Diafragma (ademhalingsspier)

M. diaphragma

Ook bekend als: diaphragma, middenrif, ademhalingsspier.

Figure 45.9. A. Examples of referred pain patterns (dark red) of TrPs in intercostal muscles (light red). A TrP can occur in any intercostal muscle. The more dorsally the TrP is located, the farther the pain pattern tends to extend toward the sternum. Patterns tend to follow the curvature of the ribs. B. TrPs in the central diaphragm muscle can refer pain to the upper border of the ipsilateral shoulder at the angle of the neck, and other TrPs refer to the anterolateral aspect of the lower border of the rib cage as in a “stitch in the side.”
Figure 45.9. A. Examples of referred pain patterns (dark red) of TrPs in intercostal muscles (light red). A TrP can occur in any intercostal muscle. The more dorsally the TrP is located, the farther the pain pattern tends to extend toward the sternum. Patterns tend to follow the curvature of the ribs. B. TrPs in the central diaphragm muscle can refer pain to the upper border of the ipsilateral shoulder at the angle of the neck, and other TrPs refer to the anterolateral aspect of the lower border of the rib cage as in a “stitch in the side.”

In het kort

Het middenrif is de belangrijkste spier voor rustige inademing en vormt de scheiding tussen borst- en buikholte. De beschreven pijnverwijzing verschilt tussen het centrale en perifere deel; een zijsteek is niet specifiek voor het middenrif.

Anatomie

Het middenrif is één doorlopende spier-peesplaat die als een dubbele koepel de borstholte van de buikholte scheidt. De centrale peesplaat ligt bovenin; de spiervezels lopen naar de binnenzijde van het zwaardvormige uiteinde van het borstbeen, de onderste zes ribben en hun kraakbeen, en achteraan naar lumbale peespijlers en peesbogen. De peesbogen overspannen onder meer psoas en quadratus lumborum. Openingen laten slokdarm, grote bloedvaten en andere structuren passeren. De rechter en linker nervus phrenicus uit C3–C5 sturen de spier aan. Gevoelsinformatie uit de centrale regio loopt vooral via deze zenuwen; de perifere regio krijgt ook gevoelsvezels via de onderste tussenribzenuwen. Die verschillende zenuwvoorziening helpt het verschil tussen schouder- en ribboogverwijzing verklaren; het zijn geen afzonderlijke type-I- en type-II-pijnkaarten.

Functie

Bij inademen trekt het middenrif samen en daalt de koepel, waardoor de borstholte groter wordt. Buik en onderste ribben mogen daarbij meebewegen. Andere ademhalingsspieren helpen de bovenste borstkas bewegen. Rustige uitademing gebeurt grotendeels door elastische terugveer; bij inspanning en hoesten worden meer spieren actief. Het middenrif werkt ook samen met buikwand en bekkenbodem bij veranderingen in buikdruk en houding. Dat betekent niet dat iedereen één voorgeschreven buikademhaling moet aanleren.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur onderscheidt pijn bij prikkeling van de centrale regio, die naar de bovenrand van de schouder aan dezelfde zijde kan verwijzen, en perifere prikkeling, die rond de aangrenzende onderste ribboog kan worden gevoeld. De onderliggende historische prikkelexperimenten waren zeer klein en onderzochten niet hoe vaak een myofasciaal triggerpoint bij patiënten voorkomt. De kaart toont dus een beschreven verwijzing, geen test om een middenrifprobleem vast te stellen. Een zijsteek bij inspanning is op zichzelf evenmin bewijs van een middenriftriggerpoint.

Symptomen & beperkingen

  • Pijn bij diep ademen of hoesten heeft meerdere mogelijke oorzaken.
  • Sommige mensen ervaren spanning rond de onderste ribboog of een moeizame ademhaling tijdens inspanning.
  • Benauwdheid, schouderpijn of een zijsteek mogen niet uitsluitend op basis van de kaart aan het middenrif worden toegeschreven.

Belasting & onderhoudende factoren

Zware ademarbeid, aanhoudend hoesten, overmatige inspanning en voortdurend aanspannen van de buik worden als mogelijke factoren genoemd. De tekst bespreekt ook de invloed van stress en ademhalingspatroon.

Epidemiologie & onderzoek

De historische reeks van 17 patiënten met spasmen en borstpijn onderzocht geen triggerpoints. Kleine latere onderzoeken vonden verschillen in middenrifbeweging of vermoeibaarheid tussen groepen met en zonder lage-rugpijn. Zulke groepsverschillen bewijzen niet dat het middenrif de rugpijn veroorzaakt of dat lokale druk of dry needling nodig is.

Klinische context

Een hart- of longaandoening, pleuravocht en rib- of borstwandproblemen kunnen vergelijkbare pijn of ademhalingsklachten geven. Het middenrif is niet rechtstreeks als gewone oppervlakkige spier te palperen; onderscheid met de buikspieren langs de ribboog is lastig.

Zelfzorg bij diafragma

Middenrif en tussenribspieren werken samen tijdens ademhalen. De kleine diepe borstkas-spieren zijn niet afzonderlijk met een thuisoefening te isoleren. Pijn bij ademhalen of benauwdheid moet eerst passend worden beoordeeld; de oefening hieronder is uitsluitend een rustige beweeg- en ontspanningsoefening.

Laat borstkas en buik natuurlijk meebewegen. De getoonde schouder- en ribboogkaart geeft geen reden om diep onder de ribboog te drukken. Stop als rustige ademhaling juist pijn, duizeligheid of benauwdheid oproept.

Belasting in je dag aanpassen

Zoek bij zitten voldoende steun zonder de borstkas strak vast te houden. Wissel langdurige houdingen af.

Bespreek aanhoudend hoesten of benauwdheid met een zorgverlener. Zelfmassage vervangt het behandelen van een luchtwegprobleem niet.

De ribben rustig laten meebewegen

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

De ribben rustig laten meebewegen. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Neem een comfortabele houding

    Zit gesteund of lig op de rug met gebogen knieën.

  2. Voel de beweging

    Leg de handen los op de onderste ribben. Adem gewoon in en uit en voel hoe de ribben en buik bewegen.

  3. Houd de adem vrij

    Forceer geen diepe inademing, pers niet uit en houd de adem niet vast. Laat de schouders ontspannen.

Rustig opbouwen

Begin met 5 normale rustige ademhalingen. Laat daarna de handen zakken en adem verder zoals gewoonlijk.

Wanneer stoppen? Stop bij duizeligheid, pijn of meer benauwdheid. Bel 112 bij ernstige aanhoudende borstpijn of druk, vooral met zweten, misselijkheid of benauwdheid, of bij plotseling ernstige ademnood. Neem bij andere nieuwe of aanhoudende borst- of ademklachten contact op met huisarts of huisartsenpost.

Zelfmassage: wat past hier?

Haak geen vingers onder de ribben en druk niet diep tussen de ribben of in de buik. Dergelijke technieken zijn geen algemeen veilige thuisinstructie bij onverklaarde borst- of adempijn.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1327.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1331.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1338.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1351.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1354.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1361.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1354.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1328.
  • Zelfzorg bij diafragma: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1364, 1365, 1366, 1367, 1369.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1364, 1365, 1366, 1367, 1369.
  • De ribben rustig laten meebewegen: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1364, 1365, 1366, 1367, 1369.
  • De ribben rustig laten meebewegen: Thuisarts — wanneer bellen bij borstpijn
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1364, 1365, 1366, 1367, 1369.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1364, 1365, 1366, 1367, 1369.
  • Illustratie 1: Figure 45.9. A. Examples of referred pain patterns (dark red) of TrPs in intercostal muscles (light red). A TrP can occur in any intercostal muscle. The more dorsally the TrP is located, the farther the pain pattern tends to extend toward the sternum. Patterns tend to follow the curvature of the ribs. B. TrPs in the central diaphragm muscle can refer pain to the upper border of the ipsilateral shoulder at the angle of the neck, and other TrPs refer to the anterolateral aspect of the lower border of the rib cage as in a “stitch in the side.” Donnelly, hoofdstuk 45, bronp. 1353.