Pectoralis minor (kleine borstspier)
M. pectoralis minor
Ook bekend als: kleine borstspier.

In het kort
De kleine borstspier verbindt de ribben met het schouderblad en helpt de positie van dat schouderblad regelen. Pijnverwijzing en mogelijke druk op nabijgelegen zenuwstructuren zijn verschillende mechanismen die vergelijkbare klachten kunnen geven.
Anatomie
De kleine borstspier ligt onder de grote borstspier. Meestal begint hij met drie slippen op de voorste buitenzijde van ribben 3–5, dicht bij het ribkraakbeen, en op tussenliggende fascie. De vezels lopen schuin omhoog en naar buiten naar de mediale rand en bovenzijde van het ravenbekuitsteeksel van het schouderblad. De gebruikelijke aanhechting zit dus niet aan de bovenarm. De oorsprong en eindpees kunnen variëren; soms lopen vezels over het ravenbekuitsteeksel naar aangrenzende structuren. Onder de spier lopen zenuwen en bloedvaten naar de arm. De geraadpleegde literatuur bespreekt ook onderzoek naar type-I- en type-II-spiervezels, maar dat levert geen aparte uitstralingskaart per microscopisch vezeltype op.
Functie
Trekt het schouderblad naar voren rond de borstkas, kan het voorover kantelen en helpt bij neerwaartse rotatie. Bij neerwaarts steunen met de armen draagt hij bij aan stabilisatie van de schoudergordel. Als het schouderblad gefixeerd is, kan de spier bij krachtig inademen helpen de ribben heffen; dat is iets anders dan een hoofdrol bij gewone rustige ademhaling. Welke bijdrage overheerst hangt af van armstand en taak.
Pijn & uitstraling
De duidelijkste beschreven kern ligt aan de voorzijde van de schouder, over het voorste deel van de deltoideus. Mogelijke uitbreiding loopt onder het sleutelbeen of over dezelfde borsthelft en langs de binnenzijde van bovenarm, elleboog en onderarm naar de pinkzijde van de handpalm. Pink, ringvinger en de aangrenzende zijde van de middelvinger kunnen meedoen. Pijnverwijzing is iets anders dan zenuw- of vaatcompressie onder de spier; tintelingen, gevoelsverlies of verkleuring moet je afzonderlijk laten beoordelen. Een herkenbare kaart sluit een cardiale oorzaak van borstpijn niet uit.
Symptomen & beperkingen
- Pijn of moeite bij voorwaarts en omhoog reiken.
- Pijn bij de arm op schouderhoogte naar achteren brengen.
- Bij een afzonderlijk pectoralis-minorsyndroom kunnen krachtsverlies en tintelingen door neurovasculaire compressie meespelen.
Belasting & onderhoudende factoren
Langdurig met de armen vooruit werken, krachtig neerwaarts steunen zoals bij kruklopen en herhaald bovenhands werpen kunnen de spier belasten. De geraadpleegde literatuur noemt ook langdurig afgeronde schouders, hevig hoesten en druk van rugzakbanden.
Epidemiologie & onderzoek
De klinische bespreking bevat onder andere een casus met borstpijn en beschrijvingen van pectoralis-minorsyndroom. Daaruit volgt geen betrouwbare algemene frequentie van actieve triggerpoints in deze spier.
Klinische context
Te onderscheiden van thoracic-outletsyndroom, cervicale radiculaire klachten, supraspinatus- of bicepspeesproblemen en mediale elleboogpijn uit andere bronnen. Omdat de borstpijn op hartischemie kan lijken, kan het patroon op zichzelf een cardiale oorzaak niet uitsluiten.
Zelfzorg bij pectoralis minor
De pectoralis minor ligt onder de grote borstspier en verbindt ribben met het schouderblad. Hij ligt dicht bij zenuwen en bloedvaten. De schouders voortdurend hard naar achteren trekken kan klachten juist verergeren.
De armsteun hieronder is een start om de schouder zonder kracht te laten rusten. Houd de armen lager dan schouderhoogte en trek ze niet hard achter de romp. De spier ligt onder de grote borstspier naast zenuwen en vaten; gerichte zelfdruk is daardoor lastig. Laat de plaats en uitvoering daarom eerst voordoen; zoek niet met een harde bal in de oksel. Tintelingen tijdens een rek zijn een stopteken, geen teken dat een blokkade loskomt. Verdeel lang reiken, kruklopen of tuinwerk in kortere stukken.
Belasting in je dag aanpassen
Onderbreek lang werk met de armen voor het lichaam. Verminder tijdelijk zware rugzakken of duwoefeningen die de klachten oproepen.
Laat de schouders in een comfortabele ruststand vallen. Ondersteun in bed de arm zodat deze niet ver achter het lichaam hangt.
Borstregio ontspannen met armsteun
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ga op de rug liggen
Gebruik een comfortabel kussen onder het hoofd en buig zo nodig de knieën.
Ondersteun de armen
Leg de armen iets van de romp op kussens, ruim onder schouderhoogte. Laat de schouders rusten.
Adem rustig
Blijf normaal ademen en laat de borstkas vanzelf meebewegen. Duw de schouders niet naar de ondergrond.
Probeer deze comfortabele houding 30 tot 60 seconden. Vergroot geen rek wanneer de arm tintelt of de schouder pijnlijk wordt.
Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, gevoelloosheid, een koude arm of borstpijn. Nieuwe drukkende borstpijn met benauwdheid of zweten vraagt spoedhulp.
Zelfmassage: wat past hier?
Vermijd diepe zelfdruk onder de borstspier, onder het sleutelbeen of in de oksel. De pectoralis minor is moeilijk zelf te onderscheiden. Een eventueel gerichte druk- of rektechniek vraagt uitleg en controle.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Lawson et al. (2011) — borstpijn bij een pectoralis-minortriggerpoint
casusbeschrijving
Eén patiënt met pseudo-angineuze pijn na langlaufen; ondersteunt een klinisch voorbeeld, geen prevalentie of uitsluiting van hartziekte.
- Lee et al. (2014) — afwijkende eindpees van pectoralis minor op MRI
Primair retrospectief MRI-onderzoek
507 schouder-MRI’s; 13,4% met geheel of gedeeltelijk afwijkende insertie. Beschrijft variatie in een onderzochte populatie, niet hoeveel mensen triggerpointpijn hebben. Een samenhang met weefselveranderingen bewijst geen behandelbare verkleving bij iedereen.
- Sato et al. (1984) — type-I- en type-II-vezels in pectoralis minor
Primair histologisch onderzoek
Operatief verkregen spierweefsel van 200 Japanse vrouwen van 26–80 jaar. Beschrijft leeftijdsverschillen in vezelaantal en -omvang; geen onderzoek naar pijnverwijzing, mannen of het effect van dry needling.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1305.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1306.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1309.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1313.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1314.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1319.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1314.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1305.
- Zelfzorg bij pectoralis minor: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1321, 1322, 1323, 1324.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1321, 1322, 1323, 1324.
- Borstregio ontspannen met armsteun: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1321, 1322, 1323, 1324.
- Borstregio ontspannen met armsteun: Thuisarts — wanneer bellen bij borstpijn
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1321, 1322, 1323, 1324.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1321, 1322, 1323, 1324.
- Illustratie 1: Pectoralis minor: pijnpatroon aan voorzijde schouder en arm. De inzet toont de drie oorsprongsslips op ribben 3–5 naar het ravenbekuitsteeksel; overige ribben, borstbeen en sleutelbeen zijn weggelaten. Donnelly, hoofdstuk 44, bronp. 1314.