Multifidus

M. multifidus

Ook bekend als: multifidi, multifidus thoracis, multifidus lumborum, multifidus lumbosacralis.

Multifidus: overlappende diepe rugspierbundels.
Multifidus: overlappende diepe rugspierbundels.
Semispinalis thoracis: regionale aanhechtingen en overspannen wervelniveaus.
Semispinalis thoracis: regionale aanhechtingen en overspannen wervelniveaus.
Regionale voorbeelden bij multifidus, naar figuur 48.4. De figuur noemt onder meer T4–T5, L2, S1 en S4. De hoofdstuktekst beschrijft de uitstraling naar het achterste bovenbeen bij L5 en stuitpijn bij S1; het afzonderlijke bovenbeenveld is daarom geen exclusief S1-patroon. Mogelijke buikwanduitstraling staat rechts.
Regionale voorbeelden bij multifidus, naar figuur 48.4. De figuur noemt onder meer T4–T5, L2, S1 en S4. De hoofdstuktekst beschrijft de uitstraling naar het achterste bovenbeen bij L5 en stuitpijn bij S1; het afzonderlijke bovenbeenveld is daarom geen exclusief S1-patroon. Mogelijke buikwanduitstraling staat rechts.

In het kort

Multifidus is een systeem van korte diepe bundels met een sterke lumbosacrale ontwikkeling. De klinische verwijzing verandert met het betrokken wervelniveau.

Anatomie

De multifidus bestaat uit overlappende diepe bundels naast de wervelkolom. Zij lopen van lager en meer naar buiten gelegen aanhechtingen naar hoger en meer naar binnen gelegen doornuitsteeksels. In de borstregio gaat het onder meer om dwarsuitsteeksels, in de lendenregio om de mammillaire uitsteeksels bij de facetgewrichten. Bundels overspannen doorgaans twee tot vijf niveaus. In de lumbosacrale regio is de spier dikker en bedekt hij ook de achterzijde van het heiligbeen. Microscopisch onderzoek laat veel onderlinge verbindingen zien; ieder getekend bundeltje is niet volledig door een eigen bindweefselomhulsel afgescheiden.

Functie

Helpt segmentale beweging, afschuiving en draaiende belasting controleren en draagt bij aan strekken. Diepe en oppervlakkige bundels kunnen tijdens arm- of rompbewegingen anders actief zijn. Die indeling in diepte is iets anders dan histologische type-I- en type-II-spiervezels. Onderzoek naar die vezeltypen bewijst geen eigen uitstralingskaart voor ieder type en is geen reden om de rug voortdurend aan te spannen.

Pijn & uitstraling

Vaak beschrijft de geraadpleegde literatuur een gebied rond een aangrenzend doornuitsteeksel. Voor lumbale niveaus noemt het ook mogelijke buikuitstraling. Rond L5 is in prikkelexperimenten pijn in het achterste of voorste bovenbeen gevonden; de geraadpleegde literatuur noemt daarnaast mogelijke onderbeenuitstraling. Voor de sacrale regio rond S1 beschrijft het verwijzing richting stuit. Deze voorbeelden horen bij verschillende niveaus. Pijnkaarten overlappen met die van banden, zenuwtakken en andere rugstructuren en zijn geen zelfstandige diagnose.

Symptomen & beperkingen

  • Een diep, hardnekkig gevoel van pijn vlak bij de wervelkolom.
  • Soms drukgevoeligheid rond de stuit of een buik-/beenklacht die de rugspierbron minder herkenbaar maakt.

Belasting & onderhoudende factoren

Langdurig gebogen of gedraaid werken, een plotselinge combinatie van buigen en draaien en compensatie voor onvoldoende heup- of rompkracht worden in deze uitleg voor de paraspinale spieren genoemd.

Epidemiologie & onderzoek

Een experiment bij 15 gezonde vrijwilligers wekte pijn op met een prikkelende zoutoplossing in de multifidus rond L5. Iedereen had lokale pijn; dertien deelnemers meldden ook bovenbeenpijn, acht achteraan en vijf vooraan. Dat toont mogelijke verwijzing, maar zegt niet hoe vaak een spontaan triggerpoint bij patiënten voorkomt. Anatomische vezelonderzoeken onderzochten evenmin pijnprevalentie.

Klinische context

Wervel- of ribgewrichtsproblematiek, een zenuwwortelaandoening, inflammatoire of andere spierziekte en gerefereerde pijn uit inwendige organen kunnen vergelijkbare rugklachten geven. Bij beenpijn moeten zenuwwortel- en andere neurologische oorzaken apart worden beoordeeld.

Zelfzorg bij multifidus

De rugspieren naast de wervelkolom werken in oppervlakkige en diepe lagen. Ze begeleiden buigen, strekken en draaien. De thuisoefeningen richten zich op de rug als functioneel geheel; een diepe multifidus of rotator kan niet afzonderlijk met een bal worden losgemaakt.

Ondersteun het bovenbeen, houd de adem vrij en laat de rug bewegen. De oefening richt zich op comfort en bewegingscontrole. Je hoeft de multifidus niet de hele dag aangespannen te houden en kunt diepe bundels niet met harde zelfdruk selectief bereiken.

Belasting in je dag aanpassen

Wissel lang zitten of voorover werken af met staan en lopen. Gebruik steun wanneer dat een taak prettiger maakt.

Verdeel zware tilwerkzaamheden en houd voorwerpen dichtbij. Een comfortabele variatie in tillen is belangrijker dan de rug voortdurend stijf vastzetten.

Eén knie rustig naar je toe

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Eén knie rustig naar je toe. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ga op de rug liggen

    Buig beide knieën en zet de voeten neer op een comfortabele ondergrond.

  2. Ondersteun één bovenbeen

    Pak achter het bovenbeen en breng de knie rustig iets richting de borst. Trek niet aan een pijnlijke knie.

  3. Wissel rustig

    Zet de voet terug en herhaal met het andere been. Blijf binnen een prettige beweging en adem door.

Rustig opbouwen

Begin met 3 rustige bewegingen per kant, zonder lange eindstand. Dit is een milde variant van de knie-naar-borstoefening.

Wanneer stoppen? Stop bij toenemende beenuitstraling, tintelingen of zwakte. Bij plotselinge problemen met plassen of ontlasting, gevoelsverlies rond het kruis of nieuw krachtsverlies in een been: direct huisarts of huisartsen-spoedpost.

Zelfmassage: wat past hier?

Een zachte bal tegen de muur kan alleen lichte druk geven naast de wervelkolom. Blijf weg van de wervels zelf en de onderste ribben. Gebruik geen diepe druk in de flank. Een gevoelige plek vertelt op zichzelf niet welke rugstructuur de pijn veroorzaakt.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1426.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1426.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1428.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1431.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1432.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1440.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1431.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1434.
  • Zelfzorg bij multifidus: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Eén knie rustig naar je toe: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Eén knie rustig naar je toe: Thuisarts — wanneer hulp zoeken bij rugpijn
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1446, 1447, 1448, 1449.
  • Illustratie 1: Multifidus: overlappende diepe rugspierbundels. Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1424.
  • Illustratie 2: Semispinalis thoracis: regionale aanhechtingen en overspannen wervelniveaus. Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1424.
  • Illustratie 3: Regionale voorbeelden bij multifidus, naar figuur 48.4. De figuur noemt onder meer T4–T5, L2, S1 en S4. De hoofdstuktekst beschrijft de uitstraling naar het achterste bovenbeen bij L5 en stuitpijn bij S1; het afzonderlijke bovenbeenveld is daarom geen exclusief S1-patroon. Mogelijke buikwanduitstraling staat rechts. Donnelly, hoofdstuk 48, bronp. 1435.