook lang dezelfde armstand aanhouden kan klachten uitlokken. Een afgeronde schouderstand bewijst echter niet dat weefsel verkleefd of blijvend verkort is. Beoordeel vooral welke taak, dosis en herstelperiode bij jouw klachten passen.
Epidemiologie & onderzoek
In een aangehaald onderzoek had 66% van patiënten met eenzijdig schouderimpingementsyndroom triggerpoints in deze spier, vaker dan bij gematchte controles. Dat percentage geldt voor die geselecteerde patiëntengroep en geeft geen bevolkingsprevalentie.
Klinische context
Borstpijn kan ook passen bij hartischemie, long- of slokdarmaandoeningen, costochondritis of een ribprobleem. Een pectoralisruptuur, rotatorcuff- of bicepspeesklacht, zenuwwortelprobleem en thoracic-outletsyndroom kunnen overlappende arm- en schouderklachten geven; spiergevoeligheid sluit deze oorzaken niet uit.
Zelfzorg bij pectoralis major
De grote borstspier heeft vezeldelen met verschillende richtingen; de subclavius ligt dieper onder het sleutelbeen. Borstpijn kan ook een oorzaak buiten spieren hebben. Zelfzorg is alleen passend wanneer duidelijk is dat eenvoudige beweging veilig kan worden geprobeerd.
De lage armstand hieronder is een voorzichtige start. Standen rond en boven schouderhoogte kunnen andere vezelrichtingen meenemen, maar zijn niet voor iedere schouder prettig. Begin laag, laat de schouder weg van het oor en draai slechts tot lichte rek. Bouw eerst de bewegingsruimte op, daarna pas kracht bij duwen. Een rek hoort geen scherpe schouder-, borst- of armpijn op te roepen. Gebruik een bal niet op borstbeen, ribben, borstweefsel of oksel; laat druk en plaatsing bij twijfel persoonlijk voordoen.
Belasting in je dag aanpassen
Doseer zwaar duwen, bankdrukken en lang werken met de armen voor je. Wissel houdingen af zonder de schouders geforceerd naar achteren te trekken.
Ondersteun de arm in bed als de schouder anders ver naar voren of achteren valt.
Milde opening bij een deurpost
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Plaats de onderarm laag
Zet een onderarm tegen een deurpost met de elleboog duidelijk onder schouderhoogte.
Draai een klein stukje weg
Draai de romp langzaam van de arm af tot een milde rek aan de voorzijde van de schouder of borst ontstaat.
Laat los
Kom terug zonder te veren. Houd de nek ontspannen en adem normaal door.
Probeer 2 korte rekken van 10 tot 15 seconden. Dit is een milde startvariant van de deurpostrek. Bij een pijnlijke schouder kan alleen ontspannen met armsteun prettiger zijn.
Wanneer stoppen? Stop bij nieuwe of toenemende borstpijn. Bel112 bij pijn of zware druk op de borst die in rust niet weggaat, zeker met zweten, misselijkheid of benauwdheid. Gebruik dan geen zelfmassage. Laat nieuwe of terugkerende onverklaarde borstpijn medisch beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
Geen diepe druk onder het sleutelbeen of in de oksel. Lichte aanraking van de oppervlakkige borstspier kan alleen bij een duidelijk herkende spierklacht. De subclavius is geen geschikte plek voor ongeleide zelfdruk; ook een rek isoleert deze spier niet.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Hidalgo-Lozano et al. (2010) — triggerpoints bij schouderimpingement
geblindeerd gecontroleerd dwarsdoorsnedeonderzoek
Onderzocht twaalf patiënten en tien controles. De specifieke 66% voor pectoralis major staat in het boek; het openbare abstract noemt dit spierpercentage niet en maakt onderscheid tussen actieve en latente punten.
- Fung et al. (2009) — driedimensionale architectuur van pectoralis major
Primair anatomisch dissectieonderzoek
Elf gebalsemde preparaten; vijf in3D gereconstrueerd. Gelaagde pees en gesegmenteerde sternale kop, geen verdraaiing van spier of pees aangetroffen. Dit nuanceert een algemeen draaimechanisme; geen onderzoek naar pijnkaarten of behandelresultaten.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1257.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1258.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1264.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1267.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1273.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1280.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1273.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1282.
- Zelfzorg bij pectoralis major: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Milde opening bij een deurpost: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Milde opening bij een deurpost: Thuisarts — wanneer bellen bij borstpijn
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Illustratie 1: Pectoralis major: sleutelbeen- en borstbeengedeelte. Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1269.
- Illustratie 2: Pectoralis major: onderste buitenrand en mediale borstregio. Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1269.
- Illustratie 3: Pectoralis major: waaier van oorsprongen en aanhechting aan de bovenarm. Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1269.