Splenius Cervicis (nekriemspier)
M. Splenius Cervicis
Ook bekend als: nekriemspier.

In het kort
De splenius cervicis verbindt de bovenste borstwervels met de bovenste nek. Er zijn een hoger pijnpatroon richting oog en achterhoofd en een lager patroon aan de nekbasis beschreven.
Anatomie
De splenius cervicis ligt lateraal en lager dan de splenius capitis. Vanuit de doornuitsteeksels van T3–T6 lopen de vezels schuin omhoog en naar buiten naar de dwarsuitsteeksels van C1 en C2 en de achterste knobbel van het dwarsuitsteeksel van C3. Hij hecht niet aan de schedel of aan het schouderblad. De grenzen tussen naburige spierdelen zijn niet bij iedereen even scherp.
Functie
Beide zijden helpen de cervicale wervelkolom strekken en controleren. Eenzijdig ondersteunt de spier het draaien van de nek en werkt daarbij samen met andere achterste nekspieren.
Pijn & uitstraling
Het bovenste deel kan diffuse pijn door het hoofd naar achter het oog verwijzen, soms ook naar het achterhoofd. Het onderste deel kan uitstralen naar de hoek en basis van de nek, deels overlappend met de levator scapulae.
Symptomen & beperkingen
- Diepe pijn achter één oog of in de nek.
- Een stijve nek met pijnlijk beperkte rotatie.
- De geraadpleegde literatuur noemt soms wazig zien bij het bovenste patroon; visuele klachten vragen eigen beoordeling.
Belasting & onderhoudende factoren
Langdurig gebogen of gedraaid werken, gebruik van handheld apparaten en instrumentbespeling kunnen de nekspieren belasten. Een whiplashmechanisme kan de achterste stabilisatoren eveneens belasten.
Epidemiologie & onderzoek
De geraadpleegde literatuur stelt dat gericht onderzoek naar triggerpoints van de splenius cervicis bij andere aandoeningen ontbreekt, mede doordat de spier moeilijk afzonderlijk te palperen is. Het aangehaalde onderzoek naar spierstijfheid bij cervicogene hoofdpijn onderzocht andere nekspieren en levert geen specifieke prevalentieschatting voor deze spier.
Klinische context
Bij oog- of hoofdpijn zijn ook andere hoofdpijnoorzaken en oogproblemen relevant. In de nek kunnen gewrichts- en zenuwwortelproblemen naast myofasciale pijn voorkomen.
Zelfzorg bij splenius cervicis
De spleniusspieren helpen je hoofd en nek strekken en draaien. Bij langdurig kijken naar één kant kan dezelfde regio steeds belast blijven. Zelfzorg richt zich op afwisseling en rustige beweging, niet op de nek maximaal uitrekken.
Belasting in je dag aanpassen
Zet een veelgebruikt scherm recht voor je. Gebruik bij lezen zo nodig een standaard, zodat je niet steeds ver naar beneden of opzij kijkt.
Ondersteun je hoofd comfortabel tijdens slapen. Houd bij krachttraining je blik rustig en gebruik een gewicht waarbij je niet met het hoofd naar voren trekt.
Van kijken naar bewegen
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Ga ontspannen zitten
Steun je rug en laat de schouders los. Kijk recht vooruit.
Draai rustig
Kijk langzaam naar links, terug naar het midden en vervolgens naar rechts. Gebruik alleen een comfortabele uitslag.
Wissel houding
Sta daarna even op of loop een stukje. Een korte verandering van taak kan nuttiger zijn dan één langdurige rek.
Begin met 3 tot 5 rustige draaibewegingen per kant tijdens een pauze. De dosering is een conservatieve start; pas haar aan op het effect later op de dag.
Wanneer stoppen? Stop bij duizeligheid, zichtproblemen, toenemende hoofdpijn of armuitstraling. Laat aanhoudende of nieuwe neurologische klachten beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
Kies liever lichte massage van de oppervlakkige achterkant van de nek dan een harde bal. Druk niet op de halszijkant, wervels of diep onder de schedelrand. Een specifieke spleniusspier kun je zelf niet betrouwbaar onderscheiden van de omliggende lagen.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 547.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 548.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 547.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 551.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 552.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 547.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 560.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 560.
- Zelfzorg bij splenius cervicis: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Van kijken naar bewegen: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 562.
- Illustratie 1: De splenius cervicis loopt van T3–T6 schuin omhoog naar de dwarsuitsteeksels van C1–C3, zonder aanhechting aan de schedel. De kaart onderscheidt het hogere patroon richting oog/achterhoofd en het lagere patroon aan de nekbasis. De centrale tekening is een schema van de ligging. Donnelly, hoofdstuk 15, bronp. 555.