Intrinsieke voetspieren

Mm. intrinseci pedis

Afzonderlijke spieren

Abductor hallucis

Abductor digiti minimi (voet)

Flexor digitorum brevis

Quadratus plantae

Flexor hallucis brevis

Adductor hallucis

Flexor digiti minimi brevis (voet)

Opponens digiti minimi (voet)

Extensor digitorum brevis

Extensor hallucis brevis

Lumbricales (voet)

Interossei dorsales (voet)

Interossei plantares (voet)

In het kort

Ongeveer twintig kleine spieren liggen volledig in de voet. De beschreven patronen verschillen per spier; bij een aantal spieren is het uitstralingspatroon nog onvoldoende vastgesteld.

Anatomie

De voetzoolspieren worden in vier lagen ingedeeld. Oppervlakkig liggen abductor hallucis, abductor digiti minimi en flexor digitorum brevis; dieper quadratus plantae en lumbricales, daarna de korte grote-teenbuiger, adductor hallucis en korte kleine-teenbuiger. De interossei liggen het diepst. Korte teenstrekkers liggen op de voetrug.

Functie

Werken samen aan voetbooghoogte, gecontroleerde vervorming van de voet en balans tijdens staan en lopen. Afzonderlijke spieren buigen, strekken, spreiden of sluiten tenen; quadratus plantae ondersteunt de trekrichting van de lange tenenbuiger en interossei helpen de voorvoet verstevigen bij afzet.

Pijn & uitstraling

Abductor hallucis: mediale hiel en voetboog; quadratus plantae: onder de hiel. Flexor digitorum brevis: onder de middelste voorvoetkopjes; abductor digiti minimi: onder het vijfde kopje. Flexor hallucis brevis: onder en naast het eerste kopje en soms grote teen. Adductor hallucis: onder kopjes één tot vier. Interossei: langs de bijbehorende teen en middenvoetsstraal, met mogelijke enkel- of kuitverwijzing. Korte strekkers: voetrug. Voor lumbricales en flexor digiti minimi brevis is een eigen patroon niet goed vastgesteld.

Symptomen & beperkingen

  • Pijnlijke voeten met minder loopafstand of ontlastend lopen.
  • Schoenen of inlegzolen kunnen onaangenaam op gevoelige gebieden drukken.
  • Bij diepere voorvoetspieren soms een gevoel van zwelling, gevoelloosheid of een opgepropte sok onder de voet.

Belasting & onderhoudende factoren

Krappe of te korte schoenen en starre zolen kunnen teenbeweging beperken. De geraadpleegde literatuur noemt verder directe kneuzingen, tenen stoten, immobilisatie, lopen op zacht zand of oneffen terrein en extra stabilisatiewerk bij afwijkende voetmobiliteit.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur benadrukt dat weinig gepubliceerde studies de uitstralingspatronen van intrinsieke voetspieren onderzoeken; veel kaarten zijn gebaseerd op oorspronkelijke klinische waarnemingen. Een oude serie van honderd patiënten is geen representatieve algemene prevalentiestudie.

Klinische context

Plantaire fasciopathie, inklemming van plantaire zenuwen, metatarsalgie en structurele teen- of voetproblemen kunnen dezelfde klachten geven. Een gevoel van een propje onder de voet of gevoelloosheid is niet specifiek voor triggerpoints en vraagt om een bredere beoordeling.

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2176.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2176.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2184.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2187.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2190.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2199.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2187.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 70, bronp. 2176.