Subclavius (ondersleutelbeenspier)
M. subclavius
Ook bekend als: ondersleutelbeenspier, sleutelbeenspier.

In het kort
Een kleine spier tussen de eerste rib en het sleutelbeen met een relatief groot beschreven uitstralingsgebied. Anders dan de grote borstspier kan hij vooral de duimzijde van onderarm en hand bereiken.
Anatomie
De subclavius ligt diep onder het sleutelbeen. Hij loopt van de overgang tussen eerste rib en ribkraakbeen schuin naar boven en buiten, naar de onderzijde van het middelste derde van het sleutelbeen. Achter deze regio liggen belangrijke bloedvaten en de zenuwbundel naar de arm. De clavipectorale fascie ligt tussen deze dieper gelegen spier en de grote borstspier. Anatomisch onderzoek beschrijft ook variabele bindweefseluitlopers naar het ravenbekuitsteeksel van het schouderblad. Zo’n uitloper is niet bij iedereen gelijk en is op zichzelf geen bewijs van zenuwbeknelling of pijn.
Functie
Helpt de stand van het sleutelbeen beheersen en het gewricht tussen sleutelbeen en borstbeen stabiliseren. Bij een gefixeerde eerste rib kan hij het sleutelbeen naar beneden trekken; de werking hangt af van welke delen kunnen bewegen. De verbindingen met omgevende fascie kunnen aan de samenwerking van de schoudergordel bijdragen. Uit een dissectiestudie volgt niet dat losmaken van die fascie noodzakelijk is of een klacht oplost.
Pijn & uitstraling
Het beschreven patroon begint aan de voorkant van schouder en bovenarm en kan langs de duimzijde van de onderarm naar duim, wijsvinger en middelvinger lopen. Zowel handpalm- als handrugzijde worden afgebeeld. Opvallend zijn de onderbrekingen rond elleboog en pols: de kaart vormt geen doorlopende pijnstreep. Dat verschilt van de meer ulnaire uitstraling van de grote borstspier. Deze overeenkomst met een kaart is geen diagnose; tintelingen, gevoelsverlies of krachtsverlies vragen een afzonderlijke beoordeling.
Symptomen & beperkingen
- Pijn aan de voorzijde van de schouder met mogelijke uitstraling naar de arm.
- Pijn aan de duimzijde van de hand en de eerste drie vingers.
- Klachten kunnen lijken op die van een thoracic-outletsyndroom.
Belasting & onderhoudende factoren
De nauwe relatie met sleutelbeen, eerste rib en borstspieren maakt belasting van de schoudergordel relevant voor de beoordeling. De geraadpleegde literatuur geeft geen afzonderlijke, onderbouwde lijst van ontstaansfactoren voor subclaviustriggerpoints; de uitgebreide sportvoorbeelden daar gaan voornamelijk over de pectoralis major.
Epidemiologie & onderzoek
De subclavius wordt samen met de pectoralis major besproken, maar krijgt geen eigen prevalentiecijfer. Onderzoekspercentages voor triggerpoints in de grote borstspier mogen daarom niet op deze spier worden toegepast.
Klinische context
Thoracic-outletsyndroom en neurologische oorzaken van armklachten verdienen afzonderlijke beoordeling. Bij voorste schouderpijn overlappen patronen van onder meer borstspieren, deltoideus, biceps en scaleni; een uitstralingskaart bepaalt niet welke structuur de klachten veroorzaakt.
Zelfzorg bij subclavius
De grote borstspier heeft vezeldelen met verschillende richtingen; de subclavius ligt dieper onder het sleutelbeen. Borstpijn kan ook een oorzaak buiten spieren hebben. Zelfzorg is alleen passend wanneer duidelijk is dat eenvoudige beweging veilig kan worden geprobeerd.
Voor deze diep gelegen spier is armsteun en een ontspannen schoudergordel een geschikte voorzichtige start. De deurpostbeweging beweegt meerdere spieren tegelijk en rekt de subclavius niet aantoonbaar geïsoleerd. Druk niet met vingers, bal of massagepistool onder het sleutelbeen: daar lopen bloedvaten en zenuwen. Wissel langdurig dragen of werken met opgeheven armen af. Tintelingen, een koude of verkleurde hand of nieuw krachtverlies zijn geen reden om harder te masseren, maar om de klacht te laten beoordelen.
Belasting in je dag aanpassen
Doseer zwaar duwen, bankdrukken en lang werken met de armen voor je. Wissel houdingen af zonder de schouders geforceerd naar achteren te trekken.
Ondersteun de arm in bed als de schouder anders ver naar voren of achteren valt.
Milde opening bij een deurpost
Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Plaats de onderarm laag
Zet een onderarm tegen een deurpost met de elleboog duidelijk onder schouderhoogte.
Draai een klein stukje weg
Draai de romp langzaam van de arm af tot een milde rek aan de voorzijde van de schouder of borst ontstaat.
Laat los
Kom terug zonder te veren. Houd de nek ontspannen en adem normaal door.
Probeer 2 korte rekken van 10 tot 15 seconden. Dit is een milde startvariant van de deurpostrek. Bij een pijnlijke schouder kan alleen ontspannen met armsteun prettiger zijn.
Wanneer stoppen? Stop bij nieuwe of toenemende borstpijn. Bel112 bij pijn of zware druk op de borst die in rust niet weggaat, zeker met zweten, misselijkheid of benauwdheid. Gebruik dan geen zelfmassage. Laat nieuwe of terugkerende onverklaarde borstpijn medisch beoordelen.
Zelfmassage: wat past hier?
Geen diepe druk onder het sleutelbeen of in de oksel. Lichte aanraking van de oppervlakkige borstspier kan alleen bij een duidelijk herkende spierklacht. De subclavius is geen geschikte plek voor ongeleide zelfdruk; ook een rek isoleert deze spier niet.
Het effect beoordelen en verder opbouwen
Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.
Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.
Hulp bij jouw spierklachten
Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.
Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling
Bronnen en verdieping
Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.
Onderzoek
- Crepaz-Eger et al. (2022) — subclavius en coracoïdale bindweefseluitlopers
Primair anatomisch dissectieonderzoek
52 bovenste extremiteiten van26 donoren; bij49 preparaten extra bindweefselverbindingen naar de coracoïdregio. De voorgestelde mechanische bijdrage is een functionele interpretatie, geen bewijs voor pijn of het effect van fasciale behandeling. Online verschenen in2021, tijdschriftjaargang2022.
Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen
Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.
- In het kort: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1270.
- Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1262.
- Functie: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1266.
- Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1270.
- Klachten: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1274.
- Belasting: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1280.
- Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1273.
- Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1274.
- Zelfzorg bij subclavius: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Milde opening bij een deurpost: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Milde opening bij een deurpost: Thuisarts — wanneer bellen bij borstpijn
- Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1285, 1286, 1287, 1288.
- Illustratie 1: Figure 42.5. Subclavius muscle. A. Attachments of the muscle (medium red). B. Referred pain pattern (dark red) of a subclavius TrP. Stippled red is possible spillover in the lateral aspect of the hand. Donnelly, hoofdstuk 42, bronp. 1272.