Iliocostalis thoracis (borstdeel darmbeen-ribspier)

M. iliocostalis thoracis

Ook bekend als: borstdeel darmbeen-ribspier.

Figuur 48.3A–B. Thoracale iliocostalispatronen op twee verschillende niveaus.
Figuur 48.3A–B. Thoracale iliocostalispatronen op twee verschillende niveaus.
Iliocostalis thoracis: buitenste rugspierkolom en ribverbindingen.
Iliocostalis thoracis: buitenste rugspierkolom en ribverbindingen.
Longissimus thoracis als middelste kolom van de lange rugstrekkers. Alleen de ribsegmenten binnen de thoracale uitsnede zijn afgebeeld; diepere wervelaanhechtingen zijn niet zichtbaar.
Longissimus thoracis als middelste kolom van de lange rugstrekkers. Alleen de ribsegmenten binnen de thoracale uitsnede zijn afgebeeld; diepere wervelaanhechtingen zijn niet zichtbaar.
Spinalis thoracis: binnenste rugspierkolom tussen doornuitsteeksels.
Spinalis thoracis: binnenste rugspierkolom tussen doornuitsteeksels.

In het kort

Het thoracale deel van de iliocostalis ligt aan de buitenzijde van de lange rugstrekkers. Het pijnpatroon hangt sterk af van het betrokken ribniveau.

Anatomie

De thoracale iliocostalis ligt aan de buitenzijde van de lange rugspieren. In de gebruikelijke indeling lopen overlappende bundels van de hoeken van de onderste zes ribben naar de hoeken van de bovenste zes ribben en het dwarsuitsteeksel van C7. De spier ligt dus meer naar buiten dan de longissimus en heeft veel ribaanhechtingen. Hij hecht niet aan het schouderblad. In beschrijvingen van deze doorlopende spierkolom worden thoracale en lumbale delen soms anders gegroepeerd; de ribgebonden bundels van de iliocostalis lumborum moeten niet met deze afzonderlijke naam worden verwisseld.

Functie

Helpt de borstregio strekken en zijwaarts bewegen en levert samen met de ribben en andere rompspieren steun tijdens beweging. Zowel concentrisch aanspannen als remmend verlengen is mogelijk. Pijn bij draaien zegt op zichzelf niet welke spier of welk ribgewricht betrokken is.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur onderscheidt twee niveaus. Rond T6 kan pijn langs de binnenzijde van het schouderblad omhoog richting de schouder lopen; de voorste borstwand aan dezelfde kant is mogelijke uitbreiding. Rond T11 ligt een kerngebied lager naast de rug, met mogelijke uitbreiding omhoog over het schouderblad en omlaag over de lendenen; ook de onderbuik aan dezelfde zijde wordt afgebeeld. Het zijn beschreven klinische patronen, geen bewijs dat borst- of buikpijn onschuldig is.

Symptomen & beperkingen

  • Rugpijn die bij rompbeweging toeneemt en soms als borst- of buikpijn wordt ervaren.
  • De precieze verwijzing verschilt per segment; één thoracaal pijngebied identificeert niet alle bundels.

Belasting & onderhoudende factoren

Langdurig gebogen of gedraaid werken, een plotselinge combinatie van buigen en draaien en compensatie voor onvoldoende heup- of rompkracht worden in deze uitleg voor de paraspinale spieren genoemd.

Epidemiologie & onderzoek

Bij personen met bovenste thoracale rugpijn werden vaker actieve en latente triggerpoints in iliocostalis thoracis gevonden dan bij controles. Dit is een vergelijking van geselecteerde groepen en geen bevolkingsprevalentie.

Klinische context

Wervel- of ribgewrichtsproblematiek, een zenuwwortelaandoening, inflammatoire of andere spierziekte en gerefereerde pijn uit inwendige organen kunnen vergelijkbare rugklachten geven. Bij borstverwijzing moeten ook pleurale en cardiale oorzaken worden overwogen.

Zelfzorg bij iliocostalis thoracis

De rugspieren naast de wervelkolom werken in oppervlakkige en diepe lagen. Ze begeleiden buigen, strekken en draaien. De thuisoefeningen richten zich op de rug als functioneel geheel; een diepe multifidus of rotator kan niet afzonderlijk met een bal worden losgemaakt.

Voeg bij lang zitten korte loopmomenten en ontspannen armbewegingen toe. Druk niet hard tussen ribben. Nieuwe borst- of buikpijn laat je beoordelen; gebruik het herkenbare kaartje niet om een andere oorzaak uit te sluiten.

Belasting in je dag aanpassen

Wissel lang zitten of voorover werken af met staan en lopen. Gebruik steun wanneer dat een taak prettiger maakt.

Verdeel zware tilwerkzaamheden en houd voorwerpen dichtbij. Een comfortabele variatie in tillen is belangrijker dan de rug voortdurend stijf vastzetten.

Eén knie rustig naar je toe

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Eén knie rustig naar je toe. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ga op de rug liggen

    Buig beide knieën en zet de voeten neer op een comfortabele ondergrond.

  2. Ondersteun één bovenbeen

    Pak achter het bovenbeen en breng de knie rustig iets richting de borst. Trek niet aan een pijnlijke knie.

  3. Wissel rustig

    Zet de voet terug en herhaal met het andere been. Blijf binnen een prettige beweging en adem door.

Rustig opbouwen

Begin met 3 rustige bewegingen per kant, zonder lange eindstand. Dit is een milde variant van de knie-naar-borstoefening.

Wanneer stoppen? Stop bij toenemende beenuitstraling, tintelingen of zwakte. Bij plotselinge problemen met plassen of ontlasting, gevoelsverlies rond het kruis of nieuw krachtsverlies in een been: direct huisarts of huisartsen-spoedpost.

Zelfmassage: wat past hier?

Een zachte bal tegen de muur kan alleen lichte druk geven naast de wervelkolom. Blijf weg van de wervels zelf en de onderste ribben. Gebruik geen diepe druk in de flank. Een gevoelige plek vertelt op zichzelf niet welke rugstructuur de pijn veroorzaakt.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1425.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1425.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1427.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1430.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1432.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1440.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1430.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1434.
  • Zelfzorg bij iliocostalis thoracis: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Eén knie rustig naar je toe: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Eén knie rustig naar je toe: Thuisarts — wanneer hulp zoeken bij rugpijn
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Illustratie 1: Figuur 48.3A–B. Thoracale iliocostalispatronen op twee verschillende niveaus. Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1433.
  • Illustratie 2: Iliocostalis thoracis: buitenste rugspierkolom en ribverbindingen. Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1422.
  • Illustratie 3: Longissimus thoracis als middelste kolom van de lange rugstrekkers. Alleen de ribsegmenten binnen de thoracale uitsnede zijn afgebeeld; diepere wervelaanhechtingen zijn niet zichtbaar. Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1422.
  • Illustratie 4: Spinalis thoracis: binnenste rugspierkolom tussen doornuitsteeksels. Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1422.