Digastricus (tweebuikige kaakspier)

M. Digastricus

Ook bekend als: tweebuikige kaakspier, digastric, suprahyoidale spieren.

Voorbeeld van het beschreven pijnpatroon van de achterste digastricusbuik: vooral hoog in de zijnek, met mogelijke uitbreiding naar achterhoofd en onder de kin. De anatomische inzet toont de oorsprong bij het mastoïd en de tussenpees met lus aan het tongbeen. Andere patronen uit hoofdstuk 12 horen bij andere spieren.
Voorbeeld van het beschreven pijnpatroon van de achterste digastricusbuik: vooral hoog in de zijnek, met mogelijke uitbreiding naar achterhoofd en onder de kin. De anatomische inzet toont de oorsprong bij het mastoïd en de tussenpees met lus aan het tongbeen. Andere patronen uit hoofdstuk 12 horen bij andere spieren.
Figuur 12.4C — voorste digastricusbuik en uitstraling naar de onderste snijtanden.
Figuur 12.4C — voorste digastricusbuik en uitstraling naar de onderste snijtanden.

In het kort

De digastricus ligt onder de onderkaak en bestaat uit een voorste en achterste spierbuik. Beide delen werken mee aan mondopening en slikken, maar hun pijnuitstraling verschilt duidelijk.

Anatomie

De digastricus heeft een voorste en een achterste spierbuik. De voorste begint in een kleine groeve aan de binnenkant van de onderkaak, vlak bij de kin. De achterste begint in de incisura mastoidea: een groeve aan de binnenzijde van het mastoïd achter het oor, niet in de gehoorgang. Beide lopen naar een tussenpees die met een bindweefsellus aan het tongbeen is opgehangen. Daardoor kan de pees bij bewegen enigszins door de lus glijden.

Functie

De linker en rechter digastricus werken doorgaans samen bij het omlaag bewegen van de onderkaak. Als onderdeel van de suprahyoïdale groep helpt de spier ook het tongbeen te heffen en te stabiliseren tijdens slikken.

Pijn & uitstraling

De twee spierbuiken hebben verschillende beschreven patronen. De achterste buik verwijst vooral naar het bovenste deel van de sternocleidomastoideus, met mogelijke uitbreiding naar keel, onder de kin en achterhoofd. In andere aangehaalde waarnemingen worden ook oor, kaakgewricht en wang genoemd. De voorste buik wordt vooral gekoppeld aan pijn in de onderste vier snijtanden en de kaakwal eronder; ook tong en soms wang of kaakgewricht zijn beschreven. De kaart van de digastricus mag niet worden vermengd met de aparte longus-collipatronen uit dezelfde boekfiguur.

Symptomen & beperkingen

  • Pijn onder de kaak, in de keel of rond onderste snijtanden.
  • Bij achterste triggerpoints soms een brokgevoel of moeite met slikken.
  • Nekbeweging vermijden wegens pijn, ook als de bewegingsuitslag niet sterk verminderd is.

Belasting & onderhoudende factoren

Knarsen, kauwgomkauwen en een teruggetrokken onderkaak kunnen de digastricus belasten. Nektrauma en ongunstige belasting van de voorste nekspieren worden eveneens in de geraadpleegde literatuur besproken.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur beschrijft de digastricus als een mogelijke maar vaak weinig herkende contributor aan craniocervicale klachten. Het levert geen algemene prevalentie van digastricus-triggerpoints; bevindingen van andere voorste nekspieren zijn niet zonder meer toepasbaar op deze spier.

Klinische context

Bij slik- of keelklachten zijn infecties, afwijkingen in de hals en maligniteit belangrijke alternatieven. Ook tandheelkundige en ooraandoeningen en andere oorzaken van slikproblemen moeten worden onderzocht.

Zelfzorg bij digastricus

De digastricus verbindt via twee spierbuiken de onderkaak, schedel en het tongbeen. Bewegingen van kaak, tong en nek werken in deze regio samen. Die samenhang maakt diepe druk onder de kin geen logische eerste stap voor zelfzorg.

Belasting in je dag aanpassen

Breng leeswerk en beeldscherm op een hoogte waarbij je niet steeds met de kin naar voren hoeft. Wissel je kijkhouding regelmatig af.

Ontspan de tanden van elkaar en laat de tong rustig liggen. Bespreek problemen met slikken, spreken of ademhalen afzonderlijk; ze kunnen niet uit een spierkaart worden verklaard.

Kleine knik met een gesteund hoofd

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Kleine knik met een gesteund hoofd. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ga ondersteund liggen

    Lig op je rug met je hoofd op een passend kussen. Laat de kaak ontspannen en houd de tanden van elkaar.

  2. Maak een kleine ja-beweging

    Knik heel licht alsof je langzaam ja zegt. Je hoofd blijft op het kussen; til het niet op en duw de kin niet hard tegen de borst.

  3. Laat weer los

    Keer terug naar de ontspannen stand en adem rustig door. Houd het klein genoeg om de voorzijde van de hals niet sterk aan te spannen.

Rustig opbouwen

Begin met 5 kleine knikbewegingen. Houd hooguit enkele seconden vast zolang je comfortabel blijft. Dit is een lichte startvariant van de oefeningen.

Wanneer stoppen? Stop bij duizeligheid, duidelijke hals- of kaakpijn en nieuwe slikklachten. Laat aanhoudende slik- of stemproblemen beoordelen.

Zelfmassage: wat past hier?

Druk niet diep onder de kin, op de keel of langs het tongbeen. De oefening hierboven is gericht op controle van het nekgebied en isoleert de digastricus niet. Gerichte tong- of slikoefeningen vragen een passend onderzoek.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 471.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 472.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 481.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 486.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 488.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 493.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 471.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 496.
  • Zelfzorg bij digastricus: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 500, 501, 502.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 500, 501, 502.
  • Kleine knik met een gesteund hoofd: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 500, 501, 502.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 500, 501, 502.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 500, 501, 502.
  • Illustratie 1: Voorbeeld van het beschreven pijnpatroon van de achterste digastricusbuik: vooral hoog in de zijnek, met mogelijke uitbreiding naar achterhoofd en onder de kin. De anatomische inzet toont de oorsprong bij het mastoïd en de tussenpees met lus aan het tongbeen. Andere patronen uit hoofdstuk 12 horen bij andere spieren. Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 486.
  • Illustratie 2: Figuur 12.4C — voorste digastricusbuik en uitstraling naar de onderste snijtanden. Donnelly, hoofdstuk 12, bronp. 486.