Splenius Capitis (hoofdriemspier)
M. Splenius Capitis
Ook bekend als: hoofdriemspier.

In het kort
De splenius capitis is een achterste nekspier die de beweging van hoofd en nek ondersteunt. Het kenmerkende beschreven pijngebied ligt hoog op de kruin, ook als de betrokken spier zelf in de nek zit.
Anatomie
De splenius capitis ligt dieper dan de trapezius. Hij begint aan het onderste nekbandgebied en de doornuitsteeksels van C7 en de bovenste drie tot vier borstwervels. De vezels lopen schuin omhoog en naar buiten naar het mastoïd achter het oor en het laterale deel van de bovenste achterhoofdsrichel. Deze schedelaanhechting onderscheidt hem van de splenius cervicis, die aan nekwervels eindigt.
Functie
Beide zijden samen helpen hoofd en nek strekken. Eenzijdig helpt de spier het gezicht naar dezelfde kant draaien; de bijdrage aan zijwaarts buigen wordt in studies niet volledig eensluidend beschreven.
Pijn & uitstraling
Triggerpoints kunnen pijn naar de kruin aan dezelfde kant verwijzen. In experimenteel onderzoek met een hypertonische zoutinjectie is eveneens uitstraling naar dit bovenste hoofdgebied beschreven.
Symptomen & beperkingen
- Pijn dicht bij de kruin.
- Soms drukkende achterhoofdpijn als onderdeel van een breder nekspierpatroon.
- Nekpijn of beweginggerelateerde beperking kan naast de hoofdpijn bestaan.
Belasting & onderhoudende factoren
Whiplash en langdurige houdingen bij bureauwerk, een handheld apparaat of een muziekinstrument worden genoemd. Zowel ongebruikelijke belasting als aanhoudend verkort of verlengd houden kan bijdragen.
Epidemiologie & onderzoek
Klinische studies beschrijven splenius-capitis-triggerpoints bij mechanische nekpijn, spanningshoofdpijn, fibromyalgie en cervicale radiculaire klachten. De gerapporteerde frequenties bij whiplash betreffen geselecteerde ongevalspatiënten en kunnen niet naar iedereen worden vertaald.
Klinische context
Nekgewrichtspijn en cervicale zenuwwortelproblematiek kunnen hetzelfde gebied beïnvloeden. Ook een hoofdpijndiagnose kan naast spieruitstraling bestaan; één herkenbaar patroon sluit deze alternatieven niet uit.
Zelfzorg bij splenius capitis
De spleniusspieren helpen je hoofd en nek strekken en draaien. Bij langdurig kijken naar één kant kan dezelfde regio steeds belast blijven. Zelfzorg richt zich op afwisseling en rustige beweging, niet op de nek maximaal uitrekken.
Belasting in je dag aanpassen
Zet een veelgebruikt scherm recht voor je. Gebruik bij lezen zo nodig een standaard, zodat je niet steeds ver naar beneden of opzij kijkt.
Ondersteun je hoofd comfortabel tijdens slapen. Houd bij krachttraining je blik rustig en gebruik een gewicht waarbij je niet met het hoofd naar voren trekt.
Van kijken naar bewegen
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ga ontspannen zitten
Steun je rug en laat de schouders los. Kijk recht vooruit.
Draai rustig
Kijk langzaam naar links, terug naar het midden en vervolgens naar rechts. Gebruik alleen een comfortabele uitslag.
Wissel houding
Sta daarna even op of loop een stukje. Een korte verandering van taak kan nuttiger zijn dan één langdurige rek.
Begin met 3 tot 5 rustige draaibewegingen per kant tijdens een pauze. De dosering is een conservatieve start; pas haar aan op het effect later op de dag.
Wanneer stoppen? Stop bij duizeligheid, zichtproblemen, toenemende hoofdpijn of armuitstraling. Laat aanhoudende of nieuwe neurologische klachten beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
Kies liever lichte massage van de oppervlakkige achterkant van de nek dan een harde bal. Druk niet op de halszijkant, wervels of diep onder de schedelrand. Een specifieke spleniusspier kun je zelf niet betrouwbaar onderscheiden van de omliggende lagen.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Muñoz-Muñoz et al. (2012) — Myofascial trigger points, pain, disability, and sleep quality in individuals with mechanical neck pain
Patiënt-controleonderzoek
De splenius capitis was een van de onderzochte spieren bij 15 patiënten met mechanische nekpijn en 12 controles. De studie kan niet naar de splenius cervicis worden doorgetrokken.
- Sari et al. (2012) — Active myofascial trigger points might be more frequent in patients with cervical radiculopathy
Klinisch vergelijkend onderzoek
Onderzoek bij 244 patiënten met cervicale radiculopathie en 122 controles. De gevonden associatie met actieve triggerpoints geldt voor deze patiëntengroep.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 547.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 548.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 549.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 551.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 552.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 547.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 560.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 560.
- Zelfzorg bij splenius capitis: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Van kijken naar bewegen: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Illustratie 1: Links een schema van de spierligging: van de middellijn bij C7 en de bovenste borstwervels schuin omhoog naar het mastoïd en de laterale achterhoofdsrand. Rechts het beschreven kruinpatroon. De schematische ligging toont geen afzonderlijke wervelaanhechtingen. Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 555.