Sternalis (borstbeenspier)
M. sternalis
Ook bekend als: borstbeenspier, musculus sternalis.

In het kort
De sternalis is een anatomische variant die lang niet iedereen heeft. Ondanks de soms kleine omvang wordt een uitgesproken diepe pijn rond of achter het borstbeen beschreven.
Anatomie
De sternalis is een variabele spierstrook vóór de grote borstspier, meestal evenwijdig aan het borstbeen. Hij ligt oppervlakkig aan de pectorale fascie en kan aan één of beide kanten voorkomen, soms met meerdere koppen of spierbuiken. De bovenste verbindingen kunnen naar borstbeen, sleutelbeenregio of fascie van de halsspieren lopen; onderaan zijn verbindingen met ribkraakbeen of de rectusschede beschreven. Er is geen voor iedereen geldende standaardaanhechting. Een tekening van twee stroken toont daarom één mogelijke variant, niet de anatomie die iedereen heeft.
Functie
Een vaste bewegingsfunctie is niet aangetoond. De geraadpleegde literatuur noemt onvoldoende elektromyografische en klinische gegevens om te bepalen wanneer en waarom de spier samentrekt.
Pijn & uitstraling
De geraadpleegde literatuur beschrijft diepe pijn rond of achter het borstbeen die ook over de middenlijn kan reiken. Uitbreiding is mogelijk naar één bovenborst, voorzijde van de schouder, oksel en binnenzijde van de elleboog; onderarm en hand horen niet bij het kenmerkende patroon. De pijn kan weinig veranderen met bewegen. Juist daardoor mag je deze kaart niet gebruiken om borstpijn als onschuldig of zeker spiergebonden te beoordelen.
Symptomen & beperkingen
- Diepe, soms intense pijn achter het borstbeen.
- Gevoeligheid boven het borstbeen.
- Weinig verandering van de pijn bij een andere houding of beweging.
Belasting & onderhoudende factoren
Voor deze anatomische variant zijn de ontstaansfactoren van pijn onvoldoende onderzocht. De geraadpleegde literatuur bespreekt klinische waarnemingen van gelijktijdige klachten in borstspieren en andere borststructuren, maar dat bewijst geen oorzakelijk verband. Aanwezigheid van een sternalis betekent niet dat deze je pijn veroorzaakt; een pijnlijke plek bij het borstbeen is ook geen bewijs dat de spier aanwezig is.
Epidemiologie & onderzoek
Aanwezigheid varieert tussen onderzochte populaties en meetmethoden. In een retrospectieve Chinese CT-studie werd de spier gezien bij 347 van 6000 volwassenen (5,8%); zowel eenzijdige als tweezijdige varianten kwamen voor. Dat is een anatomische bevinding in die onderzochte groep, geen cijfer voor pijnlijke triggerpoints en geen voorspelling voor een individuele patiënt.
Klinische context
Het patroon kan sterk lijken op angina pectoris of een hartinfarct. De geraadpleegde literatuur noemt ook costochondritis, het syndroom van Tietze, reflux, slokdarmontsteking en een C7-wortelprobleem als alternatieve verklaringen.
Zelfzorg bij sternalis
De sternalis is een variabele spier langs het borstbeen. Pijn op deze plaats mag niet op basis van een afbeelding aan een triggerpoint worden toegeschreven. De algemene zelfzorg blijft hier beperkt tot comfort en rustig ademen na beoordeling van de klacht; gerichte druktechnieken vragen professionele begeleiding.
Je kunt niet zelf vaststellen of je een sternalis hebt door op een pijnlijke plek te drukken. Gebruik de ademhalingsoefening alleen voor comfort bij een al beoordeelde klacht. Ondersteun armen en rug, adem vijf keer rustig zonder extra diep in te ademen en ga daarna weer normaal bewegen. Dat ontspanning prettig voelt, bevestigt geen spierdiagnose. Gebruik geen harde druk op het borstbeen en probeer onverklaarde of terugkerende borstpijn niet met een triggerpointkaart zelf te behandelen.
Belasting in je dag aanpassen
Kies bij een al beoordeelde spierklacht een ondersteunde houding die prettig aanvoelt. Forceer geen strakke rechte houding.
Wissel langdurig zitten af en let op of zwaar duwen of eenzelfde werktaak de klachten herhaald oproept.
Rustig ademen met steun
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ga comfortabel zitten of liggen
Ondersteun rug en hoofd en laat de armen ontspannen rusten.
Adem normaal door
Laat buik en onderste ribben natuurlijk meebewegen. Zoek geen maximale inademing.
Laat de spanning zakken
Ontspan bij het uitademen zonder lucht hard uit te persen of de adem vast te houden.
Probeer 5 rustige ademhalingen en keer terug naar gewone ademhaling. Dit is een comfortoefening, geen behandeling voor onverklaarde borstpijn.
Wanneer stoppen? Stop bij nieuwe of toenemende borstpijn. Bel112 bij pijn of zware druk op de borst die in rust niet weggaat, zeker met zweten, misselijkheid of benauwdheid. Gebruik dan geen zelfmassage. Laat nieuwe of terugkerende onverklaarde borstpijn medisch beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
Gebruik geen harde druk of massagehulpmiddel op het borstbeen om de oorzaak van borstpijn te testen. Een sternalisspier is niet bij iedereen aanwezig en kan niet betrouwbaar zelf worden vastgesteld.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Snosek et al. (2014) — anatomische variatie van de sternalis
anatomisch literatuuroverzicht
Onderbouwt dat aanwezigheid en variatie anatomische bevindingen zijn, geen pijnprevalentie. De historische reeks van dertien studies en de range 1,7–14,3% worden in het boek toegeschreven aan Eisler (1912), referentie 5; dit overzicht is niet die oorspronkelijke reeks.
- Ge et al. (2014) — sternalisvarianten op6000 CT-onderzoeken
Primair retrospectief anatomisch beeldvormingsonderzoek
Sternalis bij347 van6000 onderzochte volwassenen (5,8%), met verschillende eenzijdige en tweezijdige vormen. Het percentage gaat over aanwezigheid, niet over pijn; niet automatisch toepasbaar op de Nederlandse bevolking.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1293.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1293.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1295.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1297.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1298.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1299.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1294.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1293.
- Zelfzorg bij sternalis: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1301, 1302.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1301, 1302.
- Rustig ademen met steun: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1301, 1302.
- Rustig ademen met steun: Thuisarts — wanneer bellen bij borstpijn
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1301, 1302.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1301, 1302.
- Illustratie 1: Figure 43.2. A trigger point (TrP) in the left sternalis muscle gives rise to the referred pain pattern shown in red. Donnelly, hoofdstuk 43, bronp. 1298.