Sternocleidomastoideus (schuine halsspier)

M. Sternocleidomastoideus

Ook bekend als: SCM, schuine halsspier, sternocleidomastoid.

De sternale en claviculaire kop hebben verschillende beschreven uitstralingsgebieden. Keeluitbreiding ligt hoog onder de kaak; uitbreiding naar de andere voorhoofdshelft is lichtroze. Kleurgebieden zijn herkenningsvoorbeelden en geen diagnostische grenzen.
De sternale en claviculaire kop hebben verschillende beschreven uitstralingsgebieden. Keeluitbreiding ligt hoog onder de kaak; uitbreiding naar de andere voorhoofdshelft is lichtroze. Kleurgebieden zijn herkenningsvoorbeelden en geen diagnostische grenzen.

In het kort

De sternocleidomastoideus stuurt de stand en beweging van het hoofd. De sternale en claviculaire kop hebben afzonderlijke uitstralingspatronen; de hoofdklacht ligt lang niet altijd in de nek zelf.

Anatomie

De sternale kop begint op de voorkant van het bovenste borstbeen, het manubrium. De claviculaire kop begint op het mediale derde van het sleutelbeen en ligt deels dieper. Beide lopen omhoog naar het mastoïd achter het oor; de sternale vezels bereiken ook het laterale deel van de bovenste achterhoofdsrichel. De sternale vezels lopen schuiner, de claviculaire bijna verticaal. Onder de spier liggen belangrijke bloedvaten en zenuwen.

Functie

Eenzijdige activiteit buigt het hoofd naar dezelfde kant en draait het naar de andere kant. Beide spieren helpen het hoofd tegen de zwaartekracht te buigen en kunnen bij gefixeerd hoofd de inademing ondersteunen.

Pijn & uitstraling

De twee koppen hebben verschillende beschreven patronen. In de sternale kop kan het onderste deel pijn naar het bovenste borstbeen verwijzen. Het middendeel kan diepe zeurende pijn naar wang, bovenkaak, wenkbrauw en achter het oog geven; ook keel, achterzijde van de tong bij slikken en een klein gebied op de kin worden genoemd. Bovenin de sternale kop wordt pijn naar de achterhoofdsrand en kruin beschreven. Bij de claviculaire kop kan het middendeel naar het voorhoofd verwijzen, soms over de middellijn heen bij hevige klachten. Het bovenste deel kan pijn diep in en achter het oor geven. De patronen overlappen en bewijzen op zichzelf niet welke kop de klachten veroorzaakt.

Symptomen & beperkingen

  • Pijn of druk rond wang, slaap en oog.
  • Nekgevoeligheid bij aanraking, soms met een scheve hoofdstand.
  • De geraadpleegde literatuur beschrijft ook autonome en evenwichtsklachten; die vereisen een afzonderlijke medische beoordeling.

Belasting & onderhoudende factoren

Langdurig met gedraaid hoofd zitten of slapen kan deze spier belasten. De geraadpleegde literatuur noemt ook plotselinge overbelasting en whiplash als omstandigheden waarin triggerpoints kunnen ontstaan.

Epidemiologie & onderzoek

Bij klinische groepen met migraine, spanningshoofdpijn, cervicogene hoofdpijn, kaakklachten, whiplash en mechanische nekpijn worden SCM-triggerpoints beschreven. Die samenhang bewijst niet dat de SCM de oorzaak van elk van deze aandoeningen is.

Klinische context

Duizeligheid vraagt onderscheid tussen onder meer BPPD, de ziekte van Ménière en neurologische oorzaken. Ook oog-, oor-, gebits- en kaakaandoeningen kunnen hetzelfde klachtengebied geven.

Zelfzorg bij sternocleidomastoideus

De sternocleidomastoideus helpt je hoofd bewegen en kan meewerken bij krachtig ademhalen. Een langdurig gedraaide kijkhouding belast de twee kanten verschillend. Zelfzorg begint daarom met beweegvariatie en steun voor je hoofd, niet met hard in de hals knijpen.

Belasting in je dag aanpassen

Draai bij een lang gesprek je stoel en romp mee, zodat je niet steeds met je hoofd opzij blijft kijken. Plaats het scherm voor je en neem korte beweegpauzes.

Kies een kussen dat in zijligging de ruimte tussen hoofd en schouder ondersteunt. Kom vanuit bed via je zij overeind als rechtop trekken aan je nek onprettig is.

Rustige hoofdrotatie

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Rustige hoofdrotatie. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ontspan je uitgangshouding

    Zit met steun in je rug en kijk recht vooruit. Laat de schouders zakken zonder ze naar beneden te trekken.

  2. Kijk opzij

    Draai je hoofd langzaam een klein stuk naar links en terug naar het midden. Herhaal naar rechts, zonder je kin omhoog te steken.

  3. Blijf rustig ademen

    Adem tijdens de beweging normaal door. Maak de beweging kleiner als je de voorzijde van je hals aanspant.

Rustig opbouwen

Begin met 3 tot 5 kleine draaibewegingen per kant, bijvoorbeeld tijdens een werkpauze. Deze rustige start is een praktische aanpassing van de beweegadviezen.

Wanneer stoppen? Stop bij duizeligheid, misselijkheid, nieuwe hoofdpijn, zichtproblemen of uitstralende klachten. Bespreek terugkerende klachten bij draaien met een zorgverlener.

Zelfmassage: wat past hier?

De voor- en zijkant van de hals bevatten bloedvaten en zenuwen. Gebruik hier geen massagepistool, harde bal of diepe zelfdruk. Laat een fysiotherapeut eerst bepalen of deze spier relevant is en welke aanraking eventueel veilig is. De vergaande rekposities zijn geen algemene thuisoefening.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 348.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 349.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 348.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 354.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 357.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 348.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 365.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 365.
  • Zelfzorg bij sternocleidomastoideus: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 368, 369, 371, 374.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 368, 369, 371, 374.
  • Rustige hoofdrotatie: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 368, 369, 371, 374.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 368, 369, 371, 374.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 368, 369, 371, 374.
  • Illustratie 1: De sternale en claviculaire kop hebben verschillende beschreven uitstralingsgebieden. Keeluitbreiding ligt hoog onder de kaak; uitbreiding naar de andere voorhoofdshelft is lichtroze. Kleurgebieden zijn herkenningsvoorbeelden en geen diagnostische grenzen. Donnelly, hoofdstuk 7, bronp. 356.