Trapezius (monnikskapspier)

M. Trapezius

Ook bekend als: monnikskapspier, bovenste trapezius, middelste trapezius, onderste trapezius.

Figuur 6.4. Pijnpatroon van de verticale bovenste trapeziusvezels. Effen rood markeert het kerngebied; rode stippen tonen de mogelijke uitbreiding.
Figuur 6.4. Pijnpatroon van de verticale bovenste trapeziusvezels. Effen rood markeert het kerngebied; rode stippen tonen de mogelijke uitbreiding.
Figuur 6.5. Links in de afbeelding: pijnpatroon van de achterste, meer horizontale bovenste trapeziusvezels. Rechts: pijnpatroon van de onderste trapezius.
Figuur 6.5. Links in de afbeelding: pijnpatroon van de achterste, meer horizontale bovenste trapeziusvezels. Rechts: pijnpatroon van de onderste trapezius.
Trapezius: links de beschreven uitbreiding langs de binnenrand van het schouderblad bij de onderste vezels nabij de schouderbladaanhechting; rechts interscapulaire pijn bij het middendeel. Het boek beschrijft hierbij brandende pijn. Bron: hoofdstuk 6, PDF-pagina 318 en figuur 6.6 op pagina 321.
Trapezius: links de beschreven uitbreiding langs de binnenrand van het schouderblad bij de onderste vezels nabij de schouderbladaanhechting; rechts interscapulaire pijn bij het middendeel. Het boek beschrijft hierbij brandende pijn. Bron: hoofdstuk 6, PDF-pagina 318 en figuur 6.6 op pagina 321.
Figuur 6.7. Links in de afbeelding: pijnpatroon bij de laterale aanhechting van de middelste trapezius. De rode tekens op de rechterarm tonen een kippenvelreactie, geen pijngebied.
Figuur 6.7. Links in de afbeelding: pijnpatroon bij de laterale aanhechting van de middelste trapezius. De rode tekens op de rechterarm tonen een kippenvelreactie, geen pijngebied.

In het kort

De trapezius verbindt de nek en borstkas met de schoudergordel. De bovenste, middelste en onderste vezels hebben verschillende functies en kunnen daardoor verschillende pijnpatronen geven.

Anatomie

Een brede, oppervlakkige spier met aanhechtingen aan het achterhoofd, de nekband en de doornuitsteeksels tot in de borstkas. Aan de schouderzijde hechten de vezels aan op sleutelbeen, acromion en schouderbladkam.

Functie

De delen werken samen bij het heffen, naar binnen bewegen en opwaarts draaien van het schouderblad. De middelste vezels dragen vooral bij aan retractie; bij opwaartse rotatie zijn alle delen betrokken.

Pijn & uitstraling

De pijn hangt af van het betrokken deel. De meer verticale vezels van de bovenste trapezius kunnen eenzijdig pijn langs de achter-zijkant van de nek naar het gebied achter het oor geven, met uitbreiding naar slaap en achter het oog; soms ook kaakhoek of achterhoofd. De achterste, meer horizontale bovenste vezels worden gekoppeld aan pijn achter in de nek en een strak gevoel bij het achterhoofd. Middelste vezels kunnen brandende pijn tussen wervelkolom en schouderblad geven; nabij hun buitenste aanhechting kan zeurende pijn boven op de schouder ontstaan. Onderste vezels kunnen pijn hoog in de nek, boven het schouderblad en bij het schouderdak geven. Dicht bij hun schouderbladaanhechting beschrijft de geraadpleegde literatuur ook brandende pijn langs de binnenrand van het schouderblad. De afgebeelde kippenvelreactie aan de arm is een autonome reactie en geen afzonderlijk pijngebied.

Symptomen & beperkingen

  • Eenzijdige hoofdpijn rond de slaap of achter het oog.
  • Een stijve, pijnlijk beperkte nek.
  • Schouder- of schouderbladpijn, afhankelijk van het betrokken vezeldeel.

Belasting & onderhoudende factoren

De geraadpleegde literatuur noemt onder meer whiplash, een val en langdurige belasting bij een ongunstig ingerichte werkplek. Ook ongebruikelijke spierbelasting en langdurig verkort of verlengd houden kunnen klachten onderhouden.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur beschrijft trapezius-triggerpoints bij onder andere nekpijn, schouderpijn, hoofdpijn en fibromyalgie. Dit zijn klinische associaties; er wordt hier geen algemeen bevolkingspercentage voor trapezius-triggerpoints vastgesteld.

Klinische context

Overeenkomstige klachten kunnen passen bij migraine, spanningshoofdpijn, nekgewrichtspijn, occipitale neuralgie of subacromiale schouderpijn. Bij een wijdverspreid pijnbeeld moet de beoordeling verder gaan dan één spier.

Zelfzorg bij trapezius

De trapezius heeft drie delen met verschillende taken. Een gespannen bovenrand van de schouder vraagt niet automatisch dezelfde aanpak als vermoeide middelste of onderste vezels. Alleen rekken kan bij die laatste delen ongeschikt zijn; geleidelijk leren belasten hoort er ook bij.

Belasting in je dag aanpassen

Ondersteun je onderarmen tijdens computerwerk, zodat je schouders niet voortdurend omhoog hoeven. Zet het toetsenbord dichtbij en wissel zitten af met korte loop- of beweegpauzes.

Gebruik bij lange telefoongesprekken een headset. Verdeel een zware tas over beide schouders en merk op of een band precies op de gevoelige bovenrand drukt.

Schouders bewegen en ontspannen

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Schouders bewegen en ontspannen. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Begin met steun

    Zit met je voeten op de grond en je onderarmen ontspannen op tafel of armleuningen. Laat je kaak los en adem rustig door.

  2. Maak kleine cirkels

    Beweeg beide schouders rustig omhoog, naar achteren en omlaag. Blijf binnen een prettige beweging; trek de schouderbladen niet zo hard mogelijk samen.

  3. Voeg controle toe

    Schuif daarna je onderarmen op tafel iets naar voren en weer terug. Houd je nek ontspannen. Bespreek bij blijvende vermoeidheid een oefening voor de middelste en onderste trapezius.

Rustig opbouwen

Begin met 5 rustige schoudercirkels per richting en 5 schuifbewegingen tijdens een werkpauze. Dit is een voorzichtige startkeuze, geen bewezen optimale dosering voor iedere trapeziusklacht.

Wanneer stoppen? Stop bij toenemende armuitstraling, tintelingen, duizeligheid of hoofdpijn die anders is dan je herkent.

Zelfmassage: wat past hier?

Een zachte massage van de bovenste schouderrand kan prettig zijn. Gebruik vingertoppen of de vlakke hand en houd de nek vrij. Voor een plek tussen schouderblad en wervelkolom kan een zachte bal tegen de muur pas passend zijn nadat de plek is aangewezen. Druk niet op wervels of scherpe botranden; hard rekken is geen vervanging voor het opbouwen van spierkracht.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 302.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 303.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 309.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 316.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 318.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 328.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 332.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 332.
  • Zelfzorg bij trapezius: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 334, 335, 336, 337.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 334, 335, 336, 337.
  • Schouders bewegen en ontspannen: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 334, 335, 336, 337.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 334, 335, 336, 337.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 334, 335, 336, 337.
  • Illustratie 1: Figuur 6.4. Pijnpatroon van de verticale bovenste trapeziusvezels. Effen rood markeert het kerngebied; rode stippen tonen de mogelijke uitbreiding. Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 317.
  • Illustratie 2: Figuur 6.5. Links in de afbeelding: pijnpatroon van de achterste, meer horizontale bovenste trapeziusvezels. Rechts: pijnpatroon van de onderste trapezius. Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 320.
  • Illustratie 3: Trapezius: links de beschreven uitbreiding langs de binnenrand van het schouderblad bij de onderste vezels nabij de schouderbladaanhechting; rechts interscapulaire pijn bij het middendeel. Het boek beschrijft hierbij brandende pijn. Bron: hoofdstuk 6, PDF-pagina 318 en figuur 6.6 op pagina 321. Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 321.
  • Illustratie 4: Figuur 6.7. Links in de afbeelding: pijnpatroon bij de laterale aanhechting van de middelste trapezius. De rode tekens op de rechterarm tonen een kippenvelreactie, geen pijngebied. Donnelly, hoofdstuk 6, bronp. 322.