Piriformis (peervormige spier)

M. piriformis

Ook bekend als: peervormige spier, diepe heuprotator, piriformissyndroom.

Piriformis: bil/SI-gebied met mogelijke uitbreiding over het bovenste achterbeen; overlappende patronen zijn geen diagnose.
Piriformis: bil/SI-gebied met mogelijke uitbreiding over het bovenste achterbeen; overlappende patronen zijn geen diagnose.
Piriformis: regionale oorsprong aan de binnenzijde van het heiligbeen, pees naar de bovenzijde van de grote draaier en gebruikelijk zenuwverloop eronder.
Piriformis: regionale oorsprong aan de binnenzijde van het heiligbeen, pees naar de bovenzijde van de grote draaier en gebruikelijk zenuwverloop eronder.

In het kort

De piriformis verbindt het heiligbeen met het dijbeen en ligt dicht bij de grote beenzenuw. Pijn uit triggerpoints moet worden onderscheiden van het bredere, omstreden piriformissyndroom.

Anatomie

Een peervormige diepe bilspier die meestal met meerdere bundels aan de binnenzijde van het heiligbeen begint. Hij verlaat het bekken door de grote zitbeenuitsparing en loopt naar de bovenzijde en mediale rand van de grote draaier van het bovenbeen. Peesverbindingen met obturator internus en gluteus medius variëren. De gebruikelijke heupzenuw loopt onder de spier door, maar varianten komen voor. De spier mag niet als een waaier vanaf de buitenzijde van het darmbeen worden getekend. Een dissectiestudie vond geen rechtstreekse bijdrage aan het heupkapsel.

Functie

Draagt bij aan naar buiten draaien bij een relatief gestrekte heup en aan zijwaarts bewegen bij een meer gebogen heup. De werking verandert met de heupstand en taak. Een studie bij tien gezonde mensen liet activiteit zien tijdens onder meer eenbenig bruggen en uitwendige rotatie; dit ondersteunt een bijdrage aan de heupcontrole. Het onderzoek bewijst niet dat de spier bij bilpijn steeds te kort is of dat één oefening de oorzaak oplost.

Pijn & uitstraling

Het bronpatroon ligt vooral naast het heiligbeen, in de bil en over de achterzijde van de heup, met mogelijke uitbreiding naar het bovenste of middelste deel van het achterbeen. Tekst en figuur gebruiken iets verschillende grenzen; de kaart is daarom een voorbeeld en geen scherpe afbakening. Voet- of kuitklachten zijn geen standaardkenmerk van deze afbeelding. De geraadpleegde literatuur noemt zulke klachten in beperkte klinische beschrijvingen, maar zenuwgerelateerde uitstraling moet apart worden onderzocht. Een triggerpointpatroon en piriformissyndroom zijn niet hetzelfde.

Symptomen & beperkingen

  • Diepe bilpijn die kan toenemen bij zitten.
  • Pijn of beperkte beweeglijkheid bij de heup naar binnen draaien of naar de middellijn bewegen.
  • Klachten kunnen door patiënten als ischias of een hamstringprobleem worden ervaren.

Belasting & onderhoudende factoren

Draaien op één belast been, een uitglijder opvangen, tillen vanuit brede stand en veel bergop lopen kunnen belasten. Langdurig met de heupen gebogen en naar buiten gedraaid zitten of druk van een portefeuille worden als onderhoudende factoren genoemd.

Epidemiologie & onderzoek

Onderzoeken naar piriformissyndroom gebruiken uiteenlopende definities en tests. Zij meten niet vanzelf de prevalentie van triggerpoints. De geraadpleegde literatuur levert geen betrouwbaar algemeen bevolkingscijfer voor piriformistriggerpoints.

Klinische context

Beoordeel mogelijke lumbale radiculopathie, SI- of heupgewrichtspijn en andere oorzaken van diepe bilpijn. De geraadpleegde literatuur benadrukt dat piriformissyndroom geen uniform gedefinieerde aandoening is en niet gelijkstaat aan elk gevoelig punt in deze spier.

Zelfzorg bij piriformis

De diepe heuprotatoren liggen onder de bilspieren. De piriformis is er één van; andere korte spieren hebben eigen aanhechtingen. De heupzenuw loopt dichtbij. Vermijd daarom sterke druk en langdurige rek die zenuwklachten oproepen.

De kleine heupdraaiing in zit is een rustige beginbeweging. Gebruik geen harde bal diep onder het zitvlak. Een diep rekgevoel of uitstraling is geen bewijs dat de juiste spier wordt geraakt. Bij scherpe of tintelende pijn verklein je de beweging of stop je; een zenuw moet niet door sterke druk of langdurig rekken worden behandeld. De 15 cm op de illustratie is een voorbeeld van de beweging, geen verplichte afstand; jouw comfortabele uitslag kan kleiner zijn.

Belasting in je dag aanpassen

Wissel lang zitten af en laat de knieën niet voortdurend ver naar binnen of buiten gedraaid staan.

Ondersteun in zijligging zo nodig beide knieën en enkels met een kussen. Bouw lang op één been staan of zwaar sporten geleidelijk op.

Kleine heupdraaiing in zit

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Kleine heupdraaiing in zit. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder. De afstand in het beeld is slechts een voorbeeld; kies je eigen comfortabele bewegingsruimte.
  1. Zit op een stevige stoel

    Zet de bovenbenen ongeveer recht vooruit met de knieën gebogen.

  2. Beweeg de voet naar buiten

    Laat één voet een klein stukje naar buiten bewegen terwijl de knie ongeveer op dezelfde plek blijft. Hierdoor draait de heup naar binnen.

  3. Keer rustig terug

    Kom terug zonder met de hand de knie te duwen. Kies een kleine, comfortabele uitslag.

Rustig opbouwen

Begin met 5 kleine draaiingen per kant. Houd geen sterke eindstand vast. Dit is een milde variant van de actieve heuprotatie.

Wanneer stoppen? Stop bij tintelingen, gevoelloosheid of toenemende uitstraling naar onderbeen of voet. Nieuw krachtsverlies of problemen met plassen, ontlasting of gevoel rond het kruis vraagt direct medische beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Gebruik geen harde bal diep in de bil om de piriformis of een andere diepe rotator op te zoeken. Vooral bij tintelingen of uitstraling onder de knie is druk op de zenuwregio ongeschikt. Laat een specifieke techniek eerst beoordelen en aanleren.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1744.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1748.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1757.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1760.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1762.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1772.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1764.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1773.
  • Zelfzorg bij piriformis: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Kleine heupdraaiing in zit: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Kleine heupdraaiing in zit: Thuisarts — wanneer hulp zoeken bij rugpijn
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1777, 1778, 1782.
  • Illustratie 1: Piriformis: bil/SI-gebied met mogelijke uitbreiding over het bovenste achterbeen; overlappende patronen zijn geen diagnose. Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1761.
  • Illustratie 2: Piriformis: regionale oorsprong aan de binnenzijde van het heiligbeen, pees naar de bovenzijde van de grote draaier en gebruikelijk zenuwverloop eronder. Donnelly, hoofdstuk 57, bronp. 1761.